`Hier ben ik'; CURSOR-SYSTEEM LOKALISEERT MOBIELE TELEFOONS

AMERIKAANSE HULPDIENSTEN krijgen jaarlijks zo'n 30 miljoen meldingen binnen via mobiele telefoons. Helaas is de locatie van de hulpbehoevende beller niet altijd even makkelijk te achterhalen, zeker als die niet goed weet waar hij zich bevindt. In South Dakota is drie dagen lang gezocht naar een vrouw die per mobiele telefoon had gemeld dat ze vast was komen te zitten in de sneeuw.

De telecombedrijven Ericsson en Nokia willen nu samen met het Californische bedrijf SiRF Technologies mobiele telefoons ontwikkelen die voor navigatiedoeleinden kunnen worden gebruikt. Daarbij zal gebruik worden gemaakt van het zogenoemde Global Positioning System (GPS), een netwerk van 24 satellieten die rond de aarde cirkelen. De Amerikaanse overheid wil dat vanaf oktober 2001 alle mobiele telefoons over dergelijke mogelijkheden kunnen beschikken. Het Engelse bedrijf Cambridge Positioning Systems (CPS) heeft inmiddels een systeem gebouwd waarmee de positie van een mobiele telefoon te bepalen is. Vanaf volgend jaar zal dit systeem geleidelijk in heel Europa worden geintroduceerd.

Het Cursos-systeem van CPS verschilt in een aantal opzichten van het systeem dat gebruikt maakt van GPS. De hierbij gebruikte satellieten zijn uitgerust met zeer nauwkeurige cesium-atoomklokken die op identieke tijdstippen radiopulsen uitzenden. Omdat de ontvanger zelf ook over een klok beschikt en pulsen genereert kunnen de signalen met elkaar worden vergeleken. Hoe groter de afstand tot de ontvanger, hoe later het signaal aankomt. Door de looptijd te vermenigvuldigen met de voortplantingssnelheid van het signaal (300.000 km/s) kan na correcties voor afwijkingen de afstand tot de satelliet worden berekend. Door de signalen van drie of vier satellieten tegelijk op te vangen kan de exacte positie van de ontvanger worden bepaald. Er ontstaan dan drie `positiebollen' die elkaar in een punt snijden.

Het Cursor-systeem bepaalt de positie van een mobiele telefoon via ten minste drie zogenoemde basisstations (zend- en ontvangstsstations). Dat kan alleen via relatieve peilingen. Speciale ontvangers of Base Units, kastjes ter grootte van een sigarendoos, luisteren naar ten minste drie GSM-basisstations in een straal van 25 kilometer.

De basisstations zenden ten behoeve van de mobiele telefoon voortdurend in alle richtingen een `Hier ben ik'-signaal uit. Op zich kan het Cursor-systeem daar niets mee, omdat de signalen niet zijn gesynchroniseerd zoals bij GPS. Daarom kan niet rechtstreeks de afstand worden gemeten tussen het basisstation en de mobiele telefoon. Systeemmanager Paul Hansen: ``We vergelijken de signalen die het basisstation tegelijkertijd naar de mobiele telefoon en de Base Unit stuurt. Zouden de mobiele telefoon en de Base Unit zich op dezelfde plaats bevinden dan zijn de signalen precies gelijk aan elkaar. Staan ze verder van elkaar dan kunnen we het tijdsverschil tussen beide signalen uitrekenen. Dat tijdsverschil is gelijk aan het verschil in afstand tussen de Base Unit en het basisstation en de mobiele telefoon en het basisstation.'

Een zo'n relatieve peiling ten opzichte van de Base Unit en het basisstations geeft net als bij GPS nog geen positie maar drie peilingen wel. Daartoe moeten de gegevens van de Base Units en die van de mobiele telefoons overigens wel worden gecombineerd. De data die de mobiele telefoon ontvangt van de basisstations wordt via de berichtendienst Short Messaging System (SMS) aan het Cursor-systeem doorgegeven. Cursor werkt sneller dan GPS, omdat de signalen van minder ver hoeven te komen. Wel is er, net als bij GPS, een onnauwkeurigheid als gevolg van reflecties van signalen op muren van gebouwen. Uit testen die in Cambridge zijn uitgevoerd blijkt dat een nauwkeurigheid van 30 tot 50 meter kan worden gehaald. In ieder geval is de nauwkeurigheid even goed als bij GPS: 125 meter.

De technologie achter Cursor is jaren geleden ontwikkeld door Peter Duffett-Smith van de Universiteit van Cambridge en heeft zijn oorsprong in de astrofysica.

In eerste instantie werden geen GSM-stations, maar FM zenders als `meetbakens' gebruikt. De navigatieappatuur werd in een auto geplaatst. Door de hoge kosten is deze technologie niet van de grond gekomen. Dank zij de mobiele telefoon krijgt het Cursor-systeem nu een herkansing.

Vooralsnog kunnen gebruikers van de mobiele telefoon niet op hun eigen toestel hun geografische positie aflezen. De Cursor-computer geeft de informatie voorlopig uitsluitend door aan instellingen als de AA, de Engelse ANWB. Die wil het navigatiesysteem gebruiken om mensen die met pech langs de weg staan sneller op te sporen. Ook telefonische informatiediensten als Scoot en Talking Pages hebben interesse voor het systeem. Zij zouden klanten sneller naar een restaurant of winkel kunnen delegeren. Tenminste twee grote aanbieders van mobiele telefonie in Groot-Brittannie hebben te kennen gegeven dat ze gebruik willen maken van de technologie.