Tot nietsdoen veroordeeld; De verzorgingsstaat kan immigranten geen werk geven

Ledig zijn de dagen van asielzoekers. En dat verandert vaak niet eens als ze definitief worden toegelaten. Een uitkering vergt nu eenmaal de minste aanpassing van de verzorgingsstaat. De dilemma's van een toevluchtsoord dat geen immigratieland mag heten.

Twee jaar woont de Soedanees Osman Khater Adam in Nederland en het zal nog lang duren voor hij werkt. Hij is een van de ijverigste leerlingen van Paula Odinot, die Nederlands geeft aan immigranten in buurthuis Tagrijn in de Amsterdamse volkswijk De Baarsjes. Moeilijk, want het Nederlands is ver verwijderd van zijn eigen taal. Het is al bijzonder dat hij zo snel aan de inburgeringscursus mag meedoen. Asielzoekers hebben drie, vier, vijf jaar van gedwongen isolement.

Toch heeft de 29-jarige Osman een lang en eenzaam traject voor de boeg. Na een jaar van zes uur per week Nederlands komt nog een vervolgcursus van drie jaar. Dan wil hij naar school. Er zijn weinig andere Centraal-Soedanezen dus zoekt hij met wat Koran-Arabisch aansluiting bij de Marokkanen. Het portaal van de flat waar hij woont, is bang voor zwarten, denkt hij. Hij hoort de deuren die hij passeert op slot gaan.

Ook de andere acht leerlingen van Odinot kunnen niet aan de slag. De meesten zullen waarschijnlijk nooit betaalde arbeid kunnen verrichten. De Koerdse Fowsia is ver in de vijftig, de jonge gesluierde Rukhsina heeft als Pakistaanse nauwelijks aansluiting in Nederland. Mustafa doet goed zijn best maar schiet niet op met de taal. De Algerijn Khabat is moe en vaak ziek. De Somalische Nourto leert niet snel, maar is voldoende vlot om zich te redden. Zij heeft ook kinderen in Nederland.

Zo gul als Nederland is met humanitaire verblijfsvergunningen, zo weinig succes boekt het met werkverschaffing aan asielzoekers en gezinsherenigers. Nederland duldt de nieuwkomers in een opvangkamp of Bijlmerflat maar niet in een kantoor of werkplaats. Met verblijfsvergunning in de hand worden ze alsnog geweigerd aan de deur van de werkgever.

Eenzevende van de bijstandsontvangers heeft niet de Nederlandse nationaliteit (CBS) en daar komen de Nederlandse allochtonen nog bij. Een uitkering houdt hen buiten de deur en vergt de minste aanpassingen van de verzorgingsstaat. Het groeiende overschot aan ongeschoolde arbeid veroorzaakt dan geen negatieve loonspiraal.

Er zijn grenzen aan de opgelegde harmonie van het poldermodel. Drie keer zoveel immigranten als autochtonen zijn werkloos 18 versus 6,3 procent. De Nederlandse arbeidsmarkt heeft beperkte opnamecapaciteit. Als het economisch tegenzit, verdwijnen veel banen aan de onderkant. Werkloze nieuwkomers vormen getto's in de armste wijken van de stad, waar misdaad groeit. De sociale problemen zetten zich tot in de tweede en derde generatie voort.

Immigranten zijn het slachtoffer van de verzorgingsstaat die minder ongeschoolde banen met laag loon beschikbaar heeft dan de klassieke overzeese immigratielanden als de Verenigde Staten, Australie en Canada. In die landen heb je werkende armen, maar die verkeren ten minste niet in het isolement van de uitkering. Er zijn minder bureaucratische beletsels voor het beginnen van nieuwe bedrijven dan in Nederland. Mensen kunnen er minder leunen op de sociale dienst. Het mooiste zou zijn: de dynamiek van de Amerikaanse arbeidsmarkt met de zekerheid van de Nederlandse, maar die combinatie bestaat nergens.

