Handjeklap rond het water; Nieuwe krachtcentrale bedreigt Namibische natuur en herders

Aan de oevers van de rivier de Kunene graast altijd het vee van de Himba. Midden in een uniek Namibisch natuurgebied. Het leven van de Himba en de natuur dreigen verwoest te worden door de komst van een waterkracht- centrale. Namibie en Angola besluiten deze herfst definitief over de bouw.

Ngavekare kauwt op suikerrietstengels van eigen kweek, zijn proviand voor vandaag. Staand in de laadbak van de pick-uptruck, waarop hij meerijdt naar zijn zieke moeder, kijkt hij uit over het glooiende steppelandschap met de lage bomen, waar hij tot voor kort de kuddes van zijn vader hoedde. Soms, als de regens goed waren geweest, bleef hij drie maanden op een plek.

Het `bakkie' passeert op enkele honderden meters het graf van zijn vader, die begin dit jaar overleed. Het is een moderne steen met een stapel op elkaar gespietste koeienschedels, afkomstig van het `heilige vee' van Ngavekares vader dat tijdens de begrafenis is geslacht. Nu wordt er geen halt gehouden: de traditie schrijft Ngavekare voor dat hij het graf een jaar lang niet mag bezoeken.

Ngavekare houdt zich aan de gebruiken van zijn volk, de Himba. Om zijn nek zit de ombwari, een kabeldikke ketting gemaakt van zwart touw vermengd met melkvet, die alle ongetrouwde jongens dragen. Zijn haar draagt hij in een enkele vlecht. Maar anders dan bij andere Himba-jongeren zit deze bij Ngavekare verstopt onder een blauwe wollen muts. Zijn voeten steken in knaloranje sokken en witte gympies. Ngavekare kocht ze in Opuwo, de dichtstbijzijnde plaats van betekenis, op vier uur rijden over een zandweg. Hij draait dan ook sinds kort mee in de geldeconomie, dankzij zijn werk als tuinman voor het `Epupakamp'.

Dit kamp, waar welvarende toeristen kunnen neerstrijken na per Cessna te zijn ingevlogen vanaf Windhoek, is genoemd naar de Epupawatervallen op de grens tussen Angola en Namibie. Hier stort de Kunenerivier zich in een dertig meter diepe kloof, omzoomd door baobabbomen, in een vallei vol palmbossen, waarin blauwapen en exotische vogels huizen.

Maar het kamp is helemaal niet voor toeristen gebouwd. Biologen, geologen en ingenieurs bivakkeerden hier. Sinds 1992 werkten zij aan een grootschalig onderzoek naar de aanleg van een waterkrachtcentrale in de rivier. Ze onderzochten twee locaties voor de centrale, die een capaciteit van 360 megawatt moet krijgen. Voor Namibie kwam de plek onder de watervallen als meest zekere uit de bus omdat de stroomvoorziening daar niet afhankelijk is van het functioneren van een stuwdam stroomopwaarts in het roerige Angola. In die variant loopt het grootste oppervlak aan natuurgebied onder water - 380 vierkante kilometer. Dat gebied is van vitaal belang voor de Himba.

“Als ze de dam gaan bouwen, moeten ze dat op ons hoofd doen. We gaan niet weg' zegt een jonge Himba. “Dan wordt het oorlog. We zullen tegen ze vechten' zegt een ander, vol bravoure. De jongens staan binnen de uit takken opgebouwde omheining van de kraal - het erf - van stamhoofd Hikuminue Kapika, op een half uur rijden van de rivier.

Kapika, een verklaard tegenstander van de dam, is er vandaag niet. Hij vergadert met andere stamhoofden in Opuwe. Op de agenda staat ondermeer de jeep die Jesaya Nyamu, onderminister van Mijnbouw en Energie, Kapika heeft aangeboden. De gemeenschap kan een vervoermiddel goed gebruiken, maar niemand wil omkoopbaar overkomen. “Hij moet de wagen terugsturen', zegt een van de jongens. “Anders denken ze dat we de dam toch willen.'

Dat minister Nyamu de jeep aanbiedt, maakt het gebaar extra omstreden, gezien zijn uitspraken vorig jaar in Opuwe. De autoriteiten hadden toen een bijeenkomst georganiseerd, die moest doorgaan voor een inspraakdag. Muzikanten waren ingevlogen, gehuld in T-shirts met de tekst `Viva Epupa' om lofliederen op het stuwmeer te zingen.

