Europese Commissie

De verslaggeving in NRC Handelsblad van 3 en 6 oktober over de bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken op 5 oktober leidt tot enige verwondering. Uit de artikelen zou men een soort confrontatie tussen de Europese Commissie - in dit geval vertegenwoordigd door commissaris Van den Broek - en de Europese ministers kunnen construeren. Hiervan is echter totaal geen sprake.

Volgens de artikelen hebben de ministers `besloten de onderhandelingen met kandidaat-lidstaten over toetreding tot de EUnauwlettend te gaan volgen' en verder dat `de Europees commissaris duidelijk is gemaakt dat hij de onderhandelingen niet alleen kan doen'. De verdeling van werkzaamheden tussen Raad van Ministers en de Europese Commissie wordt in de betreffende artikelen volledig miskend. Het is de Raad van Ministers die uitsluitend bevoegd is de onderhandelingen te voeren, de Commissie speelt hierbij slechts een voorbereidende rol.

De Raad heeft commissaris Van den Broek ook niet opgedragen maandelijks verslag uit te brengen over de onderhandelingen. Gezien het feit dat de Raad de onderhandelingen zelf voert zou een dergelijk verzoek ook enigszins vreemd zijn. Sommige ministers hebben wel aan het Oostenrijks voorzitterschap verzocht de uitbreiding van de EU (die veel meer behelst dan enkel de onderhandelingen) maandelijks op de agenda te plaatsen. Dit juicht de commissie vanzelfsprekend toe, omdat hiermee voorkomen wordt dat de aandacht voor de uitbreiding verslapt, terwijl de ministers zich verdiepen in de eveneens zeer belangrijke vraagstukken betreffende financiering van de EU en de hervorming van het landbouw- en structuurbeleid.