D'Alema zoekt in Italie meerderheid

De leider van de Linkse Democraten, Massimo D'Alema, probeert zich dit weekeinde te verzekeren van voldoende parlementaire steun voor een kabinet onder zijn leiding. Het zou de eerste regering zijn die wordt geleid door een ex-communist.

President Oscar Luigi Scalfaro gaf D'Alema gisteravond dezelfde opdracht mee als eerder deze week aan demissionair premier Romano Prodi: een soort vooronderzoek naar de kans van succes bij een formele formatiepoging. D'Alema, secretaris van zijn partij die in 1991 is voortgekomen uit de communistische partij, denkt maandag zijn conclusie te kunnen trekken.

D'Alema's kansen zijn sterk gestegen nadat oud-president Francesco Cossiga, leider van de kleine centrumpartij UDR zijn steun heeft beloofd. Cossiga had eerder zijn veto uitgesproken over de terugkeer van Prodi als premier. Hij zei gisteren dat zijn partij ministers wil in een kabinet-D'Alema. Partijgenoten maakten 's avonds duidelijk dat de UDR een hoge prijs zal vragen voor haar steun.

D'Alema zag er zelfverzekerd uit na zijn gesprek met Scalfaro. Hij was al in premierskleding: een nieuw anthracietgrijs pak met een stemmige lichtgrijze das, en vers van de kapper. Maar hij waarschuwde tegen overhaast optimisme. Zijn grootste probleem is Cossiga samen te brengen met de groep dissidente communisten die hun steun aan het kabinet hebben toegezegd. D'Alema herinnerde eraan dat Cossiga altijd fel anti-communistisch is geweest.

De rechtse oppositie beschouwt dit akkoord-in-wording als bedrog. De oppositie heeft voor zondag een “opzienbarend' gebaar van protest aangekondigd. D'Alema en Scalfaro wordt verweten de uitspraken van de kiezer te negeren. D'Alema was twee jaar geleden in de verkiezingscampagne bewust geen kandidaat-premier, uit angst dat zijn communistische verleden kiezers zou afschrikken. Bovendien bestaat Cossiga's partij grotendeels uit parlementariers die als kandidaat van de rechtse alliantie zijn gekozen. “Wij bestrijden het recht van D'Alema om te regeren niet', zei Gianfranco Fini, leider van de Nationale Alliantie, de voormalige neofascisten. “Maar hij moet daarvoor de verkiezingen winnen.'