Bejaard proefkonijn; JOHN GLENN (77) GAAT OPNIEUW DE RUIMTE IN

John Glenn heeft het voor elkaar. Ruim 36 jaar na zijn eerste ruimtevlucht - en toen was hij al betrekkelijk oud - mag hij opnieuw buiten de aarde op stap. Jonge, getrainde astronauten zien het tandenknarsend aan.

JOHN GLENN, de eerste Amerikaan die de aarde rondde, zoekt weer de ruimte op. NASA, het Amerikaanse bureau voor lucht- en ruimtevaart, heeft bekendgemaakt dat Glenns deelname aan een tien dagen durende vlucht met het ruimteveer Discovery op serieuze, (biologisch-) wetenschappelijke gronden is gebaseerd. De vlucht gaat volgens schema op 29 oktober van start. Op de beslissing van de NASA begin dit jaar is hier en daar wat lacherig gereageerd. Glenn, die na zijn eerste vlucht in 1962 de politiek in ging en inmiddels oud-senator is voor de Democraten, is 77 jaar. Critici hebben verwezen naar de periode, voorafgaand aan de ramp met de Challenger in januari 1986, toen `passagiers' met een ruimteveer meegingen, die anders nooit voor een ruimtevlucht in aanmerking zouden zijn gekomen.

De verwatering van het astronautenvak begon in april '85 met senator Jake Garn, die zich had aangemeld voor een ruimtetripje. Garn was lid van de senaatscommissie voor de toewijzing van gelden voor de ruimtevaart. Dus werd hij door NASA, zij het bepaald niet van harte als gastastronaut geaccepteerd. De Amerikaanse media beschuldigden Garn van `misbruik van macht'. Leedvermaak was zijn deel toen de senator - die zijn handelwijze had verdedigd met de opmerking dat het de enige manier was om na te gaan `hoe het geld in de praktijk wordt besteed' - tijdens de reis als gevolg van ruimteziekte vrijwel onafgebroken spuugmisselijk was geweest. Vooral de beroepsastronauten zagen dit soort vluchten tandenknarsend aan. Aan de ruimtependelmissie na die van Jake Garn nam onder anderen astronaut Don Lind deel, al negentien jaar lid van NASA's astronautenteam voordat hij aan bod kwam.

Net als Garn heeft Glenn maandenlang actief gelobbyd voor een heroptreden in de ruimte.

Glenns ruimtereis wordt handig ingepast in een al langer bestaand NASAproject ter bestudering van het proces van botontkalking en spierverzwakking bij ruimtevaarders als gevolg van gewichtloosheid. Bovendien zal tijdens deze vlucht onderzoek worden gedaan naar slapeloosheid bij astronauten, een verschijnsel dat zich vooral tijdens langdurige ruimtemissies voordoet. Gezien het feit dat botontkalking, spierverzwakking en slapeloosheid bij iedere oudere toeslaat, heeft het onderzoek, aldus NASA, een algemene gelding. Bij het onderzoek naar slapeloosheid zal onder andere het synthetisch hormoon melatonine worden toegepast, dat luchtreizigers vaak gebruiken om hun door jet lag in het ongerede geraakte biologische klok bij te stellen.

Glenn wilde dolgraag een tweede keer de ruimte in na zijn baanbrekende Mercury-vlucht op 20 februari 1962. Maar hij kreeg daartoe geen toestemming van president Kennedy, die - net als de leiders van de Sovjet-Unie met kosmonaut Joeri Gagarin - niet het risico wilde lopen dat het levende symbool van het nationale kunnen bij een nieuwe trip om het leven zou komen. In de zomer van 1997 meldde Glenn zich als vrijwilliger voor het botontkalkings- en slaapproject.

De NASA verzamelt al jarenlang gegevens over botontkalking en spierverzwakking bij astronauten. Aan dat feitenmateriaal is onder andere royaal bijgedragen door astronaut dr. F. Story Musgrave, die van juli 1967 tot vorig jaar deel uitmaakte van het Amerikaanse ruimtevaardersteam. Musgrave maakte zes ruimtevluchten en speelde onder meer een belangrijke, misschien wel doorslaggevende, rol bij de gecompliceerde opknapbeurt van de Hubble Space Telescope in december 1993.

Musgrave vindt het `onbegrijpelijk' dat NASA met Glenn in zee gaat, kort nadat hij, Musgrave, als gekwalificeerde astronaut van het ruimtevaartbureau te horen had gekregen dat zijn missie van november 1996 - hij was toen 61 jaar - z'n laatste was geweest.

