Stoppen kon niet meer; De neergang van het CDA

We houden ze nog een periode in de oppositie en hun netwerk is stuk. Hun bestuurders in het land hebben geen perspectief meer: ze lopen weg of ze verliezen hun invloed. Zo zal een tweede paarse kabinet de macht van het CDA definitief breken.

Deze wensdroom werd afgelopen zomer door een vooraanstaande liberale politicus in kleine kring geuit. Het was het verlangen van een paarse VVD'er, inmiddels minister in Kok-II, om definitief af te rekenen met de christen-democratie: als wraakoefening voor wat de VVD in de Lubbers-jaren was aangedaan.

Luitjes, wees niet bevreesd: het CDA komt terug en rapper dan jullie voorzien. Binnen twee jaar zitten we weer in de regering, alleen weten we nog niet met wie, voorspelde oud-premier Dries van Agt afgelopen maandag uitdagend. Het was ook een wensdroom, gestoeld op de verwachting dat Paars snel is uitgeregeerd en op de ervaringswijsheid dat coalities van dezelfde samenstelling hun tweede termijn niet volmaken.

Het CDA weg als machtsfactor in de Nederlandse politiek of het CDA terug als regeringspartij: allebei is vooralsnog onwaarschijnlijk. De geoliede machtsmachine van weleer is nog altijd in het ongerede.

Jaap de Hoop Scheffer - de vierde leider binnen vier jaar, na Lubbers, Brinkman en Heerma - overtuigt nog steeds niet. Zijn partij heeft geen aansprekend antwoord op de consensus-politiek van paars en de generatie na Lubbers is weg of zoekende.

Hoe heeft het zover kunnen komen? Was het eenvoudig slijtage van een partij die te lang in het centrum van de macht verkeerde, zelfgenoegzaamheid van een generatie politici zonder wie niet te regeren viel of was het de personenstrijd - die wurgdans van Ruud Lubbers met Elco Brinkman - die het CDA nekte?

Van alles een beetje en nog veel meer, zo schetsen Pieter Gerrit Kroeger en Jaap Stam in De rogge staat er dun bij, een onderzoek naar de ontwikkeling en de teloorgang van het CDA. De twee auteurs, de een journalist, de ander partijganger, geven een minutieus en daarmee ontluisterend beeld van het verval van het CDA. Zo goed als zij tegelijk een prachtige schets leveren over de totstandkoming van die partij. Met een constante: het verval was net zo onvoorzien als de opkomst. Afkalvende partijen die samengaan om `in elkaars armen te sterven', zo werd begin jaren zeventig nog geoordeeld over de fusiepogingen van KVP, ARP en CHU.

Maar eerst het verval. De voortekenen dienen zich goed beschouwd al aan in het tweede kabinet-Lubbers, maar het voltrekt zich pas in de tweede helft van het derde kabinet-Lubbers. Als een opera van Verdi.

`Er werd aangrijpend gezongen, maar het libretto bleef onheil op misverstand op onbegrip stapelen. Wanhopig en onstuitbaar ruineerden de solisten elkaar en zichzelf', schrijven Kroeger en Stam over de periode 1992-1994. En inderdaad, wie had er binnen het CDA allemaal niet ruzie met een ander: Ruud Lubbers met Ad Kaland, de bonkige criticaster van Lubbers-III, Ruud Lubbers met Elco Brinkman, zijn te eigengereide kroonprins, Ruud Lubbers ook met Hans van den Broek, de misnoegde minister van buitenlandse zaken. En uiteindelijk vooral Lubbers met Lubbers. Hij was de regie en volgens sommigen ook de kluts kwijt. `Lubbers was gedesillusioneerd, hij was aan onttakeling ten prooi. Ik herkende wat met Joop den Uyl was gebeurd. Als je zo lang in een functie zit, ga je spoken zien', zegt oud-minister Ed van Thijn.

