Niet neerkijken op Bloomington

De verkoper van het winkeltje waar we zojuist het een en ander hadden gekocht en die vroeg hoe lang we nog in New York zouden blijven, sprak zijn verbazing uit over wat we in 's hemelsnaam te zoeken hadden in Bloomington, Indiana, onze volgende bestemming. De argeloze hovaardij van de metropool ten opzichte van de provinciestad.

Indiana, dat is de midwest, waar Amerika in vroeger dagen ophield. De grens met het nog onontdekte en misschien dus wel niet bestaande. Voor de bewoners van de oostkust was de midwest het cultuurloze achterland. Dat het na de Grote Trek naar het westen in de vorige eeuw in het eerste oostelijke kwart van het continent blijkt te liggen, heeft daar weinig aan veranderd: het bleef de midwest en grotendeels achterlijk.

Toch staat in Bloomington het grootste conservatorium ter wereld. De status ervan in Amerika zelf is nummer twee na Juliard in New York. Het heeft een aanzienlijk aantal grote musici afgeleverd. Ook bekende jazzmusici komen er graag om samen met studenten op te treden. Dat leidt tot wekelijkse concerten in een soort veredelde schuur. De muziek die wij daar hoorden — een eerbetoon aan Theloneous Monk — rekenen we tot de genietingen van deze reis. Samen met bijvoobeeld de jazzy musical Chicago die we in New York zagen.

Wat ook in Bloomington staat is het wereldberoemde Kinsey Instituut, waar in de jaren veertig en vijftig het baanbrekende seksualiteitsonderzoek werd gedaan. Dat leidde in 1948 tot The Sexual Behavior of the Human Male en in 1953 tot The Sexual Behavior of Human Female. Standaardwerken die waren gebaseerd op interviews. Allerlei seksuele verlangens en gedragingen bleken opeens veel normaler — want zeer algemeen voorkomend — te zijn dan menigeen en ieder voor zich had gedacht. In een periode dat in voorlichtingsboeken zowel als psychologieboeken masturbatie bijvoorbeeld werd beschreven als infantiel, teken van wilszwakte en slecht voor de gezondheid werd opeens duidelijk dat dit alom deel uit maakt van de gewone menselijke seksuele ervaring. Het onderzoek van het Kinsey Instituut bracht ook in Nederland een bevrijding teweeg uit een benauwenis vol schuld en schaamte. Later deden Masters en Johnson hier hun bekend geworden onderzoek naar fysiologische en neurologiche processen tijdens seksuele opwinding en orgasme. Op de resultaten daarvan werden therapieën onwikkeld voor seksuele problemen. En dat allemaal uit Bloomington, Indiana.

Het instituut vierde vorig jaar het vijftigjarige bestaan met onder andere een tentoonstelling, samengesteld uit de eigen collectie erotische en pornografische foto's. Die collectie omvat 70.000 foto's vanaf de tijd van de eerste fotografische experimenten die men in de loop der tijd vanuit allerlei hoeken van de wereld heeft toegestuurd gekregen. Op die manier beschikt men overigens ook over een aanzienlijke collectie erotische kunst, waaronder ook een pentekening van Rembrandt valt, in de bedstee met zijn Hendrikje.

De expositie trok, voor de desbetreffende galerie, een recordaantal bezoekers en hangt nu in het eigen gebouw. De selectie moest indertijd de goedkeuring krijgen van de — voornamelijk Republikeinse — regenten van het instituut. Zij bleken liberaler dan de medewerkers dachten en dat is te zien. Alleen seks met dieren en met kinderen ontbreekt, maar die was bij de eerste selectie al buiten beschouwing gelaten. Niemand wil zulke beelden eigenlijk onder ogen krijgen en de foto's worden alleen vanuit wetenschappelijk oogpunt bewaard. Overigens zijn de archiefomstandigheden voor menig documentatiecentrum iets om jaloers op te zijn. Alles wordt zuurvrij en geacclimatiseerd opgeborgen.

Nog steeds wordt onderzoek gedaan, zij het gecompliceerder, omdat men probeert een brug te slaan tussen enerzijds fysiologische en neurologische processen en anderzijds psychologische, met name cognitieve. Dergelijke research is vooral belangrijk om te kunnen begrijpen hoe of het kan dat mensen zich op seksueel gebied risicovol gedragen of zelfs misdragen. Het is duidelijk dat het geen kwestie is van maar één dimensie, lopend van weinig tot veel aandrang', zodat men het in het laatste geval zogezegd niet laten kan.

Er is veel overeenkomst met agressie-onderzoek. In beide gevallen gaat het om op zijn minst twee van elkaar onafhankelijke componenten: opwinding en beheersing. Het komt aan op een balans tussen die twee. Ook de hevigst aangewakkerde seksuele opwinding of agressie kan worden beheerst. Maar dat vergt een cognitief proces dat tussenbeide kan komen en het door het komend gedrag verwachte genot kan overstemmen. Men moet signaleren wat er bij zichzelf aan de hand is en hoe aantrekkelijk en bevredigend het gedrag ook is, zich tegelijkertijd de nadelen kunnen realiseren. Sommige mensen blijken dat niet of maar moeilijk te kunnen en vooralsnog herleidt men dat tot een aangeboren tekort in het informatieverwerkingsproces in de hersenen. Verkrachting, incest en roekeloos vrijen zouden vooral daar hun oorzaak vinden en daar zou ook de remedie moeten worden gezocht.

Een ander groot onderzoeksproject is dat naar de werking van Viagra, waarbij de eerste placebo-experimenten erop wijzen dat veel erectie-onmacht toch heus vooral psychisch is.

Al met al heeft New York toch nog wel wat aan Bloomington, Indiana, zowel voor haar muziek- als seksleven.