Alles beter dan Iraakse gevangenis

Omdat de lekkende tenten in Ermelo totaal ongeschikt waren, is in Heumensoord binnen de kortste keren een tentenkamp voor asielzoekers ingericht. Dagjesmensen worden op een afstand gehouden.

Zweden kostte elfduizend gulden, maar dat kon zijn vader niet opbrengen. Ahmad (28) uit Irak betaalde ruim zevenduizend gulden om door een mensensmokkelaar naar Nederland te worden gebracht. De tocht was moeilijk en gevaarlijk, zegt hij. Vooral de oversteek van Albanie naar Italie. In totaal was hij drie weken onderweg. Door Turkije met de trein vanaf Italie met een busje met 21 andere vluchtelingen door Frankrijk en Belgie. Tijdens de tocht mochten ze de wagen niet uit. “Ieder land heeft zijn prijs. Ze zeggen dat Zweden het beste is, dat je daarvandaan zeker niet teruggestuurd wordt. Van Nederland heb ik gehoord dat ze goed zijn voor buitenlanders.'

Vijf dagen geleden kwam hij in Nederland aan. De eerste dag sliep hij buiten, daarna meldde hij zich bij de politie. Hij werd naar het aanmeldcentrum in Rijsbergen gestuurd en kwam terecht in het inmiddels opgedoekte tentenkamp in Ermelo. “Dat was niet best nee. Maar ik klaag niet.' De uit de grond gestampte barakken in Heumensoord bevallen beter. Het is er groot, warm en droog. “Maar echt, het maakt mij niet uit. Alles beter dan Irak. Daar worden mensen neergeschoten, daar zijn geen mensenrechten.' Ahmad zat vijftien dagen in de gevangenis. “Voor Iraakse begrippen heel kort.' Het was er donker verder herinnert hij zich niet veel. “Ik was vooral bezig niet geslagen te worden.' Hij kijkt nerveus door de grote tent.

Het is de centrale barak van de noodopvang voor asielzoekers in Heumensoord bij Nijmegen. Een grote partytent met lange tafels. Aan de tafels zitten groepjes nationaliteiten. Angolezen bij Angolezen, Irakezen bij Irakezen, Somaliers bij Somaliers, Kosovaren bij Kosovaren. En een paar eenlingen. Een vader voetbalt met zijn zoontje.

“Ja mijnheer, wat zou u doen', vraagt C. Knopjes retorisch. Hij is als projectleider verantwoordelijk voor de opzet van het tentenkamp in het bos bij Nijmegen. “U zou toch ook bij uw landgenoten gaan zitten?'

Donderdagochtend overlegde staatssecretaris Cohen (Justitie) met een bouwbedrijf. Het drassige en lekkende tentenkamp in Ermelo voldeed niet, er moest een comfortabeler alternatief komen. Vrijdagochtend zat Knopjes, normaal gesproken werkzaam bij het ministerie van Justitie, om de tafel met het bouwbedrijf en de gemeente Nijmegen. Er werden spijkers met koppen geslagen en in anderhalve dag stonden de eerste tenten. Het scenario lag klaar, omdat op dit terrein tijdens de Vierdaagse soortgelijke barakken worden neergezet voor de huisvesting van buitenlandse militairen. De asielzoekers uit Ermelo werden zaterdagavond met busjes overgebracht naar Heumensoord. Die eerste nacht sliepen er 227 mensen in het nieuwe kamp.

“Het is nog steeds sober', zegt Knopjes. Hij draagt bergschoenen onder zijn nette pak, want het is er een beetje modderig. “Dat andere tentenkamp, in Leiden, is chique en geisoleerd. Maar we houden hier, onder alle omstandigheden, de binnentemperatuur ook op twintig graden.'

Terwijl hij het zegt komen continu asielzoekers het kamp binnen. Ze komen met busjes vanaf de aanmeldcentra in Rijsbergen en Zevenaar. “Soms komen ze zelfs met taxi's, als ze maar met zijn tweeen zijn. Daar moeten we een oplossing voor vinden, want het is toch belastinggeld.' Knopjes denkt aan een busdienst tussen de aanmeldcentra en de opvang in Heumensoord.

De asielzoekers blijven gemiddeld een dag of drie in het tentenkamp. Ze zijn in afwachting van hun eerste ontmoeting met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).

Ze hebben een papiertje bij zich met de dag en het tijdstip waarop ze zich moeten melden. Li Xiang (17) uit China draagt het als een talisman op zijn hart. Hij kwam met de trein naar Moskou en ging met een truck door Duitsland. Woensdag moet hij zich melden in Rijsbergen.

Abukar (30) uit Somalie heeft morgen zijn intake-gesprek. Wat hem te wachten staat, weet hij niet. Hij betaalde een smokkelaar ruim zesduizend gulden en samen vlogen ze van Kenia naar Amsterdam. De man loodste hem langs de douane op Schiphol. “Toen zei hij dat ik even op hem moest wachten. Daarna heb ik hem niet meer gezien.' Dat was vijf dagen geleden. Abukar sliep twee dagen “bij een Nigeriaan' en meldde zich toen bij de politie. Die stuurde hem naar Rijsbergen, daarna ging hij naar Ermelo. “Twee nachten in een tent. Overal modder. Gisteren kwam ik hier. Veel beter.' Hij ontvluchtte Mogadishu, omdat hij “zijn leven wilde redden'. Als lid van een kleine minderheid loopt hij in Somalie gevaar, zegt hij. Zijn vrouw en vier kinderen liet hij achter. Geemotioneerd: “Ik weet niet of ze veilig zijn maar ik had geen keus. Many problems, you know. Now, no problem.'

De partytenten in Heumensoord worden door de marechaussee bewaakt. Er staan hekken rondom het kamp, het zicht wordt beperkt door blauwe schermen. De vele dagjesmensen - het bos tussen Nijmegen en Malden is een populair wandelgebied - en pottenkijkers moeten worden buitengehouden. Een mevrouw wil graag even kijken. Het mag niet. “We kregen een oproep dat we de asielzoekers vriendelijk moesten opvangen. Nou, zolang ik er geen last van heb vind ik het geen probleem hoor.'

De wens lijkt de vader van Ahmads gedachte als hij beweert dat Nederlanders gastvrij zijn.

“Een paspoort heb ik niet. Dat is in Irak voorbehouden aan partijleden en mensen met connecties. Via een smokkelaar is de enige manier om het land uit te komen. Ik had geen keus. Geld is niet belangrijk, daarvoor had ik nooit mijn familie verlaten. Ik wil alleen mijn leven leven.'