Sterke vrouwen met welgevormde billen; Gesprek met Charlotte Schleiffert

Het uitgangspunt voor Charlotte Schleifferts schilderijen is altijd een foto. Op die foto is meestal een vrouw te zien, die zijn `gewoon fleuriger'. Maar ondanks dat, en ondanks haar hevige kleurgebruik is haar werk niet erg optimistisch over de menselijke soort.

Eenendertig jaar is ze, en nu al heeft ze epigonen. “Ik zie overal schilders die mijn werk oppikken.' En lachend vervolgt ze: “Daarom moeten veel mensen mijn schilderijen zien. Anders weten ze niet meer waar het oorspronkelijk vandaan kwam.'

De Stadsgalerij te Heerlen exposeert schilderijen en tekeningen van Charlotte Schleiffert. Op het moment dat ik haar daar naar binnen zie wandelen is mijn eerste gedachte: “Net zo'n vrouw als de vrouwen uit haar schilderijen.' Schleiffert is groot en blond, draagt een slangenprint-bloesje op een oude spijkerbroek en heeft opvallende, donkerrood gestifte lippen. Dat Schleiffert, die na de kunstacademie in Den Bosch van 1990 tot 1992 studeerde aan Ateliers '63 in Haarlem, epigonisme tegenkomt, is niet ondenkbaar. Zij heeft zitting in de jury voor de Koninklijke Subsidie, de prijs voor jonge Nederlandse schilders die jaarlijks door de koningin wordt uitgereikt en krijgt zodoende het werk van talloze medeschilders, veelal leeftijdsgenoten, onder ogen.

Schleifferts werk is rauw en heftig geschilderd, er spreekt een enorme energie uit. De formaten van haar schilderijen en tekeningen zijn groot, vaak van een hoogte van twee tot drie meter. Uitdagende pin-ups tonen hun welgevormde billen en lachen begerig met vuurrode monden, naakte vrouwen- en mannenlichamen liggen verstrengeld over het doek, handen strelen borsten en geslachtsdelen. Soms krijgt de wellust een agressieve gedaante, met maskers, metalen banden knellend om dijbenen en gekartelde messen. Schleiffert gebruikt harde kleurcontrasten, met knaloranje, lichtgevend groen en roze. Ze smeert de verf direct op het doek, waarbij druppels, slierten en andere sporen achterblijven, ze gebruikt olieverf, acrylverf, pastelpotlood, eitempera en wat dies meer zij door elkaar heen en plakt er repen zilverpapier tegenaan.

Wat allemaal niet wil zeggen dat haar schilderijen en tekeningen onoverwogen zouden zijn.

Schleiffert: “Het uitgangspunt is altijd een foto. Ik heb allerlei fotomateriaal, uit fotoboeken de krant, pornoblaadjes, van alles. Het plaatje is heel bepalend. Bijvoorbeeld dit schilderij van drie vrouwen: ik zag een foto van drie naakte vrouwen die bij elkaar stonden, en keek naar de schaduwen tussen hun lichamen. Ik begon ermee om die schaduwen als vlakken te tekenen. Ik schilder geen diepte, maar vormen en kleuren. Het gaat mij even goed om de compositie als om de illusie van de voorstelling.'

“Het is belangrijk dat het schilderij los is, dat het niet dicht geschilderd is. Acrylverf is bijvoorbeeld dichte verf, het is goed om accenten mee te aan te brengen. Eitempera is pigment waar je ei en water bij hebt gegooid dat is tenminste de gemakkelijkste manier. Je moet er heel snel mee werken. Het mooie van eitempera is dat je de penseelstreek blijft zien en dat je van die vlekken krijgt. Met acryl- en olieverf schilder ik dichtere delen, maar er moeten ook open stukken in zitten, anders ademt het niet. Ik maak mijn schilderijen snel, in twee a drie keer. Ik werk op de grond en heb geen overzicht dus voor mij is het ook een verrassing als ik het ophang.'

Schleiffert richtte haar expositie in Heerlen op een onconventionele manier in. Haar schilderijen en tekeningen zijn door haar als een puzzel tegen elkaar aangehangen, zodat ze als een reusachtige collage de wanden bedekken. Schleiffert: “Ik wil mijn dingen dicht bij elkaar hangen, anders worden ze ieder apart zo belangrijk. Het zijn afzonderlijke werken, maar ik houd er niet van dat je een ding heel goed kan bekijken, met veel wit er omheen, dat is zo formeel, zo netjes.'

Kanten slipje

Schleifferts tekeningen zijn meer doorgewerkt dan haar schilderijen, met modelle en meer detail.

De voorstelling is realistischer en daarmee des te gruwelijker. “Het zijn meer personen van vlees en bloed', zoals Schleiffert het zegt. Een blonde vrouw in bh en slipje van kant laat een geamputeerd been op een krukje rusten. Een eindje verderop houdt een vrouw met behaarde benen en roodaangelopen ogen een spiegel onder haar vagina. Deze tekeningen hangen op de bovenverdieping en zijn te hoog voor de wanden. Schleiffert loste het probleem op door de vellen papier op de grond te laten hangen zodat de zwarte hooggehakte pumps onderaan het blad onbekommerd omkrullen op het tapijt.