Maar bovenal was Lubbers zijn kompas kwijt. Hij miste de man die in '82 het premierschap aan hem liet en daarna diens leermeester adviseur en contra-gewicht werd. De Rogge staat er dun bij is in feite een ode aan Jan de Koning:de meest aardse CDA'er, die eerst als voorzitter van de ARP zijn partij rijp maakte voor de fusie en later minister was in vijf kabinetten. Maar hij was vooral de man die Lubbers in de binnenkamer terzijde stond en zonodig corrigeerde. Kroeger en Stam zien in zijn afwezigheid in het derde kabinet-Lubbers een belangrijke factor voor de onbalans en de misere die het CDA trof.

Het laatste advies dat De Koning zijn partij gaf, werd genegeerd: stuur Brinkman niet weg hield hij waarnemend partijvoorzitter Tineke Lodders drie maanden na de desastreuze verkiezingsnederlaag van mei '94 voor.

Hou de rotzooi binnen. `Geen kamikaze', zo adviseerde de peetvader-in-ruste. Het was toen al te laat, de partij luisterde niet meer naar De Koning. Brinkman moest weg. En de rest van de geschiedenis is bekend.

De neergang van het CDA werd aan de top veroorzaakt. Ministers, Tweede-Kamerfractie en partijbestuur waren ten tijde van het derde kabinet-Lubbers losdrijvende ijsschotsen geworden. Stoppen kon niet meer, zoals regiobestuurders ondervonden bij hun pogingen het onheil van het verkiezingsprogramma van '94 (de bevriezing van de AOW) af te wenden.

Die neergang van bovenaf is meer dan ironisch voor een beweging die in feite aan de basis is gemaakt. Halverwege de jaren zeventig dwongen lokale bestuurders de ruziende fractieleiders van ARP, KVP en CHU tot de fusie. Klinkende verkiezingsresultaten bij gemeentelijke en provinciale verkiezingen dwongen de toppen van de partijen tot een snelle eenwording. Zo werd het CDA uit rijkdom geboren, citeren de auteurs oud-partijsecretaris Jan Krajenbrink. En als de partij niet uitkijkt, blijft men straks alleen nog uit armoede bij elkaar, zo waarschuwen ze het CDA.

De Rogge staat er dun bij is een knap boek. Het geeft een precies inzicht in de ontwikkeling van het CDA en een scherpe kijk op het politieke bedrijf. De aanpak doet weldadig aan: in hun conclusies zijn de auteurs scherp in de behandeling van hun onderwerp zijn ze fair. De hoofdrolspelers die ze spraken, voeren ze steeds met name op. Het is een eerlijkheid die in veel andere publicaties over de politiek ontbreekt. Met twee hoofdrolspelers spraken de auteurs vreemd genoeg niet: Willem Aantjes de vroegere ARP-leider die bij de totstandkoming van het CDA een horzelige rol speelde en de anti-revolutionair Enneus Heerma, die de neergang van Elco Brinkman mocht voortzetten.

Er is nog iemand met wie de auteurs niet spraken. Maar anders dan Aantjes en Heerma is die persoon wel nadrukkelijk, misschien iets te nadrukkelijk in het boek aanwezig. Het is de laatste krachtpatser uit de CHU, Wim Deetman.

Uit de dagboeken van Kroeger, indertijd persoonlijk medewerker van onderwijsminister Deetman, komt de ogenschijnlijk saaie Deetman als een bedreven machtspoliticus naar voren.

Hoe voorkom je bezuinigingen als de minister van financien wel een partijgenoot maar tegelijk je tegenstander is. Dan onderhandel je eerst met hem en doe je daarna zaken met je partijgenoot de premier. Je laat daarvoor je medewerker op `een logoloos A-viertje' een briefje schrijven en zie: bij de besprekingen in de ministerraad tovert de premier precies dat briefje als eindvoorstel uit zijn dossier. Je stribbelt daarna voor de vorm nog wat tegen en de minister van financien is ook tevreden: tel uit je winst.

Niet netjes van Wim Deetman, maar het zijn precies die inkijkjes die De Rogge tot een boeiende anatomie van het politieke bedrijf maken.