Ideologie (slot)

De laatste twintig jaar is het onderwijs behoorlijk in het slop geraakt. Dat we de problemen die daar speelden collectief verdrongen was een uitvloeisel van de algemeen heersende angst dat aandacht voor onderwijs afbreuk zou doen aan onze inspanningen om de BV Nederland financieel weer gezond te maken. Aandacht voor onderwijs kost immers geld, en dat konden we wel beter gebruiken, meenden we.

Naast die jarenlange, financiele verwaarlozing is er nog meer dat de kwaliteit van ons onderwijs geen goed heeft gedaan, namelijk het feit dat het onderwijsbeleid werd beheerst door ideologische halsstarrigheid. Daardoor was er onvoldoende aandacht voor zakelijke problemen die vroegen om een zakelijke oplossing. Daar heb ik het de afgelopen weken over gehad en vandaag wil ik dat afsluiten.

Dat het gevoel ons verstand in de weg zit, is een probleem waar we allemaal dagelijks mee te maken hebben maar als we dat gevoel bij elkaar versterken en dat samen op een sokkel plaatsen, het verheffen tot een geloof of ideologie, dan is het resultaat collectieve verblinding. Zo heeft het streven om meer vrouwen te krijgen op leidinggevende plaatsen het onderwijs veel kwaad gedaan, doordat de dames en heren politici en bestuurders er vooral op uit waren den volke te tonen hoe rechtzinnig zij waren in de vrouwvriendelijke leer. Hetzelfde geldt voor de middenschool. Het vasthouden daaraan, ook toen de doelstellingen goeddeels waren gerealiseerd, heeft het onderwijs opgezadeld met massa's papier, de Basisvorming geheten. Deze omvangrijke operatie had als uitsluitend doel gezichtsverlies van politici te voorkomen.

Als laatste in deze korte reeks het probleem dat veel allochtone leerlingen het onderwijs gingen bevolken, terwijl we deden alsof er niets aan de hand was. Niet iedereen schijnt zich dit nog te herinneren. Zo werd mij in een interview tegengeworpen dat het tegendeel het geval zou zijn, dat de kranten juist bol staan van de aandacht voor allochtonen. Inderdaad. Na jaren te hebben gezwegen lijken we bezig te zijn met een inhaalslag, maar, net zoals dat zwijgen werd ingegeven door het streven naar politieke correctheid, gaat het ook met de aandacht die er nu wel is.

Leraren die ervaring hadden met allochtonen wisten al tien, vijftien jaar geleden te vertellen hoe onjuist het is ze op een hoop te gooien. Voorstellen om die verschillen in kaart te brengen om zo beleid mogelijk te maken, werden verontwaardigd van de hand gewezen. Het maken van onderscheid tussen autotochtonen en allochtonen werd al gezien als discriminerend, laat staan het aanbrengen van verdere nuanceringen binnen de populatie.

In het verleden heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek de schoolopleiding van Nederlanders naar godsdienstige achtergrond en regionale spreiding nauwgezet in kaart gebracht. Op basis hiervan was het mogelijk te bevorderen dat bijvoorbeeld het rooms-katholieke Zuiden intellectueel niet al te zeer achterbleef bij de rest van Nederland. Als er verschillen waren tussen bevolkingsgroepen in het Nederland van de jaren vijftig, zijn die er natuurlijk helemaal tussen allochtonen uit verschillende landen en regio's met verschillen in godsdienst en cultuur.

Al wordt er misschien veel geschreven over allochtonen, het gebeurt allemaal even voorspelbaar en sjablone-achtig. Als een rector een school met voornamelijk allochtonen wil sluiten, staan pers en politici massaal op om hem te verketteren. Dat veel vergelijkbare scholen geleidelijk verloederen en afsterven, wordt niet eens gesignaleerd.

Middenschool vrouwen, allochtonen. Ik denk dat geen andere sector zozeer geregeerd wordt door de waan van de dag en de angst om ons te bewegen buiten het nauwe pad van de politieke correctheid als bij onderwijs het geval is.