Synagoge rekent op geldschieters voor restauratie

De `mooiste synagoge van Europa' moet dringend worden gerestaureerd. Een actiecomite zoekt nog vier miljoen gulden voor de sjoel van Enschede.

Op de vrouwengalerij hangt het stucwerk al bijna voor de gebrandschilderde ramen. In en rond de koepel van de sjoel zitten grote vochtplekken. Trappen zijn verzakt, in de muren van de bijgebouwen zitten vingerdikke scheuren. De synagoge van Enschede, door velen beschouwd als de mooiste van Europa, is dringend aan restauratie toe.

Zo dringend dat de in 1996 opgerichte stichting Restauratie Synagoge Enschede een actieplan heeft opgesteld dat zo snel mogelijk een bedrag van vier miljoen gulden moet opleveren. Volgens architect S. de Boer, die in 1990 onderzoek deed naar de staat van de synagoge en toen al concludeerde dat de toestand alarmerend was, is dat geld onder andere nodig voor de vervanging van de koperen daken en goten, voor het stabiliseren van de fundering en voor het repareren van het stucwerk in de sjoel en op de vrouwengalerij. De Boer: “Wie niet goed kijkt, zal denken dat het meevalt. Maar we hebben een hele waslijst van werkzaamheden die verricht moeten worden. Zo zit er op een groot aantal plaatsen houtrot in de spanten. Als we niet snel ingrijpen, zal het allemaal nog veel ernstiger worden.'

Voor restauratie van de sjoel en van de aula op de begraafplaats is in totaal 4,5 miljoen gulden nodig. Daarvan is inmiddels een half miljoen bij elkaar gebracht. De stichting gaat er van uit dat de verschillende overheden - het gebouw is een rijksmonument - 1,8 miljoen gulden aan subsidies bijdragen. “We hebben het dus eigenlijk over een bedrag van 2,2 miljoen gulden', zegt burgemeester J. Mans van Enschede, die als woordvoerder van de stichting optreedt. “En dat bedrag gaan we bij elkaar brengen ook. We zullen bijvoorbeeld de joodse gemeenschap in Twente aanschrijven, en rekenen verder op sponsors en geldgevers.' Burgemeester Mans acht het “onaanvaardbaar dat een dergelijk uniek en prachtig bouwwerk verloren dreigt te gaan'.

De synagoge is gebouwd in 1928 (in de joodse jaartelling in 5689) naar ontwerp van de architect K.P.C. de Bazel. De gemeente gaf de joodse gemeenschap toestemming de sjoel te bouwen in de Stadsweide, nu een dure wijk vlak tegen de binnenstad aan, en destijds een kaal stuk grasland aan de rand van de stad. De synagoge aan de Prinsestraat is vanaf het begin beschouwd als een regelrecht pronkstuk. “Als een machtige vorstinne troont daar de synagoge vol majesteit. Van kracht en schoonheid spreken de forsche koepel, beheersend de rustige, vriendelijke omgeving' zo beschreef een verslaggever van het Centraal Blad voor Israelieten het gebouw ter gelegenheid van de inwijding in 1928. De joodse gemeenschap in Enschede werd in 1814 een `kille', een zelfstandige gemeente. De meeste leden waren armlastige winkeliers en kleinhandelaren. Het geld voor de synagoge werd voornamelijk bij elkaar gebracht door enkele joodse textielbaronnen, zoals S. Menko en S. van Heek. In de jaren voor de oorlog stroomde de synagoge vol, met name als gevolg van de toestroom van Duitse vluchtelingen. Op haar hoogtepunt telde de gemeente 1.350 zielen. Daarvan keerden er na de holocaust vijfhonderd terug.

Op dit moment zijn er nog zeventig leden, zegt voorzitter J. Hartog van de Nederlands-Israelitische Gemeente, zoals de orthodoxe gemeenschap officieel heet. Hartog: “Daarvan komen er gemiddeld twintig elke week naar de dienst. Omdat dat er veel te weinig zijn voor het grote gebouw hebben we een aparte sjoel ingericht in een van de bijgebouwen.'

Tijdens een korte rondleiding wijst Hartog op de authentieke ornamenten in het gebouw. Architect De Bazel ontwierp een gebouw met ronde, koperen daken die de synagoge een orientaals karakter geven.

De sjoel zelf, het grote hoofdgebouw waar vroeger de diensten werden gehouden, heeft een koepel van achttien meter hoogte, waarin tal van symbolen zijn aangebracht.

Wat er na de restauratie met de synagoge moet gebeuren, is nog niet duidelijk. De joodse gemeenschap is vergrijsd en wordt snel kleiner. Voorzitter Hartog heeft al verschillende gesprekken gevoerd over de mogelijkheden het gebouw een multifunctionele bestemming te geven, bijvoorbeeld als bibliotheek of auditorium. Dat stuit echter op godsdienstige bezwaren. Hartog: “Eerst maar de restauratie, daarna zien we wel verder. Ook daar komen we wel uit.'