MDCDLXLVIV, MDCCCCIC, IM.IXC.XCIX, MCMIC, MXMIX of IMM

Hoe schrijf je 1999 in Romeinse cijfers? Het blijkt niet zo makkelijk om even na te slaan hoe dat moet. Toch zullen er komend jaar wel boeken gedrukt worden met op de titelpagina het jaartal in Romeinse cijfers. En tv-programma's gemaakt (BBC, TROS) met het Romeinse jaartal aan het eind van de aftiteling. Of misschien overlijdt er een beroemdheid die zo'n sterfjaar Romeins op zijn monument gebeiteld moet krijgen.

Juist voor 1999 blijkt er een flink aantal varianten mogelijk om uit te kiezen. Welke combinatie van de zeven tekens I, V, X, L, C, D, M voor respectievelijk 1, 5, 10, 50, 100, 500, 1000 zal men nemen?

Menigeen zal zich nu afvragen of hier dan geen vastgestelde regel voor bestaat. Het antwoord is: nee, die is er niet.

Of liever gezegd - maar dat komt op hetzelfde neer - er zijn een heleboel boeken en encyclopedieen die regels geven voor de Romeinse getalnotatie. Alleen ... die regels zijn verre van eensluidend, met name als het gaat om getallen waarin de cijfercombinatie 49 of 99 voorkomt.

Maar welke vormen zie je in de praktijk het meest? Welke regelmaat zit daar in, en wat betekent dat voor de Romeinse vorm van 1999? Praktijkvoorbeelden van het getal 1999 in Romeinse vorm zijn uiterst zeldzaam. Als jaartal is het nooit eerder voorgekomen, en in andere contexten zie je bij grote getallen haast altijd afgeronde waarden.

Oorspronkelijk werd de Romeinse getalnotatie in de Oudheid vrijwel altijd gebruikt zonder `ondervormen'. Dus met IIII in plaats van IV, en met LXXXX in plaats van XC. Voor 1999 levert dit: MDCCCCLXXXXVIIII.

Pas na de Middeleeuwen en na de komst van het gedrukte boek - mogelijk mede gezien de minder makkelijke leesbaarheid van vier exact gelijke lettersymbolen direct na elkaar - werd het meer en meer de gewoonte om systematisch IIII te vervangen door IV of IX, XXXX door XL of XC, en CCCC door CD of CM.

Onze 1999 wordt daarmee: MCMXCIX en dit lijkt tegelijk de meest voor de hand liggende combinatie om de standaardvorm voor het komende jaartal te worden.

Wel worden vrij sporadisch nog andere onder-vormen gebruikt, met een groter verschil tussen de beide letter-waarden: IL voor 49, IC voor 99, XD voor 490, VM voor 995 en nog enkele, waarmee een verdere verkorting van sommige getalvormen verkregen wordt.

Voor 1999 zou dan mogelijk zijn het extreem korte MIM.

Deze extra-korte notatievormen worden door nogal wat regelgevers afgewezen, waarbij drie nadelen worden gezien. Ten eerste bevat de korte vorm niet meer een afzonderlijke, gescheiden weergave van de duizendtallen, honderdtallen, tientallen en eenheden. Daarmee wijken ze af van de verbale gesproken vormen (de getalnamen), en ook van de vorm waarin getallen vroeger op de abacus en op de lijnen van het rekenbord voorgesteld werden.

Verder kunnen enkele korte ondervormen (IC, IM VC, VM, XM, LM) verwarring geven met de in vroeger tijd ook wel gebruikte product-notatie om grote getallen te schrijven met de Romeinse symbolen. Daarbij stonden VC, IM, VM voor: vijfhonderd, eenduizend, vijfduizend.

En tenslotte verhindert het gebruik van meerdere notatievarianten voor hetzelfde getal de gewenning aan een vaste vorm voor ieder getal. De conclusie is dat het een ieder vrij staat om het komende jaarnummer te schrijven als MDCDLXLVIV, MDCCCCIC, IM.IXC.XCIX, MCMIC, MXMIX of IMM. Maar wie veel ervaring heeft met de Romeinse notatie zal het waarschijnlijk na het huidige MCMXCVIII toch houden op MCMXCIX.