Werk tilt mensen niet boven grens armoede

Het vinden van werk brengt Nederlanders met een laag inkomen nauwelijks boven de armoedegrens. Dat is een van de conclusies die het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) trekken in de vandaag verschenen Armoedemonitor 1998, een jaarlijks onderzoek naar de armoede in Nederland.

Volgens de beide instituten hebben werkloze personen uit de 973.000 huishoudens die in 1996 beschikten over een laag inkomen (netto 2.140 gulden per maand voor een paar zonder kinderen) een kans van een op zes om werk te vinden. Dit biedt evenwel voor ruim driekwart van de mensen die een baan vinden geen soelaas: zij blijven in een armoedesituatie. De reden hiervoor is dat het werk meestal van korte duur is of eenvoudigweg laagbetaald.

Al met al geldt voor 4 procent van de Nederlanders met een laag inkomen dat ze door te gaan werken aan armoede ontsnappen. Van de 400.000 mensen met een geringe uitkering geldt maar voor 2 procent dat werk hun inkomen boven de armoedegrens doet uitkomen.

De uitkomsten van SCP en CBS staan haaks op de voornemens van de beide kabinetten-Kok die ervan uitgaan dat het vinden van werk het belangrijkste middel is om armoede tegen te gaan. Volgens de onderzoekers spreken hun cijfers dit tegen. Voor een groot aantal mensen met een laag inkomen is het bovendien niet meer mogelijk werk te aanvaarden.

SCP en CBS verwachten dat het aantal huishoudens met een laag inkomen over de jaren 1997-1998 zal dalen met tussen de 10 en 15 procent naar zo'n 850.000. De onderzoekers schrijven dit voor het grootste deel toe aan de economische groei van die jaren. Voor een kwart is die daling volgens SCP en CBS het gevolg van het beleid van het vorige kabinet, dat een miljard gulden heeft uitgetrokken voor armoedebestrijding via verhoging van de huursubsidie, de ouderenaftrek en de kinderbijslag.

In de jaren 1990 tot en met 1996 nam het aantal huishoudens met een laag inkomen toe met 116.000. Verhoudingsgewijs is tot 1996 door de gelijktijdige stijging van het aantal huishoudens het percentage ten opzichte van alle huishoudens constant gebleven op ruim 15 procent.

In Nederland leeft 11 procent van de huishoudens op of rond het nog lagere sociaal minimum. In internationaal opzicht neemt Nederland hiermee een middenpositie in samen met bijvoorbeeld Noorwegen, Belgie en Duitsland.

Denemarken en Canada kennen een armoedepercentage van circa 8 procent. In Groot-Brittannie leeft 29 procent van de huishoudens op of rond het sociaal minimum.