`Schoonmaken is een metafoor voor het leven'; Britse schrijver Steven Jacobi ziet altijd stofdeeltjes dansen in het zonlicht

Een van de opmerkelijkste auteurs op het Crossing Border Festival in Den Haag is Steven Jacobi (Birmingham, 1957). Zijn boeken worden vergeleken met `Portnoy's klacht' van Philip Roth. Jacobi heeft een obsessie voor schoonmaken in alle betekenissen van het woord. “Reinigen, dat is jezelf een nieuw leven geven.'

Onder de dubbelzinnige titel Naakt is de beste vermomming schreef de Britse auteur Steven Jacobi (1957) een fascinerend boek over verval en schoonheidswoede, over lichaam en geest. De openingszin is meteen raak: “De grote vijanden bij ons thuis waren de Rolling Stones, Labour-politici en fijngevoeligheid.' Vooral in dat laatste woord, `fijngevoeligheid' schuilt de tragiek van dit boek. De moeder van de jongen wijdt haar hele bestaan aan het op manische wijze schoonmaken van het huis. Zij doet dat naakt, want ze heeft niets te verbergen. Alleen als ouders de kinderen die bij het gezin Jacobi komen ophalen, trekt ze snel haar kleren aan. Sommige vaders komen vroeger dan afgesproken, in de hoop de vrouw des huizes naakt achter een stofzuiger te betrappen.

Jacobi die donderdagavond voorlas op het Crossing Border Festival in Den Haag doet in een koele stijl verslag van zijn wederwaardigheden. Zelf noemt hij zijn stijl `onthecht'. Voor alles wil hij registreren, dan ontstaan de emoties vanzelf. Jacobi heeft een kalme stem, alerte open ogen. “Dat schoonmaken,' zegt hij, “heb ik als kind meegemaakt toen ik met mijn ouders op reis ging naar Duitsland, naar de Luneberger Heide. Daar zag ik hoe vrouwen een kleed uitklopten, ramen wasten, met emmers helder water in de weer waren. Stof, dust, is voor mij een tweede taal geworden. Ik kan aan stof zien hoe lang het er ligt. Ik zie altijd stofdeeltjes dansen in het zonlicht. Schoonmaken is ook een metafoor voor het leven, want iedereen is onophoudelijk in de weer zijn leven te ordenen, de zaken op te ruimen. Ik ken mensen die lijsten bijhouden, niet alleen van de video's of boeken die ze bezitten, ook van hun dromen, hun verlangens.

Bovendien: een opgeruimd huis is een kleine, dagelijkse triomf. Elke dag weer verschuiven we ons geestelijk meubilair om maar meer inzicht in ons leven te krijgen.'

De twee in het Nederlands vertaalde boeken van Jacobi, Naakt is de beste vermomming en Een korte reeks van ongemakken, spelen zich nadrukkelijk in Birmingham af. Hoewel de schrijver al meer dan twintig jaar in Londen woont, is die donkere, grimmige stad zijn geliefde decor: “Birmingham is de stad van mijn kindertijd, en omdat ik er al zo lang weg ben, is het steeds meer een stad van mijn verbeelding geworden. Birmingham heeft een slechte naam in Engeland, zelfs in de Engelse taal. `Ga naar Birmingham' is het ergste wat je iemand kan toewensen. Er bestaat een reisgids dat bij Birmingham slechts een regel geeft: `Keep off!'. Ik ben geinteresseerd in de kindertijd. Mijn fascinatie geldt de kracht die je bezit als kind. Ik dacht dat ik onsterfelijk was en dat een kogel mij nooit zou kunnen doden. Dat idee van fysieke onaantastbaarheid is van invloed op je leven: je denkt dat je alles aankunt, niets is onmogelijk. We waren in een kuststad met onze zoon van vijf. Zijn wijsvinger kwam tussen de deur, en werd afgerukt. Wat gebeurt? Een meeuw pikt hem op en vliegt ermee weg. Intussen is de vingertop alweer aangegroeid, zoveel kracht schuilt er in de jeugd. Ouder worden is eigenlijk alleen maar een woord voor steeds minder aankunnen zowel fysiek als geestelijk.

“Wat mij intrigeert is dat op een gegeven ogenblik in je leven het lichaam niet meer kan uitvoeren wat de geest wil. Dat is een vorm van pijn, het betekent dat je lichaam het laat afweten. In de lichamelijke liefde bijvoorbeeld. De kracht van de kindertijd heeft ook met het onbeschrevene, het prille ervan te maken.

Hoe verder je leven zich ontwikkelt, des te meer littekens hebben we te verbergen en hoe meer we moeten proberen die te verhullen.'

Aan het slot van Een korte reeks van ongemakken pleegt de hoofdpersoon Wislon zelfmoord. Hij rijdt in het water met zijn Mini Metro verdrinkt. Het is een mooi gecomponeerd einde van een indrukwekkend boek. Jacobi zegt dat er `voor deze Wislon niets anders mogelijk was dan zelfmoord te plegen. Het wonen in Birmingham was al een zelfmoord, nu gaat hij op zoete manier dood. Het leven heeft hem een te zware crash gegeven en net zoals bij de black box in een vliegtuig, komt het angstaanjagende van je verleden pas echt naar boven nadat een heftige tegenslag iemands deel is geworden. Wislon gaat graven in zijn jeugd, en komt tot de ontdekking dat er voor hem geen toekomst is in het grijze, mistroostige Birmingham.'