Geen leven meer zonder polis?; Tien misverstanden over levensverzekeringen

De levensverzekering. Wat fiscale veelzijdigheid betreft is deze uitvinding onovertroffen en dus de lieveling van consument en geldbedrijf. Tien misververstanden.

Het is geen wonder dat financiele fabrikanten de levensverzekering verbinden met hypotheken, pensioenvoorzieningen, schenkingcontructies en spaar- en beleggingsplannen. Want of je nu spaart, belegt, leent, aan je pensioen bouwt of erft, het wonder van de levensverzekering, zo beloven geldbedrijven, maakt alles belastingvrijer, veiliger en lucratiever. Geen leven meer dus zonder polis? Volgens deskundigen circuleren rond levensverzekeringen de volgende misverstanden.

1. Wie niets afsluit bijt straks op een houtje

Onzin, zegt Mick Hanswijk, medeoprichter van de kersverse Wildbaan Groep, een netwerk van financiele specialisten die tussenpersonen gaat voorzien van deskundigheid. Hanswijk: “Iedereen wordt tegenwoordig plat gebeld en gemaild met de boodschap dat je goed verzekerd moet zijn, vervroegd en goed met pensioen moet, en anderen verzorgd moet achterlaten. Zowel hoog als laag opgeleide mensen zitten daardoor met het onbestemde gevoel dat ze iets moeten afsluiten. Dat slaat nergens op. Je moet eerst bepalen wat je doel is en of je uberhaupt iets nodig hebt. Een verzekering is slechts een middel om een doel te bereiken.'

2. Een spaar- of beleggingsplan kost weinig en levert veel op

Hanswijk: “Als een spaarplan vijftig gulden per maand kost denken de mensen: `o, dat kan ik wel betalen'. Ze beseffen niet dat van zo'n laag bedrag gemiddeld meteen zo'n twintig procent aan kosten afgaan.'

3. Met een verzekerd plan bouw je gestaag aan je vermogen

“Voordat je aan een polis begint, moet je een overzicht vragen van de waardeontwikkeling', raadt Hanswijk aan. Het kan zijn dat de verzekeraar de meeste kosten al aan het begin van de looptijd inhoudt waardoor het heel nadelig uitpakt wanneer je de polis na enkele jaren moet afkopen wegens ontslag, echtscheiding, arbeidsongeschiktheid of om fiscale redenen.

“Veel mensen gaan daarmee het schip in', benadrukt Hanswijks collega Ivo Valkenburg, ook verbonden aan de Wildbaan Groep. “De geringe afkoopwaarde is de meest voorkomende klacht bij de ombudsman levensverzekeringen. Je moet daarom vooraf heel kritisch zijn en weten wat je de komende vijftien of twintig jaar gaat doen.'

4. Met een verzekerd spaar- of beleggingsplan ben je de fiscus te slim af (I)

Niet altijd, legt Ronald Hilgersom van de Vereniging Consument & Geldzaken uit. “Als je geld met het oog op belastingbesparing via een verzekering in een beleggingsfonds gaat, dan heb je die verzekering niet echt nodig, want de waardevermeerdering van aandelen wordt, in tegenstelling tot rente op een spaarsaldo, niet fiscaal belast.'

5. Met een verzekerd spaar- of beleggingsplan ben je de fiscus te slim af (II)

Hanswijk: “Het is nog vaag, maar de overheid gaat het hele lijfrenteverhaal in de toekomst op een andere leest schoeien. Sterker dan nu moet je een behoefte aan een levensverzekering kunnen aantonen. Wanneer je nu een langlopend contract afsluit, loop je dus de kans dat je de premies over tien jaar niet meer van je inkomen mag aftrekken of dat de uitkering deels belast is. Dat is zuur.'

6. Pensioen is zeventig procent van het laatste inkomen

“Heel veel mensen zijn bang dat hun pensioen onvoldoende is', weet Hilgersom uit de praktijk. “Maar als je het gaat uitrekenen, blijken ze er helemaal niet zo slecht voor te staan.' Volgens Hanswijk van de Wildbaan Groep wordt die pensioenangst mede veroorzaakt door het hardnekkige idee dat een gepensioneerde zeventig procent van zijn laatste salaris nodig heeft. “Mensen gaan allerlei lijfrenteverzekeringen afsluiten om op die zeventig procent uit te komen.

Wij vinden dat een verkeerd uitgangspunt. Het gaat erom wat je gezien je pensioenuitkeringen, vermogen, uitgavenpatroon en levensverwachting nodig hebt.' De Wildbaan Groep adviseert consumenten zich vier vragen te stellen: Hoeveel heb ik nodig als ik leef? Hoeveel heb ik nodig bij arbeidsongeschiktheid? Hoeveel hebben nabestaanden nodig als ik overlijd? En hoe wil ik die behoeften fiscaal regelen (nu belastingaftrek of juist niet)?

7. Zonder studieverzekering kan uw kind niet studeren

“Ja, je kunt overal wel een verzekering voor afsluiten', merkt Hanswijk op. “Je moet je totale financiele situatie bekijken. Voor iemand met een fors vermogen op de bank is een studieverzekering onzin.'

8. Wie zijn spaarloon gebruikt voor een lijfrente pakt de fiscus dubbel

“Flauwekul', zegt Mick Hanswijk over deze wijd verbreide drogredenering. “De aankoop van een lijfrente staat helemaal los van je spaarloonregeling. Daarbij heeft zo'n actie geen doel. Het gaat puur om het onterechte gevoel dat je de fiscus dubbel pakt.'

9. Fijn zo'n uitkering bij overlijden

Een verzekerd spaar- of beleggingsplan biedt vaak standaard een uitkering bij overlijden. Uiteraard tegen betaling van premie. `Voor alleenstaanden is zo'n uitkering vaak zonde van het geld`, zegt Hilgersom van Consument & Geldzaken. Krijgt die alleenstaande later toch nog een partner en/of kinderen, dan kan hij altijd nog een `losse' overlijdensrisicoverzekering afsluiten.

10. De adviseur maakt u wegwijs in de wirwar aan spaarplannen

Onwaar, zo blijkt. “Een tussenpersoon neemt om te beginnen al twee tot drie procent van je inleg', weet Hilgersom. “Die commissie is zo interessant dat advies en productvergelijking er bij in schieten.'

Deze constatering blijkt ook uit een recent onderzoek van de Wildbaan Groep.

Tussenpersonen struinen echt niet de hele markt af voor de beste producten. Integendeel. Bijna negentig procent van de assurantieportefeuille van tussenpersonen is in handen van slechts twee of drie verzekeraars. Hanswijk: “Vraag je tussenpersoon dus in elk geval: `Met hoeveel maatschappijen doet u zaken?' '