Arrestatie komt Spanje niet uit

De Spaanse regering laat nog in het ongewisse of zij een verzoek van Spaanse rechters om uitlevering van Pinochet zal ondersteunen.

Voor de Spaanse premier Aznar kon de arrestatie niet op een ongelegener moment komen: uitgerekend tijdens de voor Spanje belangrijke Iberamerikaanse top van regeringsleiders uit Zuid-Amerika, Spanje en Portugal, het afgelopen weekeinde in het Portugese Porto. De kwestie-Pinochet, die de afgelopen twee jaar een min of meer sluimerend bestaan leidde in de rechtsgang in Spanje, zorgde onverwachts voor een bijzonder ongemakkelijk diplomatiek en moreel dilemma.

Nadat eerst de minister van Buitenlandse Zaken Matutes had onderstreept dat de Spaanse regering de besluiten van justitie zal respecteren, drong premier Aznar bij de onderzoeksrechters aan op “verantwoordelijkheid en voorzichtigheid'. De regering-Aznar voelt er niets voor haar verhoudingen met Chili op het spel te zetten door de uitlevering van Pinochet te vragen. Dat lijkt te veel op inmenging van buitenaf in het ingewikkelde proces van de vreedzame overgang van een dictatuur naar een democratie in Chili. Een proces waarvoor nota bene de Spaanse Transicion de overgang van Franco's dictatuur naar een parlementaire democratie model heeft gestaan.

Wie evenwel geen boodschap hebben aan dergelijke politieke overwegingen zijn de Spaanse onderzoeksrechters Baltasar Garzon en Manuel Garcia-Castellon. Beiden gelden als magistraten die zich niet aan een leiband laten leggen. Garzon werd bekend als de man die met zijn onderzoek naar de doodseskaders een belangrijke bijdrage leverde aan de ondergang van het laatste kabinet-Gonzalez. Twee jaar geleden begonnen beide rechters een onderzoek naar de misdaden begaan onder de militaire regimes van Argentinie en Chili. De aanleiding was een aanklacht ingediend door een groep `progressieve' Spaanse aanklagers.

De aanklacht was aanvankelijk breed geformuleerd, maar is later toegespitst op de verdwijningen van een aantal Spanjaarden.

De arrestatie van Pinochet is een direct uitvloeisel van beide onderzoeken. Terwijl Garcia-Castellon genocide, marteling, internationaal terrorisme en verdwijning onder de voormalige Chileense junta onderzoekt, bekijkt Garzon de Argentijnse dictatuur.

Hieronder valt de zogenoemde “Operatie Condor'. Het gaat daarbij om een plan dat werd uitgewerkt door Pinochets gevreesde politieke politie (Dina) om samen met de junta's van Argentinie Uruguay en Paraguay politieke tegenstanders te ontvoeren en te vermoorden. De indruk bestaat dat in het geval Pinochet beide Spaanse ondezoeksrechters vorige week enigszins overvallen werden door het nieuws dat Pinochet zich in Londen bevond. Tot dusver werd geen directe aktie tegen de ex-dictator ondernomen, omdat het bewijsmateriaal voor een mogelijk verzoek tot uitlevering nog onvoldoende hard zou zijn. “Er is een zeer solide bewijsvoering nodig die ik nog niet bezit', zo verklaarde Garcia-Castellon vorige week nog tegenover het dagblad El Pais. Bij zijn collega Garzon zou de situatie al niet veel beter zijn. Niettemin werd het bevel tot aanhouding uigevaardigd om te voorkomen dat Pinochet ongemoeid kon terugkeren naar Chili.

De onderzoeken in beide gevallen zijn tot dusver traag verlopen als gevolg van het overladen programma binnen het Spaanse justitiele apparaat.

Ook het gebrek aan medewerking van de Chileense en Argentijnse autoriteiten bevorde geenszins een snelle afhandeling. Daarbij komt dat de bewijzen van zaken na de lange periode die verstreken is, vaak moeilijk te leveren zijn.

Niettemin werd vooruitgang geboekt: vorig jaar verdween de voormalige Argentijnse kapitein Adolfo Scilingo tijdelijk in de Spaanse gevangenis, nadat hij zich vrijwillig voor verhoor had aangemeld.

Zijn getuigenis bleek een ijzingwekkend verslag van hoe politieke tegenstanders in gedrogeerde toestand uit vliegtuigen in zee werden gegooid.

Op basis hiervan vaardigde Garzon een internationaal opsporingsbevel uit tegen tien hoge ex-militairen in Argentinie. Tegen ex-juntaleider Leopoldo Galtieri werd een bevel van onvoorwaardelijk voorlopige hechtenis uitgevaardigd.

Een gedegen bewijsvoering is vooral van belang omdat de hoofdofficier van justitie Fungarino en staatsaanklager Jesus Cardenal geenszins van plan zijn een uitleveringsverzoek van Pinochet te steunen.

Beide aanklagers uit het uiterst conservatieve kamp zorgden reeds vanaf het begin van hun politieke benoeming voor grote opschudding binnen de Spaanse magistratuur. Dat werd er niet minder op nadat Fungarino in een document de Zuid-Amerikaanse dictaturen vergoelijkte als “een tijdelijke vervanging van de constitutionele orde'.

De weerstand van beide aanklagers lijkt daarbij direct te worden aangestuurd vanuit de Spaanse regering. Al eerder lekten berichten uit in de Spaanse pers dat vanuit Argentijnse en Chileense diplomatieke en militaire kring rechtstreeks druk werd uitgeoefend om het gerechtelijk onderzoek te blokkeren.

Technisch gesproken zal het Spaanse kabinet een besluit moeten nemen over het verzoek tot uitlevering dat beide rechters nu in voorbereiding hebben.

In kringen van de oppositie is daarbij reeds de vrees uitgesproken dat de regering mogelijkerwijs de maximale termijn van veertig dagen na het begin van de arrestatie moedwillig zal laten verlopen om aan een pijnlijk besluit te kunnen ontsnappen.