``Als NASA geinteresseerd is in gegevens over botontkalking bij het klimmen der jaren, dan hoeven ze maar in mijn dossier van de laatste dertig jaar te duiken.' Een van zijn ervaringen wilde hij wel prijsgeven: ``Wanneer je als ervaren astronaut na een nieuwe vlucht op aarde terugkeert, lijkt de aanpassing aan de aardse omstandigheden (zwaartekracht) steeds gemakkelijker te gaan. Het is alsof je lichaam die situatie al snel herkent en zegt: He, dat heb ik al vaker gedaan.'

WAARNEMER

John Glenn is met enig geluk een nationale held geworden. Hij dreigde eind jaren '50 buiten de boot te vallen toen het eerste Amerikaanse `right stuff' astronautenteam - het befaamde Mercury-zevental - werd samengesteld. Men vond hem eigenlijk wat oud. Vergeleken met de Russische concurrentie was hij inderdaad al bijna `bejaard'. Joeri Gagarin was 27 jaar toen hij in 1961 als eerste mens de ruimte in ging en de Russische nummer twee, German Titov, was nog maar 25. Vandaar dat Glenn in eerste instantie alleen toestemming kreeg om de elementaire training van een andere kandidaat als `waarnemer' mee te maken. Toen die kandidaat uitviel, bood Glenn zich aan om zijn plaats over te nemen. Hij werd geaccepteerd en maakte - nadat de lancering tot tien keer toe was uitgesteld - op 20 februari 1962 zijn gedenkwaardige driebaans ruimtevlucht van bijna vijf uur aan boord van de piepkleine Mercury-cabine `Friendschip Seven'. Hij was toen 40 jaar.

In de periode voor de ramp met de Challenger had men het in Houston moeilijk met deelneming aan ruimtemissies door politieke figuren. Dat gold niet alleen voor Jake Garn, maar later ook voor Bill Nelson, in het Huis van Afgevaardigden voorzitter van de subcommissie voor ruimtevaartaangelegenheden.

Evenmin blij was men bij NASA met nauwelijks getrainde gast-astronauten als de Saoedische prins Salman Abdel-Aziz Al Saoed en de Mexicaan Rodolfo Neri Vela. Dat NASA tot aan de ramp met de Challenger niet-Amerikanen de gelegenheid bood de ruimte in te gaan, was niet meer dan een `lokkertje' in de felle concurrentieslag met de West-Europese Arianeraket, die de Amerikanen meer klanten afsnoepte dan was voorzien. Daarom introduceerde NASA een nieuw wapen waarover de Arianebouwers en -lanceerders niet beschikten: een vliegticket voor een gast.

De Saoedische prins ging mee op de vlucht waarbij voor rekening van de Arabische Liga een communicatiesatelliet in een baan om de aarde zou worden geparkeerd. Hetzelfde gebeurde met Rodolfo Neri Vela, toen een soortgelijke kunstmaan voor rekening van Mexico werd gelanceerd. Voor sommige landen bleek dit precies voldoende om de Amerikaanse `shuttle' te verkiezen boven de Europese Ariane.

Meer mensen hoopten op een plaatsje aan boord van het ruimteveer. In het kader van een destijds door president Ronald Reagan aangekondigde programma werd serieus gesproken over het in de ruimte brengen van een onderwijzer(es), van een journalist (de oude Walter Cronkite stond ooit hoog op de kandidatenlijst), een kunstenaar, een lichamelijk gehandicapte (waarop vooral Amerikaanse invalidenorganisaties aandrongen) en mogelijk zelfs een kleuter. Uiteindelijk kwam het project niet verder dan de 37-jarige Sharon Christa McAuliffe-Corrigan, gehuwd, onderwijzeres en moeder van twee kinderen. McAuliffe kwam samen met zes anderen om het leven toen op 28 januari 1986 het ruimteveer Challenger kort na de lancering ontplofte. Een ramp die niet alleen tot de annulering van Reagans `burgers-in-de-ruimte-programma' leidde, maar ook een eind maakte aan de toepassing van de Space Shuttle als lanceersysteem voor commerciele ladingen.

Overigens gaat nu ook Barbara Morgan, een onderwijzeres die in januari '86 als `reserve' voor McAuliffe fungeerde, binnen afzienbare tijd de ruimte in. Met die vlucht hebben NASA's beroepsastronauten minder moeite dan met die van de bejaarde John Glenn, ook al verkeert die in een perfecte lichamelijke conditie.