De regering wil de centrale graag, mede om minder afhankelijk te worden van Zuid-Afrika dat op dit moment 38 tot 55 procent van de Namibische elektriciteit levert. Dat bleek ook uit de toespraak van Nyamu, die hij hield nog voor de Himba aan het woord kwamen. “Read my lips', zei hij. “De vraag is niet meer of we de dam bouwen, maar alleen nog waar precies.' Sindsdien weigerde Kapika nog verder mee te werken aan het grote onderzoek.

Maar uiteindelijk hebben de Himwa alle vragen van het onafhankelijke ingenieursbureau Burmeister & Partners beantwoord. “Heel duidelijk hebben ze hun afwijzende positie beargumenteerd. In dit tot voor kort ontbrekende hoofdstuk staan dingen die de regering niet leuk zal vinden om te lezen' zegt onderzoeker Wouter van Zijl.

De milieu-organisaties Earthlife Namibia en het International Rivers Network vroegen een panel vooraanstaande wetenschappers, de meesten afkomstig uit Amerika, om hun oordeel over de voorlopige versie van het haalbaarheids-onderzoek. Heftige, gedetailleerde kritiek volgde op tal van onderdelen. Een punt van kritiek was dat door het grote oppervlak van het stuwmeer meer water zou verdampen dan heel Namibie jaarlijks verbruikt. Alternatieven zouden te weinig zijn onderzocht. Economen betwijfelden verder of de dam rendabel zou zijn. De verwachte groei van de energiebehoefte en de prijsstijging van te importeren energie zou te hoog zijn ingeschat. Ook betwijfelden ze of het project binnen de geraamde kosten zou blijven, die nu geschat zijn op 1,1 miljard gulden, een enorm bedrag voor het berooide Namibie. “Wij hebben ons onderzoek uitvoerig gedaan, met behulp van de meest geavanceerde computermodellen,' zegt onderzoeker Wouter van Zijl.

“En echt, het project bij Epupa zal rendabel zijn. Wat de verdamping betreft: natuurlijk gaat veel water verloren. Maar dat stroomt nu ongebruikt naar zee en plannen om in dat dunbevolkte gebied geirrigeerde landbouw te beginnen, zijn er niet.'

Niet ver van Kapika's kraal zitten zo'n twintig Himba-dames onder een boom, die samen opgroeiden. Eens in het jaar zoeken ze elkaar op om vier weken onder een schaduwrijke boom te bivakkeren. Daar praten ze conflicten uit, overleggen ze over opvoeding en andere familiezaken en vereffenen ze oude schulden. 's Avonds wordt er gedanst en gezongen, begeleid door handengeklap.

Zorgvuldig fokken

Onder de boom heerst de traditie. De vrouwen dragen een rok en een gewaaierde haarband van roodbruin geiten- of kalfsleer, hebben blote borsten en dragen zware sieraden van koper, kralen en conusschelpen. Op het hoofd lange vlechten, volgesmeerd met roodbruine kleiaarde, oker genaamd. Bij wijze van cosmetica smeren de Himba hun huid dagelijks in met een mengsel van melkvet, kruiden en deze oker, waardoor ze op glanzende rood-aardewerken beelden lijken.

Anke Kuper, een jonge Duitse antropologe die de Himba nu vier jaar onderzoekt en hun taal perfect spreekt, brengt hier een aantal dagen door. Bij het vuur vertelt ze over haar ervaringen en de gebruiken van de Himba. “Armoede heerst hier niet, zoiets beschouwen de vrouwen eigenlijk als een grap.'

De Himba hebben grote kuddes, die duiden op welvaart. Begin jaren tachtig was dat anders toen door een jarenlange droogte bijna tachtig procent van het vee stierf. De Himba overleefden dankzij de noten van de palmen langs de rivier. Zorgvuldig fokken en een uitgekiend systeem om de schaarse waterbronnen in het gebied maximaal te benutten, hebben de kuddes in Kaokoveld, zoals de streek heet, weer op het vroegere niveau gebracht.

De vallei van de Kunene geldt dan ook als levensverzekering bij droogte. Als de dam er komt, gaat die functie grotendeels verloren. Ook verdwijnen dan zo'n 165 traditionele graven. Voor de Himba vormen de graven een spirituele verbinding met hun voorvaderen en met de aarde. Verplaatsing ervan is geen oplossing omdat die band dan evengoed wordt vernietigd.

Kuper wil haar persoonlijke mening over de dam niet geven. “Dan word ik ervan beschuldigd de Himba op te stoken. En ik wil niemand het excuus geven mijn verblijfsvergunning in te trekken.' Haar angst is niet overdreven. Sinds de plannen voor de dam tot de Himba begonnen door te dringen, hebben ze chief Kapika voorop, de weg naar de pers weten te vinden. Organisaties als het International Rivers Network trokken zich hun lot aan. Vorig jaar ging Kapika ook op kosten van buitenlandse organisaties naar Groot-Brittannie, om aandacht te vragen voor de kwestie.

