Vredeshitser

Het eigenaardige van de Nobelprijs voor de vrede is dat je het beste een oorlog op je geweten kan hebben om hem te winnen. Dit geldt voor Yasser Arafat, Shimon Peres en Yitzhak Rabin, (1994), voor Nelson Mandela en Frederik Willem de Klerk (1993), voor Henry Kissinger en Le Duc Tho (1973) en vele anderen. Het is een oude wet: beloning op inkeer is hoger dan op permanent braaf gedrag.

Toevallig heb ik een van de winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede van dit jaar, de leider van de Ulster Unionist Party (UUP) David Trimble eens ontmoet. Het was in het Noord-Ierse stadje Portadown, juli vorig jaar, tijdens het seizoen van de oranjemarsen. In dat seizoen willen de zogeheten `oranjemannen', protestanten die loyaal zijn aan de Britse kroon, koste wat kost door katholieke wijken marcheren. Ze vieren daarmee de overwinning van Willem van Oranje op de katholieke koning Jacobus II in 1690.

De katholieken in Noord-Ierland ervaren die marsen als een soort verkrachting. Ieder jaar doen die paar honderd meter oranjemars de haat tussen de twee bevolkingsgroepen, die de afgelopen dertig jaar meer dan 3500 doden heeft gekost, ontvlammen. Dit jaar werden tijdens het marsseizoen nog een paar kinderen vermoord.

Die ochtend stond een lange colonne Oranjemannen met bolhoeden op en oranje linten om bij het Oranjehuis in de Carleton Street in het centrum van Portadown te trappelen om aan de tocht te beginnen. Een haag van mannen, vrouwen en kinderen in zondagse kleding keek toe. Er was weken onderhandeld over de route van de mars. Zonder resultaat.

David Trimble stond vrolijk te keuvelen met de voorste vlaggendrager. Hij stond er trots bij in zijn traditionele kostuum met oranje sjerp. Ik vroeg: “Is deze mars u zoveel problemen en geweld waard?' De man die volgens het Nobelprijs-comite de `eerste stap heeft gezet voor het opbouwen van het wederzijdse vertrouwen waar duurzame vrede in Noord-Ierland op moet zijn gebaseerd' antwoordde: “Dit is een vreedzame mars die al bijna 200 jaar wordt gehouden. Als er geweld uitbreekt, is dat de schuld van de katholieken, niet van de Oranjemannen.'

Even later stonden de Oranjemannen verderop bij de kerk van Drumcree op het punt om de katholieke Garvaghy Road in te trekken.

Daar stond David Trimble ook weer. Hij applaudisseerde hartstochtelijk. De huizen in de katholieke straat waren afgeschermd door honderden tanks en pantserwagens en zwaarbewapende politiemannen. Helikopters ronkten in de lucht. De Oranjemannen trokken door de straat terwijl de katholieke bewoners zachtjes scholden.

Toen de stoet voorbij was en de politiemacht zich terugtrok, begonnen de bewoners te gooien met stenen en flessen. Ook kinderen gooiden stenen. Een jongen sprong in blinde woede tegen een pantserauto op. De militairen schoten plastic kogels af, vrouwen en kinderen vluchtten weg tussen de huizen. Iemand gooide een brandbom. Drie jongens met bivakmutsen op verbrandden op een grasveldje naast Garvaghy Road een Britse vlag.

David Trimble moet die dag opgelucht naar huis zijn gegaan. De Nobelprijs voor de vrede kon niet ver meer weg zijn.