Goedkoop antiek

De aardappelen mogen verrot zijn in de grond, de sla viel ten prooi aan de slakken en de peren zijn verschrompeld, maar er is een plant die senang was deze zomer en die bezig is het nog meer te worden. Dat is de fuchsia misschien wel de enige tuinplant die echt gesteld is op een natte zomer en herfst. De mijne stoomt met volle kracht vooruit na de laatste winter heelhuids te zijn doorgekomen - niet zo'n toer overigens - en bloeit nu als nooit tevoren.

Vroeger had ik een Fuchsia magellanica `Versicolor', een fraaie plant aanbevolen door vele kenners, elegant ook, maar ze heeft er nooit veel van terechtgebracht. Het verlangen een fuchsia te hebben wordt veroorzaakt door herinneringen aan landweggetjes in Ierland, waar zij wild voorkomt in enorme bossen met een overvloed van omlaaghangende trossen rode bloemen; dan komt het grote moment dat je zelf een tuin hebt en tot je doordringt dat je er een fuchsia in kunt hebben. Helaas, pogingen om met planten kinderherinneringen te reconstrueren lukken zelden; de enige manier om van die watervallen van fuchsia's te hebben is naar Ierland verhuizen, of naar ergens aan zee in Zuid-Engeland. Het klimaat hier staat die uitbundige groei niet toe. Ze groeien wel, maar wat je kunt bereiken is niet meer dan een soort Madurodam-versie van je herinneringen.

Er zijn twee soorten fuchsia's: de vaste soort, die winterhard is, en de kasplant, die het niet is. Heel in het algemeen kun je zeggen dat de laatste soort zo weerzinwekkend is dat een snelle dood door de eerste nachtvorst eigenlijk de meest humane oplossing is. Vermoedelijk zijn er wel een paar mooie kasplant-cultivars aan te wijzen, dat moet mogelijk zijn, maar die gaan onder in de massa van afzichtelijke soorten met enorm gezwollen bloemen, in onaangename kleuren en te grote hoeveelheden: de kwekers waren weer eens niet te houden.

Alles omtrent de fuchsia is dubbel: de kleuren, de voornaamste typen, ja zelfs de geschiedenis. Sommige soorten werden twee keer ontdekt. De vroegst bekende ontdekking is van 1693 in San Domingo (bijna alle fuchsia's komen uit Midden- en Zuid-Amerika). Deze werd Fuchsia triphylla genoemd en zij verdween prompt, om honderd jaar lang niet meer gezien te worden.

Toen in 1714, werd F. coccinea ontdekt en in 1788 werd een ervan naar Kew Gardens gebracht.

Op ongeveer hetzelfde moment kreeg een kweker genaamd James Lee van een kennis te horen dat hij op een vensterbank in Wapping een verbazende plant had gezien; Lee ging er spoorslags naar toe en bood de eigenares al het geld dat hij bij zich had, zowat acht guinea's. De eigenares aarzelde, aangezien haar man deze fuchsia uit West-Indie had meegebracht, maar uiteindelijk zwichtte zij. Lee nam de plant mee naar huis en scheurde haar als een geboren kweker in stukken zodat hij het volgende jaar 300 planten had, die hij voor een guinea per stuk verkocht.

De plant werd verhandeld als F. coccinea maar het was in feite F. magellanica. Sommige details van dit verhaal zijn niet erg plausibel, vooral dat deze soorten fuchsia's niet voorkomen in West-Indie (er werd zelfs gefluisterd dat hij zijn exemplaar verduisterd had in Kew) maar het verhaal is een onderdeel van de tuinmythologie geworden.

De oorspronkelijke F.coccinea raakte ook zoek en werd pas in 1867 teruggevonden in een kas van de plantentuin van Oxford. Kort daarop verscheen de allereerste, F.triphylla, weer op het toneel. Intussen was er een fuchsia-rage losgebarsten, waarin vele nieuwe soorten werden ontdekt en nieuwe varieteiten ontwikkeld; naar schatting waren er omstreeks 1880 al vijftienhonderd benoemde soorten. Zo plotseling als zij was begonnen eindigde de rage; Alice Coats beschrijft in Garden Shrubs and their Histories hoe fuchsiastekken in druivenkassen werden gekweekt in het voorjaar, voordat de wijnstokbladeren het licht wegnamen, maar dit gebruik verdween in de Eerste Wereldoorlog, toen er tomaten voor in de plaats kwamen.

Nu zijn fuchsia's weer populair en er zijn cultivars bij duizenden; tussen de oorlogen waren er, zoals Sacheverell Sitwell beschrijft in Old Fashioned Flowers, heroische tijden: de mensen gingen, gewapend met gekleurde afbeeldingen uit oude tuinbladen, op jacht naar oude fuchsia's. De plant, schrijft hij, leek wel speciaal gemaakt te zijn voor Victoriaanse kleurenreproducties: `De bloemen bezitten precies die eigenschappen en kleurschakeringen die in kleurenlitho's goed tot hun recht komen.'

In 1938, toen Sitwell schreef, waren veel van de grote fuchsia's uit de jaren 1860 en 1870 nog te koop; hij noemt het `vermoedelijk de gemakkelijkste en goedkoopste vorm van antiek verzamelen die er bestaat'. Bijna alle soorten die hij noemt zijn nu weer te krijgen in Engeland zowel als hier. `Geen bloem', schrijft hij, `die zo bewust de mode volgt, zij het de mode van de middenklasse en de bourgeoisie, als de fuchsia.' Niet alleen hun kleuren waren geliefd in hun tijd, maar `ook hun vorm - de mutsen, mouwen en klokvormige crinolines van de jaren 1840 en 1850'. Het zou een idee zijn om de verschillen te bestuderen tussen oude en moderne fuchsia's; de kleuren zijn nu nogal anders.

Het hele verhaal lijkt wat op komische opera, compleet met helgekleurde kostuums (Reginald Farrer beschrijft de aconieten in een Tibetaans lamaklooster als lijkend op `ouderwetse fuchsia's' in hun rood en paars; maar zoals te zien in de film Kundun, dragen de Tibetanen nu meer `natuurlijke' kleuren, helemaal niet fuchsia-achtig) en fantastische namen (de mijne een hybride van F. magellanica, heet `Riccartonii', hetgeen heel exotisch klinkt, maar zo genoemd is naar de tuin van Sir Gibson Craig, Riccarton bij Edinburgh, waar zij omstreeks 1830 werd gekweekt).

Er vond zelfs een verbazende ontsnapping plaats: een van die planten, het zou zelfs een van die 300 door Mr Lee gekweekte F. magellanica kunnen zijn, wist weg te komen en vluchtte de lanen van Engeland, Schotland en Ierland in. Hoe is dat in zijn werk gegaan? Het lijkt onvoorstelbaar dat een plant die nu zo volkomen in het decor past niet eerder dan 200 jaar geleden in Europa geintroduceerd werd. Blijkbaar hadden ze toen ook al flink natte zomers en herfsten.