`Saddam speelde balletje-balletje met ons'; Scott Ritter, voormalig VN-inspecteur in Irak:

De wapeninspecties in Irak werden onlangs beeindigd, juist toen de inspecteurs een doorbraak hadden bereikt. Reden voor UNSCOM-inspecteur Scott Ritter om ontslag te nemen. `De VS vonden het geen leuk idee dat UNSCOM zo onafhankelijk werd.' Nu beschuldigt de FBI hem zelfs van spionage voor Israel.

Scott Ritter, wapeninspecteur van de Speciale Commissie van de Verenigde Naties die belast is met het opsporen van Iraks arsenaal van massavernietigingswapens (UNSCOM), heeft onlangs zijn ontslag ingediend. Tot voor enkele weken was hij nauw betrokken bij de pogingen van de VN om Saddam Hussein op het rechte pad te houden. Lange tijd hebben Ritter en andere inspecteurs geprobeerd de code te kraken waarmee Saddam instructies gaf voor het verplaatsen van de wapens die Irak voor het inspectieteam verborgen wilde houden. Ook dit jaar nog heeft het kat-en-muisspel in Irak regelmatig de wereldpers gehaald.

Met hulp van Israel hebben de VN-inspecteurs uiteindelijk de Iraakse code kunnen kraken en zij stonden aan de vooravond van een grote doorbraak bij het opsporen van verborgen wapens. Maar deze zomer werden de inspecties beeindigd. Toen heeft Ritter ontslag genomen - uit pure frustratie, zegt hij.

Ritter onthult in dit gesprek hoe de wapens door heel Irak werden verplaatst en op welke manier Israel het inspectieteam heeft geholpen. Ook vertelt hij over zijn teleurstelling over de Verenigde Staten die, zo stelt hij, het inspectieprogramma onvoldoende hebben gesteund, al heeft het publiek daar een heel ander beeld gekregen.

Hoe hield Irak wapens voor UNSCOM verborgen?

“In april 1991 heeft Saddam Hussein de presidentiele richtlijn uitgevaardigd dat Irak moest liegen tegen de UNSCOM en de IAEA (de Internationale Organisatie voor Atoomenergie) en dat Irak zijn massavernietigingswapens zou behouden. In mei 1991 is het materieel dat werd behouden, in opdracht van de president overgedragen aan de Speciale Veiligheidsorganisatie en de Speciale Republikeinse Garde. Dat zijn presidentiele veiligheidsdiensten.'

Hoe groot is die organisatie?

“De Speciale Veiligheidsorganisatie is een van de geheimzinnigste organisaties in Irak.

Waarschijnlijk omvat ze ongeveer vijfduizend man. De Speciale Republikeinse Garde is de militaire tak, die zo'n beetje de omvang heeft van een divisie, misschien zo'n twintigduizend man.'

Heeft de Speciale Veiligheidsorganisatie als taak de wapens te verbergen?

“De Speciale Veiligheidsorganisatie is opgericht om de president van Irak te beschermen. In de jaren tachtig was deze organisatie bovendien verantwoordelijk voor de bescherming van het wapenarsenaal van het land. Zij zijn dus van het begin af aan betrokken geweest bij de wapens, maar nu hebben ze tot taak ze voor de Speciale Commissie te verbergen.'

“Ze spelen balletje-balletje. En wij liepen bij de jacht op het `balletje' steeds weer tegen een muur op. We lieten met ons sollen. Ik zei tegen Rolf Ekeus, (toenmalig, red.) hoofd van UNSCOM, dat wij niet de bekertjes moesten hebben, maar de man die de bekertjes heen en weer schuift.'

Door wie werd het Iraakse verbergingsprogramma geleid?

“Door Abed Hamed Mahmoud, de secretaris van de president. Hij is vermoedelijk na de president de machtigste man in Irak. Hij is Saddams lijfwacht, vertrouweling en rechterhand. Quaay Hussein (Saddams zoon red.) heeft alleen maar toegang tot de president via Abed Hamed Mahmoud. Dat is de portier. Hij coordineert het nationale veiligheidsbeleid van Irak. Hij is de geheime machthebber. Hij leidt het zogeheten Gezamenlijk Comite, dat alle nationale veiligheidszaken coordineert.

“Hij is de degene die opdracht geeft om dingen te verbergen. Hij is de man die het commandocentrum van de verbergingsoperatie leidt, dat toezicht houdt op alles wat er in Irak heen en weer geschoven wordt. De Speciale Veiligheidsorganisatie is het werktuig waarmee Abed het materiaal verbergt.

“Ik kan officieren binnen de Speciale Veiligheidsorganisatie noemen die zaken hebben verborgen en ik kan de voorzitter (van UNSCOM, red.) zeggen hoe, wanneer, waar en waarom bepaalde verbergingsacties hebben plaatsgevonden. Zover hebben wij het gebracht. Hoe wij dat voor elkaar hebben gekregen, kan ik niet zeggen. Maar ik kan wel zeggen hoever wij het hebben gebracht.

