Duitse Groenen zullen eens hun ware gezicht moeten tonen

Vanaf het moment waarop duidelijk was dat de Groenen in Duitsland deel zouden gaan uitmaken van de nieuwe regering, doemde de vraag op welke Groenen er werden bedoeld. Volgens Jonathan Power staat de partij voor ingrijpende keuzes. Stemmers op de Groenen doen er volgens hem goed aan Nancy Mitfords historische roman Voltaire in Love te lezen.

Uit welk hout zijn de Duitse Groenen eigenlijk gesneden? De stemmen waren nog niet geteld of ze werden gedwongen een besluit te nemen over `bommen of geen bommen op Kosovo'. Richard Holbrooke heeft hun nu respijt gegeven zoals hij dat ook met Slobodan Milosevic heeft gedaan, maar de kwestie van het al dan niet zenden van NAVO-troepen en de secundaire vraag of dat met of zonder expliciet VN-mandaat moet gebeuren, zal tijdens hun regeringstermijn hoogstwaarschijnlijk opnieuw aan de orde komen.

De Groenen zijn van huis uit geneigd tot pacifisme. Ze zijn sterk pro-Verenigde Naties en huiverig voor vredesmissies onder VN-vlag zonder een besluit van de Veiligheidsraad. Dit leidt tot een stroeve relatie met de overige westerse regeringen, die als het om militair ingrijpen gaat de regels nog wel eens willen versoepelen.

De beslissing inzake Kosovo vertoonde alle kenmerken van een eerste botsing tussen principes en Realpolitik . De gedoodverfde nieuwe Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Joschka Fischer, werd een week lang bewerkt en onder druk gezet om zich aan te sluiten bij de meerderheid binnen de NAVO en het groene licht te geven voor bombardementen indien Milosevic zich halsstarrig bleef opstellen.

Wie bij de recente Duitse verkiezingen op de Groenen heeft gestemd in de hoop dat ze de principes die ze in hun campagne beleden in de praktijk zouden brengen, leze Nancy Mitfords roman Voltaire in Love. Hierin beschrijft de Britse schrijfster uitvoerig de wisselvalligheden van de vriendschap tussen Voltaire en koning Frederik de Grote van Pruisen.

Als kroonprins schreef Frederik, daartoe aangemoedigd door Voltaire, een tractaat tegen Machiavelli, waarin hij aantoonde dat een Europees machtsevenwicht denkbaar is zonder legers of oorlogen.

Maar eenmaal op de troon gooide Frederik zijn overtuigingen overboord en liet hij zijn vriend weten dat iedereen het nu eenmaal zo deed en dat hij voortaan als iedere andere koning gebruik zou maken van de mogelijkheden en de rijkdommen die het voeren van oorlogen hem boden. Bleef hij enerzijds zijn oude beloften trouw om censuur en marteling af te schaffen anderzijds speelde hij het oorlogsspel even gewelddadig en onscrupuleus als Machiavelli's vorst.

De Groenen staan op een vergelijkbare tweesprong. Kiezen ze voor love of voor war. Komen ze aan de macht of alleen in de regering? Alle oude cliche's ten spijt is en blijft dat een tegenstelling. Hebben de Groenen werkelijk de kans om de beginselen waarvoor ze het grootste deel van hun leven gestreden hebben in de praktijk te brengen, of krijgt, nu ze het in het koninkrijk voor het zeggen hebben, de gene voor hun idealen de overhand, of zelfs gewoon de vrees voor de consequenties als ze die idealen in de praktijk zouden brengen?

Men kan het subtiele proces van beinvloeding al in werking zien. De vriendelijke woorden die de vertrekkende kanselier Helmut Kohl voor Fischer overhad (hij noemde hem “begaafd'). De begrijpende maar uiteindelijk toch strenge vermaningen van Bill Clinton tijdens zijn recente bezoek aan Washington aan de zijde van de nieuwe bondskanselier Gerhard Schroder. Clinton zal wel hebben gewezen op zijn studietijd in Oxford, toen ook hij tegen de oorlog demonstreerde, en de noodzaak om dat onnadrukkelijk ter zijde te schuiven als hij echt iets wilde bereiken in de politiek.

Wat Clinton kennelijk ontgaat is het ironische feit dat vier van de hoogste posities in de vier machtigste westerse regeringen worden, of weldra zullen worden, bekleed door anti-oorlogsdemonstranten en dat wanneer zij een front zouden vormen in plaats van stilletjes elkaars moreel te ondermijnen, ze wellicht met enig succes ten strijde zouden kunnen trekken tegen de gevestigde opinie.

Maar in plaats daarvan gaan ze als individu te werk en laten hun huik naar de wind hangen. Ze houden zichzelf voor dat ze dingen gedaan hebben die hun conventionele voorgangers nooit zouden hebben gedaan.

Dat is aan Clinton wel heel duidelijk te zien. Het zou me niets verbazen als Clinton tegen zichzelf zegt: “Ik druk nooit op die knop.' Of dat hij zwelgt in het - naar de pers uitgelekte - feit dat hij tot in de kleine uurtjes is opgebleven om zich er persoonlijk van te vergewissen dat de kruisraketten pas op die fabriek in Soedan werden afgevuurd toen alle werknemers veilig thuis in hun bed lagen. Hij is er ook duidelijk trots op dat hij tijdens zijn reis naar Afrika, eerder dit jaar, de Rwandezen om vergiffenis heeft gevraagd voor het feit dat hij hen in de steek heeft gelaten toen ze hem nodig hadden - toen de VS pogingen van de VN-vredesmacht om te hulp te schieten tegen de genocide op de Hutu-bevolking dwarsboomden. “Welke andere hoge politiek ambtsdrager in de twintigste eeuw zou zo bezorgd zijn, zo schuldbewust?' denkt hij waarschijnlijk.

Dit alles is gebaseerd op de veronderstelling dat het establishment en de machtige ideologische lobby's niet veel meer zouden tolereren. Clinton is er op zijn minst half van overtuigd dat een rechts complot bestaat om hem ten val te brengen. Hij heeft er altijd voor opgepast de top van het Pentagon van zich te vervreemden, vooral na zijn mislukte poging aan het begin van zijn presidentschap om homo-militairen de gelegenheid te geven `uit de kast' te komen. Zelfs de campagne voor een verbod op landmijnen wilde hij niet steunen, ondanks een publieke opinie die murw was geslagen door de dood van prinses Diana. Hij wilde zich niet inzetten voor het Internationale Strafhof waarvan hij toch had gezegd dat hij het wenste, ook al stemden Amerika's naaste NAVO-bondgenoten er allemaal voor.

Afgelopen week waren de Duitse Groenen bijna aan de beurt geweest om te kiezen tussen een moreel of een pragmatisch standpunt over een kwestie van het grootste gewicht, namelijk het al dan niet bombarderen van een ander Europees land. Gelukkig, voor hen, was de dreiging naar het zich laat aanzien voor Milosevic voldoende om hem tot een compromis te bewegen. (De NAVO heeft geluk gehad dat ze met blaffen heeft bereikt waarvoor ze anders had moeten bijten - want uit de hele geschiedenis van de twintigste eeuw blijkt wel dat bombardementen consoliderend werken op de macht van wie daar beneden regeert.) Dit keer is Joschka Fischer er in deze zware afweging nog met een sisser vanaf gekomen - maar hoe zal het de volgende keer zijn?