AARDBEVINGSGEVAAR IN GRIEKENLAND IS GROTER DAN GEDACHT

Op 13 mei 1995 vond in het noordwesten van Griekenland een verwoestende aardbeving plaats. Dat gebeurde in een gebied waarvan men altijd had gedacht dat het in seismisch opzicht niet of hooguit licht actief was. Dat optimisme was echter gebaseerd op instrumentele waarnemingen in een periode van nog geen eeuw en op onvolledig historisch materiaal. Na de beving kwam direct een grootschalig onderzoek op gang dat mede tot doel had een beter inzicht te verkrijgen in de werkelijke aardbevingrisico's in dit gebied.

De resultaten, gepubliceerd in een speciaal nummer (oktober-december) van het Journal of Geodynamics, laten zien dat de risico's veel groter zijn dan gedacht.

Griekenland ligt in het gebied waar de Afrikaanse aardschol zich onder de Euraziatische schol wringt. Krachtige aardbevingen vinden niet alleen plaats langs de randen van dit gebied, maar ook in bepaalde streken ver van die grenzen. Alle onderzoekers meenden tot voor kort dat het gebied waar in 1995 de krachtige beving van magnitude 6,6 plaatsvond - ten zuiden van de steden Kozani en Grevena - tot het seismisch rustigste van heel Griekenland behoorde. Dat was ook aangegeven op de risicokaart die in juni 1995 officieel van kracht werd!

Direct na de beving werd een netwerk van seismometers opgesteld voor het meten van de nog maandenlang aanhoudende naschokken. Deze (duizenden) naschokken vormden tezamen met de hoofdschok belangrijk materiaal voor het bestuderen van de tektonische structuur en dynamica van de ondergrond in dit gebied. Met behulp van deze nieuwe gegevens hebben de onderzoekers afgeleid dat bevingen van deze kracht gemiddeld om de 500 tot 1000 jaar zouden kunnen plaatsvinden. Nieuw onderzoek in historische bronnen laat echter zien dat dit gebied in de afgelopen tweeduizend jaar door minstens zes verwoestende bevingen is getroffen. Dat wijst op een herhalingsfrequentie van 200 tot 300 jaar.

De onderzoekers wijzen er verder op dat in de afgelopen veertig jaar in de drie vermeende aseismische gebieden in Griekenland al twee verwoestende aardbevingen hebben plaatsgevonden. De eerste was die van 1956 bij Amorgos, het meest oostelijke eiland van de Cycladen. Het lijkt daarom redelijk om nu aan te nemen dat in Griekenland geen echte aseismische gebieden bestaan en dat het schijnbaar ontbreken van aardbevingen in sommige gebieden slechts de tijdelijke `stilte' is tussen zware bevingen die minder vaak plaatsvinden dan in naburige gebieden.

Volgens de onderzoekers moet de huidige kaart van de verdeling van de aardbevingsrisico's nodig worden herzien. In de seismisch schijnbaar rustige gebieden zijn en worden gebouwen neergezet die niet bestand zullen zijn tegen een aardbeving die, zoals zich nu laat aanzien vroeg of laat toch zal komen.