Een zwarte Maarten van Rossem

Vrouwen zijn niet genoeg op televisie, stelde laatst een onderzoek vast. Wie doet nou zo'n onderzoek? Iemand die denkt dat televisie een weergave moet zijn van de werkelijkheid, een `reele representatie'? Iemand die nog niet doorheeft dat het medium van bedrog aan elkaar hangt dat er bij het leven wordt geknoeid met camerastandpunten, lichtjes muziekjes en knipjes?

Een televisiejournalist maakt een miljoen keuzes voor we in een actualiteitenrubriek te horen en te zien krijgen dat de Japanse regering een fonds voor noodlijdende banken heeft ingesteld. En ja, een van de keuzes is die van de persoon die het ons uitlegt, de deskundige. Is het een man of een vrouw? Blond of bruin? Met of zonder bril (weerkaatsing van het lampje!), met boekenkast op de achtergrond (deskundige is te vertrouwen, want geleerd) of een frivool schilderijtje?

En hoe lang is de deskundige aan het woord, hoeveel seconden zijn er ingeruimd voor de boodschap: achttien of drieentwintig? En voor wie is de boodschap bedoeld, voor financieel specialisten of voor de doorsnee-kijker? En wat is doorsnee? Sommige journalisten schatten de opleiding van hun kijkers op twee jaar lagere school, anderen zijn iets optimistischer.

Enfin: tegen de tijd dat het item af is en de band in de machine wordt gestopt weet de afgepeigerde journalist allang niet meer welke keuzes hij om welke redenen heeft gemaakt. Hij is al blij dat hij op tijd was met zijn onderwerp en eindelijk naar huis kan voor een drankje en een hapje. Hij heeft geen boodschap aan het gezeur over de vraag waarom de deskundige weer een man was. Die stond nu eenmaal in zijn adressenboekje en hij had het geluk dat hij beschikbaar was.

Want dat vergeten mensen: dat de journalist toevallig een deskundige moet kennen die ook nog ijdel genoeg is om de poeha te pikken van een voorgesprek, het gerommel met camera's en kabels, batterijen die de geluidsman in de auto heeft laten liggen het modderige statief op het vloerkleed en de vraag of je het nog eens kunt vertellen, maar dan vijf seconden korter.

En dan hebben we het niet eens gehad over het loopshotje, want de deskundige moet al een tijd in beeld zijn opdat de voice-over, de stem van de presentator, hem kan introduceren.

Een loopshotje of iets anders, dat hij aan het telefoneren is bijvoorbeeld, of een boek leest. Dan pas begint het vraaggesprek en een kwartier later is de hele ploeg weer vertrokken, met achterlating van een moddervlek op het kleed dat door de deskundige moet worden weggeborsteld voordat vrouwlief thuis komt en zoveel ruzie maakt dat hij 's avonds niet meer kan genieten van zijn achttien seconden op tv (en morgen bij de bakker nog eens nagenieten van de opmerking: ik zag u gisteren op tv!).

Journalisten lenen ook elkaars adressenboekjes of ze pikken deskundigen van elkaar af. Vandaar dat sommige deskundigen overal optreden, in alle nieuwsuitzendingen en actualiteitenrubrieken. De bekendste is Maarten van Rossem, onze Amerika-deskundige die we tijdens de Clinton-Lewinsky-affaire eindeloos op alle televisienetten konden bewonderen. Eigenlijk is hij op elk gebied deskundig: literatuur, cultuur ook multicultuur. Een paar weken voordat het Sociaal en Cultureel Planbureau vaststelde dat de multiculturele samenleving in Nederland nog niet tot stand was gekomen had hij al in de Volkskrant geschreven dat die samenleving niet bestond en ook niet nodig was. Wat dragen migranten nou bij aan de Nederlandse cultuur, behalve een beetje variatie in het eten?

Ik weet waar Maarten van Rossem zijn deskundigheid vandaan haalt: hij kijkt naar televisie. En op televisie ziet hij weinig vrouwen, dus is Nederland een macho-culturele samenleving. En hij ziet weinig allochtonen, dus is Nederland een mono-culturele samenleving. Op televisie ziet hij vooral zichzelf, dus is Nederland een Rossem-culturele samenleving.

Ziet u dat het belangrijk is om te zeuren over de keuzes die journalisten maken? Als je alleen naar televisie kijkt krijg je een behoorlijk raar beeld van Nederland.

Al het verstandige komt van mannen, blanke mannen wel te verstaan. Vrouwen komen in beeld als het over relaties en intimiteiten gaat, en kleurlingen als het gaat om discriminatie en criminaliteit.

Ik was laatst op een bijeenkomst waar over deze kwestie werd gepraat. Een groot aantal gekleurde deskundigen was komen discussieren met eindredacteuren van radio en televisie over de vraag waarom zo weinig allochtone experts worden geinterviewd. De belangrijkste verdediging van de eindredacteuren was dat ze kiezen op deskundigheid, en niet op geslacht of huidskleur.

Toen stond een grote zwarte man in driedelig kostuum op die met diepe stem zei: Ik ben Japan-deskundige. Hoe groot is de kans dat ik zal worden gevraagd om uit te leggen waarom de Japanse overheid nu pas een fonds in het leven heeft geroepen om noodlijdende banken te steunen?

Iedereen schoot in de lach, omdat direct duidelijk werd hoe moeilijk zoiets was. Zou de doorsnee-kijker met twee jaar lagere school niet erg afgeleid raken door de verschijning van de man? Daar ging het niet om, zei een eindredacteur braaf, hij zou de zwarte man meteen opnemen in zijn adressenboekje. Ik ben trouwens ook specialist in Caraibische vraagstukken, zei de man nog en hij noemde nog een paar terreinen waar hij zijn expertise kon laten gelden.

Op dat moment dacht ik twee dingen: gelukkig hebben we zo'n man, die straks ons beeld zal veranderen van Nederland. De zwarte jongeren zullen denken dat ze ook zo knap kunnen zijn, in plaats van de godganse dag op scooters te rijden en door de televisie geinterviewd te worden als ze overlast veroorzaken. En de blanke Nederlanders zullen denken dat niet alle zwarten de godganse dag op scooters rijden en overlast veroorzaken.

Maar het tweede wat ik dacht was dat we hier een zwarte Maarten van Rossem hebben staan, zo'n ijdele allesweter. Daar was ik niet blij mee met die gedachte.