Omdat het dilemma niet valt op te lossen, zijn de economische vragen over immigratie in Nederland gemeden. Het Sociaal en Cultureel Planbureau en het CBS verzamelen wel cijfers. Deze hadden ook gevolg voor sociaal beleid maar niet voor de immigratie zelf. Ondanks de hoge immigratie is Nederland officieel geen immigratieland, dus hoeft de regering ook niet over beleid na te denken.

Het beleid staat op de automatische piloot van werkende EG-burgers, asiel zoeken en gezinshereniging.

“Politici houden zich niet bezig met de vraag of de hele asielzoekerij misschien een symptoom is van iets anders', zegt de Amsterdamse sociaal-geograaf dr. Jeroen Doomernik. “De toestroom is een gevolg van globalisering. Wij profiteren van goedkope arbeid in Derde-Wereldlanden. Tegelijk zet je de mobiliteit deze kant op. Als doekje voor het bloeden laten we wat asielzoekers binnen.'

Volgens dr. D.J. van de Kaa, demograaf, bevordert immigratie op de lange duur economische groei. Het is goed om de bevolking niet te laten krimpen. Maar voor een Europees land heeft Nederland al een relatief jonge bevolking. Bovendien is het verjongingseffect van immigratie marginaal omdat ook veel oudere mensen immigreren. Op korte termijn zijn vooral veel kosten verbonden aan inburgering, scholing en uitkeringen. Arme wijken, waar ook veel allochtone Nederlanders wonen, vallen telkens opnieuw terug. Het kersverse rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau, 1998, bevestigt het: “De bijdrage die het Nederlands onderwijssysteem en de arbeidsmarkt wel degelijk aan de absorptie van de minderheden leverden, werd ten slotte gedeeltelijk aan het oog onttrokken door steeds nieuwe generaties van vestigers met wier integratie nog een begin moest worden gemaakt.'

In Duitsland dreigt een sociaal conflict door de massale immigratie. Behept met een groter historisch schuldgevoel en centraler in Europa gelegen dan Nederland ontvangt dit topimmigratieland jaarlijks meer nieuwkomers dan de Verenigde Staten, ruim 1 miljoen per jaar. Enerzijds werken immigranten voor minder loon dan Duitse autochtonen; Duitse bouwvakkers zijn werkloos terwijl immigranten uit Zuid-Europa en van buiten de EG meebouwen aan het nieuwe Berlijn.

Anderzijds moeten immigranten vaker een beroep doen op een uitkering. Een kwart van de bijstandsgerechtigden in Duitsland heeft niet de Duitse nationaliteit.

De nieuwe Duitse regering heeft voorgesteld naturalisatie voor buitenlanders gemakkelijker te maken, maar is tegelijkertijd veel restrictiever geworden met de toelating van asielzoekers. Vorige regeringen hebben altijd gesteld dat Duitsland niet armer is geworden maar dat er meer armen naar Duitsland zijn gekomen. De kosten voor uitkeringen lopen zo hoog op dat de regering denkt aan kortingen.

Intussen neemt de xenofobe terreur toe. Vooral in gebieden met extreem hoge werkloosheid - zoals het voormalige Oost-Duitsland - lopen immigranten gevaar voor geweld door extreemrechts. Frankrijk, het oudste Europese immigratieland, kent dezelfde hoge werkloosheid en extreem-rechts is er nog ruimer vertegenwoordigd dan in Duitsland.

Ook in de overzeese landen heerst spanning over de felle concurrentie door immigratie, maar die is diffuser. In 1992 ontstond er onder de zwarte bevolking in Los Angeles een oproer met branden, plunderingen en geweld. Aanleiding was het harde politie-optreden tegen de zwarte bevolking oorzaak was de verpaupering van laaggeschoolde zwarten ten gevolge van succesvolle concurrentie door immigranten uit Mexico en Azie. De Latino's en Aziaten waren meestal niet georganiseerd in bonden en werkten voor minder loon dan de zwarten gewend waren.

