In Verweggistan kunnen ze het ook!

Out of the blue viel deze week een boekje in mijn brievenbus dat was geschreven door de Indiase bridgejournalist Prakash K. Paranjape. De naam van de auteur zei me niets (mijn naam hem vermoedelijk ook niet), maar de naam van zijn uitgever, Master Point Press uit Toronto, gaf me een vingerwijzing. Uit die hoek komt het tijdschrift Canadian Master Point en Paranjape, die de bridgecorrespondent is van The Times of India, is tevens columnist bij het voornoemde Canadese bridgeblad.

Er worden mij wel meer bridgeboeken toegestuurd. De meeste leg ik na een eerste bestudering snel en diep weg in mijn boekenkast, om ze daarna nooit meer in te zien. Ingewikkelde (en dus in de praktijk onbruikbare) verhandelingen over kansberekening of gekunstelde gewrochten over conventies (derhalve systematisch moeilijk toepasbaar), het mag allemaal op mijn warme antipathie rekenen. Dat geldt niet voor Dr. Paranjape's `Easier Done than Said, Brilliancy at the Bridge Table'. Het door hem gebruikte spelmateriaal is afkomstig van toernooien en wedstrijden uit India. Het zijn `echte' spellen, af- of tegengespeeld door mensen van vlees en bloed. Het leuke van het boek is niet zozeer de herkenning (`In Verweggistan kunnen ze het ook!'), maar meer nog het hoge niveau van de spellen zelf. Ik laat u er twee van zien, allebei afkomstig uit de Tolani Grand Prix. Dit grote internationale bridgefestival wordt ieder jaar in januari georganiseerd in Mumbai, in het Westen beter bekend als Bombay.

Het eerste doublet was negatief: vierkaart harten en wat punten. Het tweede doublet gaf enige overwaarde aan. Op het eerste gezicht is er niets mis met oosts beslissing om het in te laten. De leider lijkt immers aan het verlies van drie klaveren, een schoppen en een ruiten niet te ontkomen. Bovendien dreigt er nog een extra downslag wanneer de voor de hand liggende hartensnit wordt genomen. In werkelijkheid liep het even anders. West startte met H. De volgende ruiten werd door de leider, Archie Sequeira, afgetroefd. Schoppen volgde voor de vrouw en het aas van oost die schoppen doorspeelde voor zuid. Sequeira had ondertussen uit het bieden opgemaakt dat west circa negen punten moest hebben.

Alles wees op stuk van ruiten bij hem plus A of de twee overige vrouwen. Sequeira vervolgde met H en A (waaronder de vrouw viel) en speelde harten naar de boer. Hierna gooide hij west in met de vierde harten (in de hand verdween een klaveren), waarna west van A af mocht komen of in de dubbele mocht kaarten: 3 gedoubleerd contract.

Schitterend, maar hoe wist de leider zo zeker dat V tweede ging vallen? Dat wist hij niet, het kon hem zelfs weinig schelen waar V zat: zijn speelwijze was altijd winnend. Stel V zat wel bij west. Dan zou west in de derde hartenronde de vrouw nemen en niet anders dan harten hebben kunnen doorspelen. De leider gooit op B een klaveren weg en speelt dan klaveren op naar zijn heer.

Dat werkt omdat in dat geval A goed heeft gezeten. En in het onwaarschijnlijke geval dat de hartens toch nog 3-3 hadden gezeten met de vrouw achter de boer zou oost met de vrouw aan slag zijn gekomen en van onder V de kleur hebben moeten openbreken. In die variant immers zat A weer in west en de vrouw in oost.

Wie deze rubriek regelmatig volgt zal het ongetwijfeld zijn opgevallen hoeveel nuttige aanwijzingen een leider uit het bieden kan putten. Bovenstaand spel is een goed voorbeeld, maar op het onderstaande is het niet anders.

1) Precisie (16+ pt.) 2) gebalanceerde hand met 8-11 pt., 3) controle vraagbod, 4) 4 controles.

Tegen 6 kwam west uit met een kleine klaveren voor de drie, de tien en de boer van de leider. Alles wees er op dat west onder de vrouw gestart was. Hoe dan ook, na het ontwikkelen van een ruitenslag had de leider nog maar elf slagen en leek hij voor de twaalfde aangewezen op de snit op H. De zuidspeler, Nitin Shah uit Surat, Gujarat, had een andere visie.

Hij begon de troeven te trekken. Oost bekende een keer en liet een klaveren en een schoppen varen tijdens het tweede en derde troefrondje. Hierna stak Shah over naar dummy met A en speelde ruiten van tafel voor de heer, die hield. Shah ging er eens goed voor zitten. Het feit dat west tegen slem onder een vrouw startte bevestigde zijn idee dat hij met sterke tegenstanders had te maken. Immers, de theorie schrijft voor dat tegen agressief geboden slems, je agressief moet uitkomen. Sterker nog, zou west H hebben gehad, dan was hij ongetwijfeld met schoppen gestart. Ergo H zat bij oost! Waren er dan nog kansen? Shah bewees van wel.

Hij incasseerde de rest van de troeven en hield angstvallig in de gaten wat oost afgooide. Dat waren achtereenvolgens 9 10 en een klaveren. Nu volgde H, waarop oost zich van een ruiten ontdeed. In het driekaartseindspel vormde Shah zich een beeld van de laatste drie kaarten van oost. Had deze A en H-klein? In dat geval moest oost worden ingegooid met ruiten. Of had oost A-klein over en H sec gezet? Een expert is geneigd de kleur waarin hij problemen heeft (lees: mee in dwang zit) zo snel mogelijk weg te gooien. En dus concludeerde Shah uit het feit dat expert oost, die in een betrekkelijk vroeg stadium zijn schoppens had weggegooid, H kaal had gezet. Shah sloeg A en de heer viel: twaalf slagen.