Godvrezend Nederland is blank tot in het merg.

Ik had niet verwacht dat het nog mogelijk is: in het hedendaagse Nederland 24.000 ongekleurde mensen op een plaats bijeenbrengen. De enige kleurlingen zaterdag op de jaarlijkse EO-Familiedag in de Utrechtse Jaarbeurshallen waren de leden van een gospelkoor (`In thee o Lord') en van een bandje in de pauze (`Down by the riverside').

Uit het hele land waren de deelnemers (onder wie 6.000 kinderen) gekomen, al zal de Veluwe beter vertegenwoordigd zijn geweest dan de Geulstreek. “Het zijn mensen die je niet kent', sprak EO-voorzitter en dominee Arie van der Veer de menigte in de uitpuilende hoofdhal toe “maar het zijn - heel anders dan bij de TROS - toch je broers en zussen.'

Daar was geen woord van te veel gezegd. De religieuze saamhorigheid hing als een (witte) sluier over de massa. Overal blije, aandachtige mensen die met een aandoenlijke toegewijdheid aan de gezangen deelnamen en naar de saaie preken van de dominees luisterden.

Het was alsof de jaren vijftig herleefden. In de pauze bleven velen in de zaal achter om de meegebrachte boterhammetjes op te eten. De ouderen droegen kleding van degelijke, onmodieuze snit, de jongeren - gering in aantal, zij hebben hun eigen jongerendag - hadden zich daarbij aangepast. Er viel de hele dag geen onvertogen woord. De toespraken en preken bevatten zelden toespelingen op actuele ontwikkelingen. De buitenwereld had voor een dag opgehouden te bestaan.

Er werd door de koren in (schelwitte) hemdjes ronduit schitterend gezongen. Zelfs als ongelovige hond - of misschien juist als ongelovige hond - voelde je soms een brok naar de keel stijgen maar gelukkig was er altijd wel weer een dominee die de ontroering bijtijds ophief met de bekende loze vroompraat.

De hypocrisie zit bij de voorgangers, en veel minder bij de volgelingen. Al die deelnemers schenen tevreden en gelukkig met hun geloof, maar het waren de voorgangers die hen steeds weer voor hun eigen doeleinden leken te gebruiken. Geld moest er uit die zakken worden geklopt, zoveel mogelijk geld.

“U zit ongemakkelijk, want de portemonnee zit eronder', riep Van der Veer “geef al die briefjes toch weg.' En dan moest er weer, samen met de dominee, een of andere machtigingskaart voor de EO worden ingevuld. Op strategische plaatsen in de zaal stond een batterij ordebewakers gereed om de (vuilwitte) emmertjes met geld op te halen. De mammon keek toe en zag dat het een goede dag was.