Politiek is meer dan sorry zeggen; Vraaggesprek met Ed. van Thijn

Oud-minister, PvdA-coryfee en hoogleraar Ed. van Thijn schreef, met een paar van zijn studenten, een kritisch boek over de heersende `Sorry-democratie'.

Ed van Thijn heeft de actualiteit mee. Zijn boek, dat volgende week uitkomt, lijkt perfect te passen in het heersende politieke tij. Twee recente Haagse affaires hadden zo als voorbeeld in zijn boek kunnen worden opgenomen: de discussie rond de aankoop van het schilderij van Mondriaan en het rumoer over de groeicijfers van Schiphol.

In beide gevallen zo constateert de oud-minister van Binnenlandse Zaken, nam de bewindspersoon geen verantwoordelijkheid en beet het parlement niet door: “Minister Zalm zou het toch niet in zijn hoofd moeten durven halen om de Rekenkamer zomaar een gevraagde brief te onthouden? Daarvoor moet hij toch ongenadig door de Kamer op zijn vingers worden getikt? En als minister Jorritsma een heldere afspraak met het parlement welbewust niet in een uitvoeringsmemorandum blijkt te hebben gezet, dan is er toch een grens overschreden? De macht wordt oncontroleerbaar als fouten niet worden afgestraft.'

Van Thijn bekleedt sinds 1997 de dr. J.M. den Uyl-leerstoel, ingesteld door de Wiardi Beckman Stichting, aan de Universiteit van Amsterdam. Hij geeft er college over de veranderende rol van de staat en de relatie tussen politiek en bureaucratie. Met een aantal studenten verdiepte hij zich in de vraag of het zogenaamde `Weberiaanse model', dat uitgaat van het primaat van de politiek en de loyaliteit van de ambtenaar, in Nederland nog wel zo sterk in de schoenen staat. Krijgt het ambtelijk apparaat niet teveel macht? Nemen ministers hun verantwoordelijkheid wel snel genoeg? En vooral: hoe geloofwaardig is het parlement nog? Van Thijn en zijn studenten hebben deze vragen losgelaten op een aantal affaires uit het eerste paarse kabinet, waaronder de nasleep van de Bijlmerramp, de val van Srebrenica en de CTSV-affaire.

Daarnaast is beschreven hoe Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO's), maar ook lobbyclubs als de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) steeds meer invloed krijgen.

“Door de geweldige toename van informatiestromen, krijgt de politiek minder vat op zaken', meent de eveneens oud-burgemeester van Amsterdam. “Vandaar ook dat er in zoveel dossiers met cijfers wordt gegoocheld. Steeds weer nieuwe vrachtbrieven 430.000 vliegbewegingen, 12.000 woningen of aantallen asielzoekers. Informatie wordt een manipulatie-instrument. Je kan er de publieke opinie mee op stang jagen. Ondertussen zien kamer en ministers door de bomen het bos niet meer. Zo verpolitiekt de ambtenarij en verambtelijkt de politiek. De bureaucratie krijgt een vrijbrief haar eigen weg te gaan. En kan de staat dan haar gezag nog handhaven?'

Geeft u zelf eens antwoord op die vraag

“Dat gezag blijft alleen maar overeind als het parlement van tijd tot tijd echt corrigeert en niet alleen maar genoegen neemt met een zuinig `sorry' van een bewindspersoon. Onder Paars I is het dualisme volledig om zeep geholpen, dat blijkt ook wel uit de affaires die we hebben beschreven. Het boek is geen volksgericht of zo, maar geeft wel een ondergrens aan die niet overschreden mag worden.'

Is die grens de afgelopen jaren wel overschreden?

“Vind ik wel. In de affaire over de Iraanse asielzoekers bijvoorbeeld is de Kamer acht maanden met verkeerde informatie voor joker gezet. In het laatste Schiphol-debat idemdito. Srebrenica is weer een ander verhaal, maar daar was het gezag van de minister zo aangetast dat hij alleen daarom al de eer aan zichzelf had moeten houden. Zo niet, dan had de Kamer hem moeten dwingen.'

Als je de regels zo strak aanhoudt als u ze nu schetst, dreigt er iedere maand een bewindspersoon te moeten opstappen.

Dat is toch een illusie in een land waar het politiek klimaat beheerst wordt door coalities en een compromiscultuur?

“Het coalitiebelang weegt zwaar, maar er zijn grenzen. Er hoeven niet bij ieder wissewasje koppen te rollen, maar er zijn wel bepaalde politieke fatsoensnormen. Die moet je, alleen al vanwege het preventieve karakter, in stand houden. Om aan al die ambtenaren te laten zien: als jij verkeerde of onvolledige informatie geeft, kost het mijn kop. Je moet als bewindspersoon je verantwoording nemen. En de Kamer moet desnoods zelf daartoe het initiatief nemen.'

Maar de realiteit is dat het niet gebeurt. Is de praktijk van het Binnenhof niet veel weerbarstiger dan de theorie van uw boek?

“Natuurlijk, maar dat ontslaat ons niet van de plicht om er iets aan te doen. Als de cultuur niet snel verandert, komt het einde van de democratie in zicht, dan werkt het systeem gewoon niet meer. Ik pleit daarom voor een scherper onderscheid tussen bureaucratie en politiek. Termen als `de overheid als bedrijf', `meetbare producten' of `publiek ondernemerschap' zijn allemaal prima, maar de eindredactie van het beleid moet terug naar de politiek. Er hoeft heus geen commandostructuur te komen die ambtenaren in het hok terugschopt, maar het politiek bestuurlijk management moet wel weer aan kracht gaan winnen.'

Daarover staat niets in het regeerakkoord.

“Dat is ook zorgelijk. Men rommelt maar wat aan en visie ontbreekt. Maar het kan ten goede keren. De personele samenstelling van dit kabinet is niet slecht. Ministers als De Grave (Defensie), maar ook PvdA-fractievoorzitter Melkert zetten een frisse toon. Bovendien kunnen de affaires van nu, zoals de Bijlmerramp, Schiphol en Srebrenica een gunstig effect hebben op de politieke cultuur.

Daarnaast is er met deze samenstelling van de Kamer meer kans op politiek vuurwerk en zorgt dat wellicht voor duidelijker burgermoed van de parlementsleden.'

Heeft de hoogleraar Van Thijn bij het samenstellen van dit boek nog wel eens naar de verantwoordelijkheden van de burgemeester- of minister Van Thijn in het verleden gekeken?

“Ook ik heb te maken gehad met het zoek-raken van verantwoordelijkheden. Toen de kraker Hans Kok in een politiecel overleed, had ik misschien wel moeten aftreden. Niet vanwege schuld, maar omdat het voor de democratische verhoudingen wellicht goed was geweest. Ook in de IRT-affaire heb ik het allemaal te lang laten sudderen. Ik heb bijvoorbeeld geaccepteerd dat het kabinet met twee monden sprak en dat was staatsrechtelijk gezien geen zuivere koffie. Ik had de beuk erin moeten gooien of moeten vertrekken. Maar ach, uiteindelijk heeft niemand alleen maar schone handen.'