Valse start

WEINIG IS ZO vergankelijk als politiek vertrouwen. Ook Nederlandse politici weten hier van mee te praten. Bij zijn tienjarig ambtsjubileum in 1992 kreeg minister-president Lubbers nog juichende kritieken. Twee jaar later lag zijn partij, het CDA, in de vernieling en verdween daarmee tevens alle glans van het premierschap van Lubbers. De publieke beoordeling is vaak springerig en onbarmhartig, maar wel een gegeven.

De paarse succesformule dreigt nu iets soortgelijks te overkomen. Zo soepel als de eerste regeringscoalitie bestaande uit PvdA, VVD en D66 het land bestuurde en daarbij behorende waarderingscijfers opstreek, zo stroef zijn de eerste maanden van het tweede paarse kabinet verlopen. De geprolongeerde coalitie lijkt zich van incident naar incident te slepen terwijl richtinggevend beleid uitblijft.

Het begon al eind augustus bij de presentatie van het kabinet aan de Tweede Kamer. Elders in de wereld greep de economische terugslag snel om zich heen, maar in Nederland gingen de gordijnen dicht en toetsten de regeringspartijen het kabinet op de verdeling van eventule extra meevallers aan het eind van de zittingsperiode. Nog geen drie weken later, bij de presentatie van de Miljoenennota was het optimisme al aanzienlijk getemperd. Premier Kok en minister Zalm (Financien) hebben gelijk als zij stellen dat men elkaar de crisis niet moet aanpraten. Maar de euforische stemming bij het aantreden van het kabinet getuigde van weinig werkelijkheidszin. Temeer als het oog voor de realiteit enkele weken later wel wordt getoond. Het maakt allemaal een weinig coherente indruk.

DAN WAREN ER de slordigheden. Een greep: minister De Grave (Defensie) die voortijdig de naam van ex-minister De Ruiter naar buiten bracht als mogelijke Srebrenica-onderzoeker, de afhandeling van de Victoria Boogie Woogie-aankoop, de onduidelijkheid of er nu wel of niet gedreigd is met een veto in de Europese Unie als de Nederlandse afdrachten niet worden verlaagd, de kwestie of er nu wel of geen islamitische middelbare school in Rotterdam mocht worden gevestigd.

Ronduit het pijnlijkst voor het kabinet zijn echter Schiphol en het asielzoekersprobleem.

Twee zaken die niets met elkaar te maken hebben, maar desondanks toch een ding gemeen hebben: de weinig inspirerende, bijna fatalistische houding die het kabinet ten aanzien van deze beide onderwerpen uitstraalt. Als het kabinet reeds aan het begin van de rit - als iedereen nog nieuw tegen de materie aan kan kijken - niet weet hoe deze zaken aan te pakken, hoe moet het dan straks?

PAARS I MAAKTE in 1994 volop gebruik van het `momentum' hetgeen resulteerde in een vliegende start. De ervaring leert dat tweede kabinetten van dezelfde signatuur het altijd moeilijker hebben. Al snel dreigt een vorm van metaalmoeheid toe te slaan. De politieke voorlieden van de coalitie hebben deze dreiging trachten te ondervangen door bij Paars II een fikse personele verniewing door te voeren.

Maar het is juist de frisse blik die tot nu toe heeft ontbroken. Paars II is te veel de gevangene van Paars I. Het gevolg is dat de vliegende start van weleer plaats heeft gemaakt voor een valse start.