Dergelijke rellen bewijzen dat de immigranten het in Los Angeles beter doen dan in Nederland en Duitsland, al gaat het soms ten koste van de lokale armen. Ze denken in de overzeese landen eeuwen na over de vraag hoe immigranten aan de kost moeten komen.

Lage-lonenbanen zijn aantrekkelijker omdat de uitkeringen lager zijn. Emigranten naar Amerika moeten zich voor hun komst voorbereiden op een baan in dat land. Werkloosheid onder allochtonen is er nauwelijks hoger dan onder autochtonen. Asielzoekers kunnen er snel aan de slag en hun aantallen zijn relatief beperkter dan in Nederland. De Nederlandse Derde-Wereldimmigrant begint zijn bestaan met jaren en vaak levenslange afhankelijkheid en dat is precies het tegenovergestelde van wat emigratie zou moeten zijn: het enthousiaste begin aan een nieuw zelf geschapen leven, ongehinderd door vervolging, gebrek of corruptie.

Kinderen van immigranten doen het gemiddeld wat beter dan hun ouders. De gemiddelde werkloosheid onder Turkse immigranten en hun kinderen is 31 procent, onder Marokkanen 24, onder overige allochtonen - die uit alle delen van de wereld komen - 22 procent. De immigranten die wel werken overwonnen weerstanden die de modale Nederlander niet op zijn weg tegenkomt.

De Amsterdamse Bijlmer, bezongen om haar veelkleurigheid is een samenleving van uitkeringstrekkers, verkommerend potentieel talent. Illegalen zijn de voortrekkers van de ondernemingslust, zij kunnen niet anders. Ook bijstandsgerechtigden doen mee om hun inkomen te verbeteren. De informele sector bloeit. Officieel zijn er 12.000 werkzoekenden eenderde van de beroepsbevolking, veel hoger dan het Amsterdamse gemiddelde van twaalf en het nationale gemiddelde van ruim vier procent.

Henrie van Hensbergen, directeur van het Arbeidsbureau in de Bijlmer inventariseert de problemen. Veel asielzoekers komen moeilijk aan het werk. Ze zijn door de jarenlange werkloosheid en onzekerheid over hun lot getraumatiseerd.

Anderen hebben torenhoge schulden, en gaan in inkomen achteruit, zodra ze een baan accepteren. Geschoolde immigranten kunnen hun diploma's vaak niet in Nederland gebruiken en ze moeten opnieuw beginnen. Alleenstaande moeders kunnen niet werken omdat de kinderoppas meer kost dan wat ze kunnen verdienen bij een baan. Ook anderen zijn niet geinteresseerd in een lagelonenbaantje, als hulpkracht in een winkel bijvoorbeeld, volgens Van Hensbergen. Hier botsen de goede Nederlandse sociale voorzieningen met de noodzaak tot assimilatie door werk. Ze gaan in inkomen niet vooruit op zo'n slecht betaald baantje en er is weinig perspectief.

De bedrijven in het naburige kantoorpark vragen alleen hoger opgeleiden. Een automatiseringsdeskundige die alleen Arabisch en Engels spreekt, komt meteen aan bod maar een slecht geschoolde met een mondjevol Nederlands kan het vergeten. Alleen als bedrijven mensen te kort komen, willen ze wel hun toelatingseisen verlagen. Omdat met de vloed van de groeiende economie alle boten los komen, slaagt het plaatselijke arbeidsbureau erin om mensen in Schiphol, in de bloemenveiling van Aalsmeer en zelfs bij de nieuwe Ajax-Arena aan het werk te krijgen. Volgens het SCP was tussen 1988 en 1996 een kwart van de groei van de beroepsbevolking zelfs allochtoon.

Ook de zogenoemde McDonaldisering helpt de immigrant. De geschoolde werknemer zit als monteur bij de garagedealer, de ongeschoolde plakt banden bij het uitlaatcentrum. McDonaldisering levert ongeschoold werk op alleen is Nederland daar nog niet zo ver mee als Amerika of Australie.

