Brand links, moord rechts

MARIA CATHARINA Swanenburg leek zo aardig. De behulpzame vrouw paste vaak op zieken en kinderen, onder anderen van het Leidse gezin Frankenhuizen. Maar toen drie leden van dat gezin tegelijkertijd overleden, ontstond er argwaan. In de lijken werden sporen van arsenicum aangetroffen. Bij verder onderzoek werd in de kleding van Maria bijgenaamd Goeie Mie, een recu van een begrafenisfonds gevonden. Dat was uitgeschreven op naam van Frankenhuizen. Wat bleek? Goeie Mie sloot bij verschillende begrafenisfondsen verzekeringen af op naam van de mensen die ze verpleegde.

Tijdens de verzorging vergiftigde Mie haar slachtoffers met operment, een arsenicumhoudend bestrijdingsmiddel dat werd gebruikt om wandluizen te verdelgen. De 46-jarige Maria Catharina Swanenburg werd op 1 mei 1885 veroordeeld tot levenslange tuchthuisstraf.

Het is een van de opmerkelijke gevallen die te zien zijn op de tentoonstelling `Opsporing bezocht' in het Leidse Museum Boerhaave. De tentoonstelling biedt een spannende vogelvlucht langs de forensische wetenschap in Nederland van begin vorige eeuw tot heden. De bezoeker wandelt langs vervalste schilderijen, moordwapens, potten met gif, een geimproviseerde obductieruimte en analyse-apparatuur. Afstotende beelden ontbreken. ``We houden rekening met de jeugdige bezoekers', zegt Kees Grooss, een van de samenstellers van de tentoonstelling. ``Je ziet hier geen zedendelicten gevallen van suicide of misdrijven met kinderen.'

De indeling is overzichtelijk. Meteen bij binnenkomst moet er gekozen worden: linksaf naar `brand', rechtsaf voor `moord'. De bezoeker loopt naar de centrale plek in een van beide ruimtes. Dat heet de Plaats Delict, de benaming die de politie heeft voor de plek waar een onheil - een moord, een diefstal een aanslag, een vergiftiging, een brand - is geschied.

Uit die centrale plaats heeft de bezoeker toegang tot vier nissen die hem langs deelgebieden als `Identificatie', `Gerechtelijke geneeskunde' en `Toxicologie' leiden.

In de nis `Toxicologie' hangt het uniform van de diender die Goeie Mie arresteerde. Ernaast, een pot met het turkooise arsenicum, beschermd achter dik glas. ``Je weet maar nooit' zegt Grooss. ``Er hoeft maar net iemand met verkeerde ideeen binnen te komen en weg is je pot met arsenicum.'

Bij de nis `Identificatie' staat onder andere een pot met vingers op sterk water. Hierbij hoort het hilarische verhaal van een veldwachter die een opdracht verkeerd interpreteerde. In 1919 werd te St. Oedenrode een fabrieksdirecteur vermoord. Vijf jaar eerder had de Rijks Identificatiedienst in Den Haag het traditionele systeem van Bertillon - gebaseerd op signalementskaarten met een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van de verdachte - ingewisseld voor het dactyloscopisch systeem, de vingerafdruk. Bij het onderzoek in St. Oedenrode werd vergeten de vingerafdrukken van het slachtoffer te nemen. De dorpsveldwachter kreeg van een politiedeskundige de boodschap: ``Zend mij alsnog vingers van het slachtoffer.' De wachter die nog nooit van dactyloscopie had gehoord, voerde de opdracht letterlijk uit.

Volgens de ondertitel van de tentoonstelling kan de bezoeker zelf een misdaad oplossen. Hij legt een eigen dossier aan, een reeks spelletjes moet hemuiteindelijk naar de dader voeren. Zo zijn er bijvoorbeeld vijf potjes met gif. Een daarvan hoort bij een omschrijving die verband houdt met het lijk. Bij een goede match gaat een lampje branden. Volgens hetzelfde principe werkt het vergelijkend kogelonderzoek (uit wat voor wapen komt de gevonden kogel) en het sporenonderzoek (van welke band stamt het gevonden spoor).

Veel van de aanwezige stukken heeft Grooss opgedoken in de kelders van het Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie in Rijswijk, de Rechercheschool in Zutphen en het Nederlandse Politie Museum in Apeldoorn. Meestal gaat het om wat ouder materiaal. Van het moderne forensisch onderzoek is alleen een documentaire over DNA-onderzoek te zien. Grooss: ``Moderne apparatuur was niet leverbaar. Het gaat om dure spullen die meestal niet in duplo aanwezig zijn. En sommige stukken zijn niet leverbaar omdat de zaak waartoe ze behoren nog loopt.'

Het is jammer dat het moderne onderzoek er zo bekaaid af komt. Aansprekende gevallen zijn er genoeg. Als meest recente natuurlijk de `jurk van Monica'. Het DNA dat werd geisoleerd uit de spermavlek op de marieneblauwe jurk van Monica Lewinsky bleek overeenkomstig met het DNA van de Amerikaanse president Bill Clinton. De kans dat het sperma toch van een andere man afkomstig is, is 1 op 7,87 miljard. ``Dat geeft meteen de werkwijze van de forensische wetenschap weer', aldus Grooss. ``Men praat over `heel waarschijnlijk' of `met een redelijke mate van zekerheid'. Niks is honderd procent zeker.'

Uit de tentoonstelling komt evenmin naar voren dat het forensisch onderzoek in Nederland lang versnipperd is geweest. Terwijl omringende landen al lang een centrale dienst hadden die het forensisch onderzoek regelde, werd hiervoor in ons land pas in 1948 een zelfstandige organisatie (het Gerechtelijk Laboratorium) opgericht.

In de jaren zestig nam het onderzoek een enorme vlucht. De computer maakte het mogelijk gegevens snel en massaal te verwerken. Verbeteringen aan apparatuur maakte de analyse van bloed-, vezel-, speeksel,- alcohol en spermamonsters nauwkeuriger.

Ondanks alle veranderingen is de basis voor het forensisch werk hetzelfde gebleven. Het beroep vraagt ``bijzondere begaafdheid en bijzondere belangstelling, aanhoudend onvermoeid leren en niet het minst een ijzeren wil en een ijzeren gezondheid', zoals de Duitse criminoloog Hans Gross (1847-1914) ooit zei. Grooss erkent dat groene vingers en Fingerspitzengefuhl nog steeds onmisbaar zijn voor de jonge politiedeskundige. ``En dat hebben er maar weinig. Van de tien zijn er misschien twee goeie criminalisten.'