Vredesprijs, maar het mes ligt op tafel

Ondanks de Nobelprijs voor John Hume en David Trimble kan de Noord-Ierse vrede een half jaar na het Goede Vrijdag-akkoord nog niet op eigen benen staan. Alle partijen onderhandelen met het mes op tafel verder.

De vrede in Noord-Ierland kan alleen slagen als politici luisteren naar `de wil van het volk', zei de Britse premier Tony Blair twee weken geleden tegen de Labour-conferentie in Blackpool. En als het volk geleid wordt door de goede mensen, voegde hij eraan toe, “mensen als David Trimble en John Hume.' Daarna pauzeerde hij even. Zou hij het doen?

Hij deed het. “And yes, er is ook een Gerry Adams voor nodig', zei Blair.

Dat laatste was voor het comite dat gisteren de Nobelprijs voor de Vrede toekende aan David Trimble en John Hume kennelijk een brug te ver. Wel de recent bekeerde protestantse havik Trimble, wel de katholieke verzoener Hume. Maar dus niet Gerry Adams, kortgeleden nog het politieke gezicht van het katholieke geweld, maar ook degene zonder wiens concessies het Goede Vrijdag-akkoord evenmin mogelijk was geweest.

Volgens de jury is de prijs bedoeld als internationale aanmoediging om de voorlopige vrede in Noord-Ierland na dertig jaar en 3.500 doden te consolideren. De vergelijking met een ander, langer en bloediger vredesproces dat nog wat aanmoediging verdient ligt voor de hand. In 1994 kende het comite dezelfde prijs toe aan degenen die het begin van de vrede tussen Israel en de Palestijnen bezegelden: de Israelische premier Rabin en zijn minister Peres. Maar anders dan gisteren deelde de ex-terroristenleider aan de overzijde van de tafel, PLO-chef Arafat toen ook in de prijs.

Zoals altijd geeft de jury ook nu geen inzicht in haar motieven, en zij is trouwens ook geen verantwoording schuldig. “We schrikken voor niemand terug', zei voorzitter Sejersted gisteren. “We proberen alleen de meest passende kandidaten te vinden.Veel mensen hebben bijgedragen aan dit proces, niet in het minst Gerry Adams.'

Als de Sinn Fein-leider, tot gisteren zelf serieus kandidaat voor de vredesprijs, zich al gepasseerd voelde door de calvinisten uit Oslo reageerde hij tamelijk sportief.

“Zonder Hume's moed en visie zou er helemaal geen vredesproces zijn geweest', zei hij over de man die hem ervan overtuigde dat juist het afzweren van geweld hem meer politieke invloed zou bezorgen dan het voortzetten van de gewapende strijd.

Adams feliciteerde ook David Trimble, premier van de nieuwe Noord-Ierse regering-in-aanbouw, maar hij zei erbij dat het winnen van de prijs een “enorme verantwoordelijkheid met zich meebrengt'. Wat hij niet zei was dat diezelfde verantwoordelijkheid ook op zijn eigen ongelauwerde schouders rust. Want Nobelprijs of niet, de vrede kan ruim een half jaar na het Goede Vrijdag-akkoord nog steeds niet op eigen benen staan.

Er zijn vrijblijvende bijeenkomsten geweest, maar de harde feiten zijn mager. Er zijn gevangenen `uitgewisseld' maar of, hoe en wanneer de verantwoordelijken voor de grootste moordpartijen worden vrijgelaten is onduidelijk. Een nieuwe politiemacht voor Ulster moet het vertrouwen wekken van beide zijden, maar hoe die moet worden ingericht is evenmin zeker. En ten slotte: het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA), de katholieke splintergroepen en hun protestantse tegenhangers houden zich nu aan een staakt-het-vuren, maar maken geen aanstalten om semtex en Armalites in te leveren.

Zolang Adams niet bewijst dat hij de IRA kan dwingen de wapens werkelijk neer te leggen, krijgt Sinn Fein van Trimble geen plek in de nieuwe regering. En zolang Adams van Trimble geen krediet krijgt, voelen de nationalisten zich niet werkelijk serieus genomen.

Trimble en Hume hebben gezegd de Nobelprijs als een geweldige eer te beschouwen. Maar een woordvoerder van Trimble's eigen partij zei dat de prijs op precies het verkeerde moment komt, gegeven de “weigerachtigheid van sommige partijen de wapens neer te leggen'.

En de ijzeren dominee Paisley zei zelfs dat Hume en Trimble de Nobelprijs niet eens hadden mogen krijgen omdat zij nog “helemaal niets' hadden bereikt voor de goede zaak. Gerry Adams is inmiddels diplomaat genoeg om te zeggen dat hij zich “gesterkt' voelt en “deelt' in de vreugde om de prijs “voor het Noord-Ierse volk als geheel'.

Er is een soort vrede en er is een soort prijs, maar de partijen pokeren met het mes op tafel verder.