Van Hensbergen vreest echter dat de laaggeschoolde immigranten er als eersten uitvliegen, zodra het weer wat slechter gaat.

“Ze zijn onvoldoende geborgd in de arbeidsmarkt', zegt hij.

Nederlandse autochtonen worden goed beschermd tegen nieuwkomers. De sociale wetgeving handhaaft nu eenmaal de status quo van de verworven rechten. Wie eenmaal een baan heeft, kan moeilijk worden ontslagen. Verborgen discriminatie speelt ook een rol. Uit onderzoek naar sollicitaties, van onder meer de criminoloog Frank Bovenkerk, bleek dat mensen met een buitenlandse naam meestal meteen werden afgewezen.

Het Provinciale opbouwwerk van Noord-Brabant concludeerde in een rapport vorig jaar dat allochtonen in de collectieve sector nauwelijks aan bod kwamen. Slechte scholing en onvoldoende taalkennis waren belangrijke oorzaken. Pogingen om allochtonen in te schakelen hadden “een hoog ritueel' karakter. Ze solliciteerden nooit. Was discriminatie misschien een oorzaak? Het vakje werd leeggelaten. “Het is een groot taboe', zei een medewerkster, op het constateren van racisme.

Amerika en Canada kennen betere wetgeving tegen discriminatie. Bovendien willen Amerikaanse werkgevers eerder een gokje wagen met vreemd en nieuw personeel omdat ze dat bij eventueel tegenvallen gemakkelijker kunnen ontslaan. Tegen positieve discriminatie zijn veel deelstaten met succes in opstand gekomen. Positieve discriminatie voor etnische minderheden is vooral in Europa politiek dynamiet, omdat de werkloosheid niet vermindert. In feite wordt van hoger hand de autochtone werknemer verruild voor een immigrant. Hoge immigratie vraagt vooral van de onderklasse offers. De nieuwe immigranten wonen in arme buurten en concurreren om de lage-lonenbanen.

Welgestelden gaan vooruit op immigratie omdat ze bij een grotere arbeidsreserve gemakkelijker en voor minder kosten een kinderoppas of hulp in de huishouding kunnen vinden.

De huidige, hoofdzakelijk autochtone taxichauffeurs verdienen goed, en de prijzen zijn hoog, dankzij marktafscherming. Als de taxisector meer concurrentie toelaat, zullen de huidige chauffeurs in inkomen achteruitgaan om onder andere allochtonen toe te laten, die voor minder willen werken. Omdat ondernemende immigranten voor weinig geld willen werken, komen er meer goedkope etnische restaurants. De liefde voor de multiculturele samenleving gaat door de maag. Wie de veelkleurigheid van het hedendaagse Nederland wil roemen, begint altijd over de couscous, de kebab en de tandoori-kip die zoveel beter smaken dan de Hollandse biefstuk.

In de nieuwe wereld aan de overzijde van de Atlantische of de Stille Oceaan vinden immigranten beter emplooi dan in West-Europa. Van Canada is bijvoorbeeld 17,4 procent van de bevolking immigrant en die immigranten vormen 19 procent van de werkende bevolking. In het geval van gezinshereniging stellen familieleden zich van twee tot tien jaar persoonlijk borg voor het inkomen van de immigranten. Als de nieuwkomer een uitkering krijgt, worden de kosten verhaald op de familie. Hetzelfde geldt voor de werkgever die buitenlanders uitnodigt voor werk. Het gevolg is dat de nieuwkomers popelen. Asielzoekers in Amerika mogen gaan werken als de procedure na een jaar nog geen verblijfsvergunning heeft opgeleverd. In Nederland mag het sinds kort ook maar daar zijn minder banen.

In de klassieke immigratielanden moeten immigranten een examen afleggen om voor naturalisatie in aanmerking te komen. De aanstaande Amerikaan moet wat Engels spreken en belangrijke feiten van de Amerikaanse Constitutie en geschiedenis kennen. In Nederland was integratie lange tijd controversieel en pas sinds kort worden er burgerschapscursussen georganiseerd.

