Diplomatieke status is niet alomvattend

De onschendbaarheid van diplomaten is onmisbaar voor het contact tussen de staten. Maar het is wel een “functionele immuniteit' zoals het Nederlandse lid van het Internationaal gerechtshof prof. P.H. Kooijmans het heeft uitgedrukt.

Dat volgens Chili een diplomatieke status is verbonden aan Pinochets functie van senator voor het leven, zegt dus niet alles.

In een Engelse rechtszaak noemde de rechter Lord Parker het in 1970 een eerste vereiste voor onschendbaarheid dat de diplomaat “in de een of andere vorm is geaccepteerd of ontvangen door dit land'.

Het is de vraag of een incognito bezoek, zoals dat van generaal Pinochet, aan een Londense kliniek daarvoor kwalificeert. Is het zogeheten agrement aanwezig, dan is de diplomatieke immuniteit een hard beginsel. Kooijmans: diplomaten (en hun gezinsleden) zijn vrijwel geheel onttrokken aan de rechtsmacht van de ontvangststaat. Zij mogen niet van hun vrijheid worden beroofd en tegen hen kan geen strafrechtelijke procedure worden aangespannen.

De vaak gehoorde stelling dat een diplomatieke vestiging een stukje territoir van de zendstaat is, is overigens onjuist. Een kind dat ter wereld komt in een van de ambassades in Den Haag wordt wel degelijk op Nederlands grondgebied geboren en niet in een vreemde staat.

Op zichzelf hebben diplomaten zich ook te houden aan de wetten en regels van het land waar zij zijn geaccrediteerd, zo bepaalt de standaardtekst, het Weens verdrag inzake de diplomatieke betrekkingen van 1961 dat in 1964 van kracht werd.

De diplomaat die een verkeersovertreding begaat kan wel degelijk worden bekeurd. Maar de justitie kan vervolgens weinig anders doen dan de bon via het eigen ministerie van Buitenlandse Zaken doorsturen naar de ambassade met het vriendelijk verzoek deze te voldoen.

Een sanctie is er niet.

Bij ernstige vergrijpen zit er voor de ontvangststaat niet veel anders op dan de betrokkene persona non grata te verklaren. Maar dat impliceert wel een vrije aftocht.

Helemaal afgelopen hoeft het daarmee echter ook weer niet te zijn, zo valt op te maken uit het geval van de ambassadeur van Papoea Nieuw Guinea die in Washington een ernstig auto-ongeluk veroorzaakte. Zijn regering riep hem terug en vroeg dat de zaak tegen hem dan wel zou worden ingetrokken.

De Verenigde Staten wezen echter de stelling af dat het internationale recht zich verzet tegen strafvervolging van een vroegere diplomaat voor feiten die hij buiten zijn officiele functie heeft begaan.

In zijn uitspraak over de bezetting van de Amerikaanse ambassade in de Iraanse hoofdstad Teheran, eind jaren zeventig, betitelde het Internationale Gerechtshof de diplomatieke onschendbaarheid als een self-contained regime, een juridisch bastion dus.

Maar het wereldhof noteerde ook dat er middelen moeten zijn om mogelijk misbruik van deze speciale status tegen te gaan.