Bijval voor Cohen: `ambt was vreselijk'

Aad Kosto wilde in 1994 niet nog eens staatssecretaris van Justitie worden. Dat was “psychologisch te belastend', zegt hij nu. “De portefeuille zat aan alle kanten vast met mensen in de narigheid.' Het probleem van de vluchtelingen is volgens hem “onoplosbaar'. De PvdA had Kosto tijdens de formatie gepolst of hij nog een termijn wilde aanblijven.

Ook andere oud-staatssecretarissen van Justitie zeggen in gesprekken met deze krant dat het asielprobleem de laatste jaren onbeheersbaar is geworden. Staatssecretaris Job Cohen probeerde deze week het huisvestingsprobleem voor vluchtelingen op te lossen door ze tijdelijk onder te brengen in tenten op de Veluwe. Hij kreeg een dag later spijt de tenten lekten. Jan Glastra van Loon, van 1973 tot 1975 staatssecretaris van Justitie: “Je brandt af op die post. Schmitz kon er niet tegen, Kosto had het moeilijk. Het is alleen maar ellende.'

Volgens de oud-staatssecretarissen was hun functie altijd al zwaar. Door de beleidsterreinen: gevangeniswezen, kinderbescherming en vreemdelingenbeleid. Henk Zeevalking, staatssecretaris van 1977 tot 1979: “Het was een vreselijk ambt. Wat je moest doen was: mensen achter tralies zetten, kinderen bij hun ouders weghalen, en vluchtelingen wegsturen.' Het ging vaak om individuele gevallen, voor wie Kamerleden het opnamen en waarmee ze volgens de oud-staatssecretarissen hoopten te scoren in het debat.

Tot het eind van de jaren zeventig kwamen er maar weinig vluchtelingen. Oud-staatssecretaris Johan Grosheide (1971-1973) herinnert zich maar een echte asielaanvraag: een Amerikaan die uit het leger was gedeserteerd omdat hij niet in Vietnam wilde vechten. Vanaf midden jaren tachtig steeg het aantal asielaanvragen heel snel.