De uit Nederland uitgewezen Turkse kleermaker Gumus zou in alle drie de overzeese landen een goede kans maken. Iedere ambitieuze Derde-Wereldbewoner kan het proberen. Australie en Canada hebben een puntensysteem bij de aanvraag van visa, waarbij talent en opleiding worden beloond. De Verenigde Staten werken met quota en loterijen.

Nederland heeft weinig greep op immigratie. Ruim eenvijfde bestaat uit EG-burgers die tijdelijk of permanent in Nederland komen werken, acht procent komt uit geindustrialiseerde landen buiten de EG, bijvoorbeeld Japanners of Amerikanen voor internationale bedrijven de begaafde cellist of unieke computerspecialist uit het buitenland.

Grofweg dertien procent van de immigranten komt voor gezinshereniging. Het aandeel asielzoekers varieert tussen de dertig en vijftig procent. Slechts eenderde van de aanvragers komt voor een vluchtelingenstatus in aanmerking, maar de meesten blijven omdat de procedure te lang duurt of terugsturen als gevaarlijk of als onwenselijk wordt beschouwd.

Nederland is officieel geen immigratieland, dus voor wie hier wil komen wonen en geen familieleden heeft, staat asielaanvraag - met jarenlange verplichte werkloosheid - als enige weg open.

Volgens migratiespecialist Doomernik zou de overheid het voor niet-EG-burgers mogelijk moeten maken om gewoon voor werk naar Nederland te komen. De druk van asielzoekers wordt dan minder. Gegadigden voor immigratie hoeven niet de lange, bureaucratische weg naar de A-status te volgen. Het parlement kan quota vaststellen al naar gelang de lokale behoefte. Zo gaat het ook in de grote immigratielanden Amerika, Australie en Canada.

Nu zwalkt het debat tussen `Nederland is vol' en `uitzetten is een oorlogsmisdaad'.

Doomernik vindt het voordeel van het voorstel dat Oostenrijk eerder dit jaar deed voor quota van asielzoekers tenminste eerlijk. “Het is hypocriet dat iedereen er over heen viel', zegt hij. In feite bestaan er al quota. Zodra de aantallen een zekere grens overschrijden, is Nederland in rep en roer. Dat geldt ook voor andere landen. De Amerikaanse regering heeft in 1996 de toelating van asielzoekers beperkt en ontvangt in absolute aantallen nu minder dan twee keer zoveel als Nederland. De procedure voor asielzoekers zonder identiteitspapieren is nu kort en krachtig, maximaal een week, terwijl het vroeger jaren kostte.

Misschien zou de procedure `rechtvaardiger' kunnen zijn maar een lange wachttijd levert nog schrijnender toestanden op. Bovendien kunnen arme vluchtelingen kiezen voor gequoteerde economische immigratie. Amerika ontvangt nu een quotum van de Bosnische vluchtelingen die na enorme investeringen in hun opleiding en assimilatie uit Duitsland worden gezet. Ook Nederland gaat hoogopgeleide Bosniers na jaren verblijf terugsturen, terwijl nieuwe golven economische vluchtelingen voor een jarenlang zinloos verblijf de grens over komen.

De drie overzeese landen zijn duidelijker in hun immigratiebeleid en de daarmee gemoeide belangen dan Nederland. Parlementen beslissen over quota na uitvoerig debat. De Australische regering slaat de uitdaging van extreem-rechts terug door goede informatie over immigratie. De Internetsite is een feest van feiten en cijfers.

Zowel de voordelen als de kosten van immigratie staan er opgesomd, met de stappen die de Australische regering onderneemt tegen te grote instroom uit het buitenland en discriminatie binnenlands. De Internetsites van Amerika en Canada zijn ook vol regelingen en cijfers. In Nederland is zelfs de voor de kabinetsformatie gemaakte schatting van de kosten van immigratie geheim gebleven.