Blanke vrienden

De Namibische president Sam Nujoma ergert zich aan de bemoeienis van buitenaf. Eind juni dit jaar dreigde hij alle `blanke vrienden die de vrede verstoren' onmiddellijk te `deporteren'. “Epupa is voor iedereen goed - zwart en wit,' zei hij in een toespraak tegenover traditionele leiders. “Als je dat niet zint, pak je spullen en verdwijn.'

Zijn toorn was mede gericht tegen Andrew Corbett, de directeur van het Legal Assistance Centre (LAC), die de Himba-gemeenschap vertegenwoordigt. Corbett is een diplomatiek formulerend man. Maar, zegt hij in het kantoor van het LAC in Windhoek, wie vindt dat de Himba door buitenstaanders tegen de dam zijn opgestookt, is `misleid en onwetend' en in feite `racistisch denkend'. “De Himba hebben echt geen blanken nodig om hen op de gevolgen van de dam te wijzen.

Ze nemen scherp waar wat er gebeurt. Het is niet voor niets het meest succesvolle herdersvolk van Afrika. Ze zijn zelfvoorzienend, onafhankelijk en bedelen niet om overheidssteun.'

Het LAC wil vooral dat de Himba voldoende en op tijd worden geinformeerd. “Sinds tweeenhalf jaar weten ze van de plannen. Maar er is een duidelijk gebrek aan informatie', aldus Corbett. “Het is ook een afgelegen gebied en de Himba hebben geen radio's. Veel Himba hebben nog nooit in hun leven een overheidsfunctionaris ontmoet.'

De komst van de dam zal het bestaan van de Himba onherroepelijk beinvloeden. Alleen al de komst van het constructiedorp voor de bouwvakkers en hun familie, samen zo'n vijfduizend mensen. Uiteindelijk, schat Corbett worden vijftienhonderd tot tweeduizend Himba direct getroffen, doordat ze moeten verhuizen naar droge gebieden elders, en zullen nog eens zesduizend Himba indirect worden beinvloed door de dam - samen ruim een kwart van de gehele stam in Angola en Namibie. “Als groep zullen de Himba wel overleven, maar de komst van de dam zal de kwaliteit van hun leven gigantisch verslechteren.'

Medicijnman

Veel zal ook afhangen van de financiering van het project. De Wereldbank wil er geen geld in steken en de regering doet er vaag over wie dat wel doet, maar toch lijkt geld geen groot probleem. De krant The Namibian, die de kwestie op de voet volgt, citeerde eind mei `hooggeplaatste bronnen' volgens wie de regering al besloten had de dam onder de Epupawatervallen te bouwen. De financiering zou volgens diezelfde bronnen zo goed als rond zijn. De regering ontkende dat vooruit werd gelopen op het eindverslag van het haalbaarheidsonderzoek, waarover op 30 oktober voor het laatst wordt vergaderd.

Wel zei ze te zijn `overspoeld' door telefoontjes van financiele instellingen uit de hele wereld, die wilden investeren.

In hartje Kaokoveld houdt de moeder van Ngavekare zich niet bezig met dit soort speculaties. Ze zit stil bij een smeulend vuurtje in een ronde, uit stokken opgetrokken hut, op 75 kilometer van de Kunene. Hier woont de medicijnman waar zij haar maagproblemen laat behandelen. De uit Angola afkomstige grijsaard glundert bij de ontvangst van het cadeau - een plastic vat om dingen in op te slaan - dat voor hem is meegenomen.

Ngavekare's moeder vindt het geen probleem dat haar zoon in het `westerse' Epupakamp werkt. Na de dood van haar man heeft diens oudste broer naar goed gebruik de kudde geerfd en was er voor Ngavekare voorlopig weinig meer te doen. “Het is goed dat Ngavekare wat geld binnenbrengt voor eten', vertelt ze gemoedelijk, wijzend op de pruttelende maispap op het vuur.

Vorige week heeft ze nog mais geplant langs de Kunene. Natuurlijk weet ze dat als de dam er komt, ze niet meer kan zaaien op haar favoriete plek. Haar woordenstroom wordt fel en is niet meer te volgen zodra het stuwmeer ter sprake komt. Het is duidelijk dat de zonder elektriciteit oud geworden vrouw niet precies snapt waarom de dam in de Kunene moet worden gebouwd. “Als er zoveel mensen voor de dam zijn, zoals ze beweren, dan bouwen ze toch gewoon de dam op hun grondgebied?'