“Wij zijn met niets begonnen en ten slotte wisten we precies wanneer, waar, hoe waarom, wie en wat er gebeurde. Daarom was het zo frustrerend wat er in juli en augustus is gebeurd (toen de VS een einde maakten aan de inspecties, red). Omdat we weten hoe zij het doen en nu wij het soort informatie dat we nodig hebben bijtijds krijgen, zitten wij binnen hun besluitencyclus. Wij reageren voordat Irak kan reageren. Voordat zij het bekertje verplaatsen. En toen kon ik niet verder.

“Ik had de code gekraakt. We hadden het probleem opgelost en nu hoefden we alleen nog maar ons werk te doen. Het heeft ons drie jaar gekost, maar we hebben het opgelost. Maar de VS lieten ons niet onze gang gaan. En ze zullen ons ook niet onze gang laten gaan, want dat zou de confrontatie tot het uiterste op de spits drijven. Irak zal nu eenmaal nooit toelaten dat wij de mensen inspecteren die wij moeten inspecteren: de naaste medewerkers van Saddam Hussein, de veiligheidstroepen, de persoonlijke veiligheidstroepen van Saddam, de familie van Saddam. Dat zijn de mensen die het materieel verbergen.

“Het werkt eigenlijk net als de mafia: een misdadige of terroristische organisatie zet je op door middel van cellen. Om hoofd van een cel te kunnen worden, moet je het vertrouwen hebben van de familie moet je dus heel dicht bij de familie staan.

Daarom worden in de eerste plaats Saddams bloedverwanten gekozen. Vooral mensen uit Tikrit (zijn geboorteplaats), en er zijn ook huwelijksbanden met andere stammen zoals de Al-Duries.

“Abed is de man die zegt `die vertrouw ik wel die niet'. Dat is allemaal in hokjes ingedeeld. Zelfs al zou je een cel te pakken krijgen, dan weet je nog niet wat de anderen doen.

“Die cellen kunnen terugvallen op een bredere infrastructuur, de Speciale Veiligheidsorganisatie, de Speciale Republikeinse Garde. Zij hebben niet per definitie de taak om zaken te verbergen, maar als je een vrachtwagen nodig hebt, dan kun je een beroep doen op de Speciale Republikeinse Garde en zijn wagenpark. Als je vijftien man nodig hebt, ga je naar die eenheid van de Speciale Republikeinse Garde. Je krijgt voertuigen, je krijgt geld je krijgt een schuilplaats. En jij moet een plaats te zoeken om die spullen te verbergen.

“Veel mensen zullen dat aanpakken zoals je die dingen gewoonlijk doet: je stapt naar familie. Je gaat naar je oom die een boerderij heeft in Samara, en op die boerderij zeg je: `Ik heb die schuur daar nodig. Ik kan niet zeggen waarvoor, het is iets voor de familie.' Een maand later stappen ze weer op; dan zegt hij tegen een van de soldaten van zijn team: `Heb jij familie hier in de buurt?' Ze gaan naar die neef toe en zeggen: `Wij hebben jouw boerderij nodig, wij moeten daar wat verbergen.' Zo brengen ze de boel van de ene plaats naar de andere.'

Hoeveel mensen zijn erbij betrokken, denkt u?

“Ik denk dat het gaat om honderden mensen. Waarschijnlijk houden een stuk of wat cellen zich bezig met chemicalien, een stuk of wat met lange-afstandsraketten, een stuk of wat met biologische componenten en een met nucleaire wapens.

Zeg maar alles bij elkaar vijftig, zestig plaatsen in Irak op ieder willekeurig moment. Dan zijn er nog groepen voor het toezicht op het personeel, en een groep die gegevens probeert te verzamelen over wat UNSCOM doet. Het is bepaald geen kleine operatie.'

Heeft Israel geholpen de verbergingscode te ontcijferen?

“Wij hebben de methodiek gebruikt waarin Israel als de beste ter wereld gold. Wij, niet Israel, hebben de code ontcijferd. Daarin was Israel niet verder dan wij, maar ik kan wel zeggen dat UNSCOM dit probleem zonder hulp van Israel niet had kunnen oplossen. Zonder de hulp van Israel waren we niet eens in de buurt gekomen.'

Wat was er zo bijzonder aan de bijdrage van Israel?

“Kijk, Tel Aviv ligt binnen het bereik van deze projectielen, New York niet. Wij waren een beetje moedeloos geworden van het gebrek aan betrokkenheid, het gebrek aan enthousiasme dat Washington in deze zaak uitstraalde. Voor de VS leek het meer een academische kwestie, maar Israel zag het volgens mij zoals het was - een zaak van leven en dood. Daarom gingen we naar Israel.'

“De Israeliers zijn van: `Kun je hier ook anders naar kijken? Hoe kunnen we dit anders doen? De Israeliers hadden een heel vernieuwende, gedurfde manier om ideeen te lanceren. Zij zaten er niet mee als er eens een idee werd afgekraakt. Ze waren professioneel.'

Werden uw reizen naar en uw samenwerking met Israel goedgekeurd door het hoofd van UNSCOM? Had u ook de goedkeuring van de VS?