Een van de modellen op de tekeningen laat zich herkennen als Pamela Anderson. Fatty staat er op haar buik geschreven, en ze heeft een gluiperige Hitlerkop gekegen met een zwart kuifje en snorretje, en een zwart lapje voor een oog. Schleiffert: “Dit is het ideaal dat ver te zoeken is, zou je kunnen zeggen.'

Schleiffert wijst naar een andere tekening: “Daar wordt een vrouw opgehesen aan haar tong. Het heeft te maken met de macht van de man maar zij staat het toe. Ze is niet echt het slachtoffer, want ze heeft er zo haar eigen bedoeling mee. Het zijn geslepen vrouwen die ik neerzet. Het gaat over macht en onmacht, over verlangen, en ook over deze tijd, over hoe belangrijk het is om mooi te zijn, kosmetische ingrepen. Ik schilder sterke vrouwen. Ze lijken slachtoffer te zijn, maar ze zijn het niet. Mannen schilder ik inderdaad minder vaak. Vrouwen zijn gewoon fleuriger, al zien jongens er veel leuker uit dan vroeger. En gelukkig heb je ook nog travestieten, want die zijn wel het allermooist.'

“Mijn schilderijen worden vaak als pornografisch beschouwd, maar dat zijn ze niet. Daarvoor zijn ze te dubbelzinnig.

Als ik bijvoorbeeld geweld wil laten zien schilder ik niet iemand die een ander met een hamer op de kop slaat, dat is te eenduidig. Er moet humor in, anders wordt het veel te zwaar. In ieder werk wil ik iets speels: bijvoorbeeld (ze wijst naar een schilderij van twee geliefden) dat ik hier milk schrijf in plaats van dat ik haar borsten schilder.'

“Ik wil dat wie mijn werk bekijkt eens nadenkt over hoe mensen met elkaar omgaan. Het schilderij met die messen bijvoorbeeld, waar zij over die man heenhangt, dat heeft te maken met hoe ik de wereld ervaar: oorlogen, de hardheid ervan, en wat mensen elkaar aandoen, hoe ze elkaar onderdrukken. Ik verbaas me erover hoever mensen kunnen gaan en over hoever ze gaan met zichzelf tentoon te spreiden.'

Galeriehouders

Schleifferts eigengereidheid beperkt zich niet tot haar werk, maar blijkt ook uit de manier waarop zij haar ondernemerschap probeert vorm te geven. Het is voor beeldend kunstenaars moeilijk om een bestaan op te bouwen, zeker in Nederland, waar de markt zo beperkt is. Schleiffert vindt dat de meeste galeries, enkele gunstige uitzonderingen daargelaten, te weinig voor hun kunstenaars doen. “In Nederland word je als kunstenaar niet rijk, daarom is het goed dat je hier stipendia hebt. Ik leef afwisselend van de verkoop van mijn werk en van werkbeurzen. Ik vind de 50 procent commissie die galeriehouders krijgen erg veel. Het zou niet zo erg zijn als ze zich het vuur voor je uit de sloffen zouden lopen en je werk bijvoorbeeld naar het buitenland brachten maar dat gebeurt bijna nooit. Op initiatief van een bevriend kunstenaar hebben we Comite 97 opgericht. Met zo'n 5 tot 10 mensen zochten we een plek om ons werk te exposeren.

De eerste keer ging het goed, maar bij de tweede keer liepen onze ideeen al teveel uiteen. Het is moeilijk om het zelf te doen, het is een baan apart, en dat maakt mijn verhouding met galeries ambivalent.'

Schleiffert woonde kortgeleden een half jaar in Barcelona. Ze vertelt hoe haar werk ongemerkt veranderde, minder agressief werd, en hoe ook het kleurgebruik veranderde. “In Spanje ben ik bijvoorbeeld met geel gaan schilderen, en ik schilderde nooit met geel. Het heeft natuurlijk met het klimaat te maken, maar meer nog met het stadsbeeld. Rotterdam, waar ik nu woon, is rauw, de junkies zijn er niet aan het straatbeeld onttrokken zoals in Barcelona. Spanje is uiterlijk heel beschaafd, de grote armoede en ellende die er zijn worden weggemoffeld. Ik voelde mij in Barcelona niet thuis.' Binnenkort heeft Schleiffert een expositie bij kunstenaarsinitatief Archipel in Apeldoorn. Ze zal daar werk laten zien dat na Barcelona, in Rotterdam, is ontstaan. De warme kleur, het Matisse-achtige bijna van de Spaanse schilderijen is helemaal verdwenen: “Het ongemakkelijke en stugge vind ik mooi, het krampachtige. Maar het blijft werk met een knipoog. De thema's worden erg gerelativeerd. 't Zijn vreselijke dingen die ik laat zien, maar je moet het met een korrel zout nemen. Mijn schilderijen zijn niet gemaakt om te shockeren, ik wil juist dat ze de mensen verleiden.' Ze leunt achterover op de bank die in de museumzaal tegenover haar schilderijen staat. “Ik vind het heel prettig om naar mijn werk te kijken.'