Groenen wacht nog een bittere pil

De SPD en de Groenen willen van kernenergie af - maar over de vraag hoe snel dat moet en kan zijn ze het allerminst eens.

De Groenen in Duitsland zullen nog op hun neus kijken. Met veel aplomb kondigde hun partijvoorzitter Jurgen Trittin deze week aan dat het afscheid van de atoomenergie “voor de deur staat'. Maar uit het zogenaamde compromis dat SPD en Groenen deze week bereikten blijkt dat het afscheid van deze industrietak heel voorzichtig en met kleine stapjes zal gebeuren.

Dat SPD en Groenen van de kernindustrie af willen is nauwelijks een verrassing. De partijprogramma's van beide partijen laten daarover geen misverstand bestaan. Maar over de manier waarop deze industrietak moet verdwijnen bestaan hevige meningsverschillen, waarover vandaag nog wordt onderhandeld.

Het voorlopige compromis draagt duidelijk de handtekening van toekomstig kanselier Gerhard Schroder. Schroder heeft steeds gezegd dat hij wil praten over het afschaffen van kernenergie als er voor deze energiebron die een derde levert van de Duitse energievoorziening, een goed alternatief wordt gevonden. Dat wil Schroder in breed overleg en in harmonie met de energiebedrijven, de vakbonden en de deelstaatregeringen bespreken. Hij denkt daarbij eerder in termen van 20 tot 25 jaar.

Daarom heeft de SPD doorgezet, dat sociaal-democraten en Groenen eerst een jaar gaan onderhandelen met de atoombedrijven over een “energieconsensus'. Doel is stapsgewijs afscheid te nemen van de kernenergie, waarbij er geen sprake mag zijn van “onmiddellijke stillegging' van kerncentrales zoals de Groenen willen. Bij de sociaal-democraten weegt de angst voor verlies van arbeidsplaatsen en reusachtige schadevergoeding van bedrijven zwaar. In de ondernemingsraden en raden van toezicht van de energiebedrijven, waarin SPD-ers zitting hebben, zullen deze argumenten een belangrijke rol spelen.

Gevreesd wordt dat in de komende jaren 40.000 hoog gekwalificeerde arbeidsplaatsen in de kernindustrie verloren zullen gaan. Bovendien is niet uit te sluiten dat energie-intensieve bedrijven en energieleveranciers hun produktie in toenemende mate naar het buitenland zullen verplaatsen. Siemens heeft al laten weten, dat door mogelijke plannen om kernenergie af te schaffen, de banen van 4.500 werknemers bij dochter Kraftwerk Union (KWU) in gevaar komen. En verlies van banen is niet populair bij een toekomstige regering-Schroder die juist topprioriteit wil geven aan een `Alliantie voor Werk' in het bedrijfsleven.

De Groenen hebben met het compromis, waarbij een jaar lang “in consensus' met de atoomindustrie wordt onderhandeld (“dat is voor mij beslissend', zei Schroder), een bittere pil moeten slikken. Zij eisten dat de coalitie onmiddellijk een wet zou maken, die de stillegging van 19 kerncentrales in Duitsland binnen vijf jaar afdwingt.

Voor de Groenen is dit een nederlaag, die ze echter als overwinning moeten zien te verkopen, omdat ze nu eenmaal als kleine partner in een nieuw kabinet geen andere mogelijkheid hebben. Ze willen regeren en de realistische vleugel van de partij weet dat compromissen dan onvermijdelijk zijn. Maar op het partijcongres van de Groenen, dat over een week over het coalitie-akkoord beslist, zal de pacifistische basis dit niet over haar kant laten gaan.

Als de atoomindustrie evenwel haar dreiging tot schadevergoeding doorzet en haar recht wil halen bij het Constitutionele Hof in Karlsruhe, kan een rood-groene regering lelijk in het nauw gedreven worden. De energiebedrijven hebben al becijferd dat het om bedragen gaat van vele tientallen miljarden; bedragen die de staat zich niet kan permitteren.

Mocht het tot een uitspraak van het Hof komen dan loopt het afscheid van kernenergie uit op een fiasco.

Schroder zal zijn uiterste best doen dit te voorkomen. Misschien helpt de industrie hem zowaar een handje. Zes kerncentrales worden binnenkort afgeschreven; wat is een mooier gebaar om dit als een “onmiddellijke stillegging' te verkopen. Naar verluidt tekent zich in rood-groene kringen hierover een compromis af. De nieuw te bouwen centrales zullen dan wel in het buitenland verrijzen; in het oosten van Europa zijn investeringen en banen hoogst welkom.