“Ja, Ekeus heeft hiertoe het initiatief genomen. Alles had de goedkeuring van Ekeus. Alles ging helemaal volgens het boekje, met de goedkeuring van de Amerikaanse regering. Iedere stap werd goedgekeurd door de Amerikaanse regering.

“Israel had over de Speciale Commissie niets te vertellen. Israel wilde ook geen macht over de Speciale Commissie. Israel heeft het allemaal correct gespeeld. Buitengewoon verantwoordelijk.'

Kunt u zeggen hoe vaak u in Israel bent geweest?

“Heel vaak. Van 1994 tot 1998 ben ik er heel vaak geweest.'

Wat vindt u van het onderzoek van de FBI naar uw banden met Israel?

“Zoiets idioots heb ik met de regering van de VS van mijn leven niet meegemaakt. De regering heeft mij naar de Speciale Commissie afgevaardigd om voor de voorzitter te werken. Mij werd gezegd dat de kracht van de Speciale Commissie zou liggen in haar onafhankelijke positie, dat de Speciale Commissie niet mocht worden beschouwd als het werktuig van welk land dan ook, en dat ik er mede voor diende te zorgen dat de Speciale Commissie onafhankelijk zou zijn. Dat heb ik gedaan. En met succes.

“In 1994 hadden wij wat nieuwe onderzoeksmethoden nodig die wij van de VS niet kregen, daarom gingen wij naar Israel. Ik zeg erbij dat ik als Amerikaans onderdaan naar de Amerikaanse regering ben gegaan om te zeggen wat ik ging doen, en dat zij mij niet hebben tegengehouden. Toen in juli 1995 de betrekkingen daadwerkelijk werden aangeknoopt, werd alles wat ik in Israel deed door de voorzitter goedgekeurd. Alles wat wij deden was in overeenstemming met het mandaat van de Veiligheidsraad. En alles wat ik deed werd meegedeeld aan en goedgekeurd door de Amerikaanse regering.'

Tot in details?

“Tot in details. Nou waren zij het met veel dingen die ik deed niet eens. Zij vonden het helemaal geen leuk idee dat UNSCOM zo onafhankelijk werd, of dat UNSCOM de steun kreeg van zo'n bekwame partner als Israel.

Ze probeerden er ook voortdurend een eind aan te maken. Maar ik hield ze op de hoogte.

“Daarom ergert het mij zo dat zij denken dat ik spioneerde. Saddam is hier de schurk. Israel hielp UNSCOM om Iraks verboden capaciteiten aan het licht te brengen. Ik heb geen cent gekregen van Israel. Ik heb geen gunsten gekregen van Israel. Een handje heb ik gekregen, een schouderklopje. Waar het om gaat is dat ik Israel gebruikte. Israel gebruikte mij niet.

“Onze betrekkingen waren hartelijk. Zulke professionele figuren als die mensen daar had ik praktisch nog nooit meegemaakt. Reuze aardige mensen zijn het ook, fantastische mensen. Velen van hen zijn vrienden van me. Maar onze betrekkingen waren zuiver professioneel.'

Was het initiatief voor het FBI-onderzoek uitgegaan van de CIA?

“De CIA zei dat de relatie tussen Israel en Ritter wel eens een spionagerelatie zou kunnen zijn. Zij hebben het overgedragen aan de FBI. De FBI is ermee doorgegaan en daarna is het zo'n beetje op eigen kracht doorgerold.'

Wanneer hoorde u van het FBI-onderzoek?

“In januari, februari 1997 werd mij duidelijk dat de VS zich zorgen maakten over de aard van het werk en ik hield heel nauw contact met de overheid om te proberen ze die zorgen uit het hoofd te praten. In feite kwam het erop neer dat de bureaucraten jaloers waren. Ik heb betere betrekkingen met de Israeliers dan zij. Zij hebben hun greep op de zaak verloren.

“Ik denk er zo over: als de zaken zo staan, eigen stomme schuld. Jullie hebben mij hierheen gestuurd om een klus op te knappen. Van jullie moest ik onafhankelijk wezen. Ik doe wat ik van jullie doen moest, en ik doe het goed. Maar als jullie mij een uitdrukkelijk bevel geven - ik blijf tenslotte een Amerikaan - als jullie zeggen stop ermee, dan stop ik vandaag nog.

Maar zij hebben nooit gezegd dat ik moest stoppen.

“Zij waren bang dat ik Israel geheime Amerikaanse gegevens gaf. Dat is nu opgelost. Ik geloof dat de CIA, nadat zij de bal aan het rollen had gebracht, heeft doorgekregen dat ze een enorme vergissing had begaan; ze hebben zelfs een officiele verklaring uitgegeven dat Ritter nooit toegang tot geheime informatie heeft gehad, of dat hij die niet heeft gehad terwijl hij voor UNSCOM werkte. Ritter heeft dus helemaal geen geheime informatie kunnen geven aan Israel, en daarmee uit. Daarmee had het afgelopen moeten zijn. Maar nee. En waarom de zaak nu niet gesloten is zult u aan de FBI moeten vragen.'