Baan aangeklaagd door specialisten

Bijna elk bedrijf dat wisselvallige resultaten boekt, kan

in de Verenigde Staten rekenen op belangstelling van advocaten. Zo ook de Baan Company.

De Amerikaanse advocatenkantoren die de Baan Company hebben aangeklaagd wegens misleiding van beleggers zijn specialisten op hun gebied. De advocaten, die strike lawyers worden genoemd, pluizen uitlatingen van ondernemingen na om te zien of ze als basis kunnen dienen voor een rechtszaak.

De drie kantoren, Wolf Haldenstein Adler Freeman & Herz, Abbey Gardy & Squitieri en Cohen Milstein Hausfeld & Toll, hebben al tientallen zogeheten class action suits lopen. Dit zijn groepszaken waarbij klagers zich achter een reeds gedeponeerde aanklacht kunnen scharen, of soms nog jaren na een gunstige uitspraak kunnen profiteren.

In het geval van Baan hebben de advocaten vermeende discrepanties gevonden tussen de uitlatingen van Baan en de werkelijke situatie zoals die naderhand door het bedrijf is afgeschilderd. De juristen verwijten Baan in dit geval dat het bedrijf zijn aandelenkoers kunstmatig hoog heeft gehouden door onjuiste mededelingen te doen. Het bedrijf en het topmanagement hadden volgens de advocaten motieven om beleggers om de tuin te leiden. Baan heeft in de periode waar het om gaat een overname in aandelen gedaan en ook hebben topmensen van het bedrijf in die periode aandelen van de hand gedaan.

Bijna elk bedrijf dat, om wat voor reden dan ook, te maken heeft met wisselvallige resultaten kan in de Verenigde Staten verwachten dat er advocaten op afkomen. De juristen ruiken bloed. Vooral technologiebedrijven krijgen te maken met een bombardement van aanklachten als de aandelenkoers van hun bedrijf daalt. Veel ervan zijn jonge bedrijven die wegens de aard van het product en de dynamiek van de sector met schommelingen van de koers te maken hebben.

De Amerikaanse Electronics Association schat dat slechts 5 procent van de aangeklaagde bedrijven besluit dergelijke zaken uit te vechten.

De meeste bedrijven proberen liever de zaak te schikken in plaats van jarenlang vast te zitten aan een rechtszaak die ze handenvol geld kan kosten. Volgens schattingen van de National Economic Research Associates incasseerden advocaten in class-actionzaken tussen 1991 en 1994 ongeveer 227 miljoen dollar aan vergoedingen uit 319 rechtszaken. Dat is bijna een derde van de totaal 709 miljoen dollar die in schikkingen in zaken is overeengekomen. Een op de drie rechtszaken ging tegen een hightechbedrijf.

In 1995 stond op het verkiezingsformulier in Californie het zogeheten Proposition 211, een referendumvoorstel dat het gemakkelijk moest maken voor beleggers en hun vertegenwoordigers om bedrijven te vervolgen. Het was een gevecht tussen advocatenkantoren en technologiebedrijven waarbij reclamecampagnes van miljoenen dollars tegen elkaar opboksten. Intel maakte in de loop van het jaar bekend geen enkele mededeling over de toekomst meer te doen want die kon tegen het bedrijf worden gebruikt.

Wie kijkt waar de strike lawyers van bijvoorbeeld Wolf Haldenstein Adler Freeman & Herz zich mee onledig houden, ziet dat Baan zich in goed gezelschap bevindt. Onder de enkele tientallen bedrijven die het kantoor vervolgt zijn Alcatel, Compaq, LandRover, Northern Telecom, Sunbeam en Triton Energy.

Alcatel had na de overname van DSC Communications te maken met een paar tegenvallers in de boeken van DSC. Compaq zou in een bepaald kwartaal de markt overvoerd hebben en het volgende kwartaal tegenvallers hebben gehad. LandRover zou auto's hebben afgeleverd met excessieve roestvorming. Sunbeam en Triton hebben zich aan dezelfde zaken schuldig gemaakt als Baan. Wee het bedrijf dat slechte resultaten boekt, het zal dubbel worden gestraft.