HET `GROUNDED' IJS VAN DE ZUIDPOOL IS REDELIJK IN BALANS

De gestage stijging van de zeespiegel zoals die nu ongeveer een eeuw lang wordt geregistreerd, is niet het gevolg van het smelten van de ijskap op de zuidpool. Maar ook het omgekeerde is niet het geval: de snelheid waarmee de zee de afgelopen eeuw steeg is niet beperkt gebleven doordat zich op de zuidpool extra veel sneeuw ophoopte. Het blijkt dat de zuidpool een tamelijk secuur evenwicht bezit tussen de aanvoer van sneeuw enerzijds en verdamping (sublimatie) en afvloeiing van ijs naar de periferie anderzijds.

Dat concluderen onderzoekers onder leiding van de Britse hoogleraar Duncam Wingham op grond van een korte periode van metingen aan de hoogte van het sneeuwoppervlak van een deel van de zuidpool (Science, 16 oktober). De metingen, waarbij ook de Delftse universiteit was betrokken werden verricht met behulp van radar hoogtemeters in de Europese satellieten ERS-1 en ERS-2 in de periode 1992-1996. De onderzoekers beperkten zich tot het zogenoemde `grounded ice' van de zuidpool, dat is het gedeelte dat op een vaste ondergrond rust (Het smelten van drijvend ijs heeft geen noemenswaardige invloed op de zeespiegel). Van dit `grounded ice' is overigens ook maar 63 procent geobserveerd.

Hoewel bovendien de meet-onnauwkeurigheid voor de hoogteveranderingen op elke plaats afzonderlijk ruim 4 centimeter per jaar bedraagt en zich grote verschillen aftekenden tussen de diverse geobserveerde gebieden durven de onderzoekers voor het gehele afgetaste gebied een oppervlakte-daling van nog geen centimeter per jaar op te geven. In die opgave zou maar een onnauwkeurigheid van een halve centimeter bestaan.

Een statistische analyse van de correlatie tussen deze waarneming en de geregistreerde accumulatie van sneeuw, zoals die door anderen werd afgeleid uit de dikte van jaarringen in ijsboringen op de zuidpool, brengen Wingham en de zijnen tot de slotsom dat hun waarneming representatief is voor een lange periode: het `grounded ice' van de zuidpool is in balans.

Tot nu toe bestond er discussie over de vraag wat de rol van de zuidpool is in de mondiale waterhuishouing (kort samengevat in het laatste IPCC-rapport van 1995.) Waarnemingen aan sneeuwval en ijsberg-vorming leken aan te tonen dat de zuidpool water vastlegde, maar modelberekeningen maakten een netto-verlies van sneeuw en ijs waarschijnlijker.

Volgens het Science-artikel zou de waarheid dus in het midden liggen, maar of het artikel het debat beslecht is de vraag. Daarvoor was de meetperiode te kort en bleef een te groot deel van Antarctica buiten de observaties. Satelliet-waarnemingen zijn sowieso niet boven twijfel verheven, er zijn in het verleden al regelmatig verkeerde trends `aangetoond'.

Als al het op de bodem rustende ijs van de zuidpool een volmaakt evenwicht bezit tussen de aanvoer van sneeuw en het wegstromen van ijs naar de randen dan kan de waargenomen zeespiegelrijzing uitsluitend het gevolg zijn van thermische expansie, verkorting van gletsjers op gematigde breedten en veranderingen op Groenland. Probleem is dat die drie de zeespiegelrijzing niet geheel kunnen verklaren, er is een hoeveelheid `missing water' ter grootte van 360 gigaton per jaar.

De waarnemingen aan, en conclusies over het `grounded' ijs van de zuidpool staan volkomen los van het debat over het lot van het drijvende, kilometers dikke `shelf-ijs' dat het op de bodem rustende ijs van West-Antarctica omringt. Een indruk is dat een deel van dit shelfijs, dat aan zijn randen voortdurend ijsbergen afgeeft aan de onderzijde tegenwoordig wat sneller smelt dan voorheen. Door de instabiliteit die dat opwekt zouden steeds vaker grote brokken shelf-ijs gaan losbreken (zoals afgelopen donderdag aan de rand van de Ronne Ice Shelf gebeurde). Dit heeft geen effect op de zeespiegel, maar zou volgens een hypothese op den duur een versnelde afvoer van grounded ijs uit centraal Antarctica naar zee mogelijk maken.