Pauline Melville

Buikspreken is onder de Indianen van Guyana een oud trucje om dieren te lokken bij de jacht. Het is ook een metafoor voor wat elke schrijver en verteller doet.

De Guyanese schrijfster Pauline Melville maakt er op ingenieuze wijze gebruik van in haar eerste roman The Ventriloquist's Tale, waarvoor ze de Whitbread First Novel Award 1997 won. Het boek bestaat uit een reeks in elkaar ingebedde verhalen die allemaal te maken hebben met de McKinnon-familie, en van het heden naar het verleden lopen en weer terug. De kern van deze roman beslaat de geschiedenis van Beatrice en Danny McKinnon.

Hun vader, de Schot en avonturier McKinnon arriveert aan het begin van de twintigste eeuw bij een Wapisiana-dorpje in de binnenlanden van Brits Guyana, trouwt er naar Indiaans gebruik twee zusters, en sticht een bloeiende nederzetting in de omgeving. McKinnon ziet zichzelf als een vrijdenker, al heeft hij nog wel eens moeite met de Indiaanse opvatting van het dagelijks leven: `an illusion behind which lay the unchanging reality of dream and myth.' Zijn echte problemen beginnen pas wanneer zijn twee oudste kinderen, Beatrice en Danny, opeens een onverklaarbare, niet te stuiten passie voor elkaar opvatten en samen weglopen naar Brazilie. De Indiaanse familieleden vinden het niet zo'n ramp, het komt wel vaker voor, en heeft hoogstwaarschijnlijk iets te maken met de recente zonsverduistering, vanouds geassocieerd met incest in de Indiaanse mythologie. McKinnon is echter zo geschokt dat hij de hulp inroept van zijn aartsvijand, de megalomane katholieke priester Father Napier, met fatale gevolgen.

Melville paart een gedegen kennis van het Wapisiana-gebied en bijbehorende mythologie aan een talent voor fraaie beelden en metaforen, die aan haar boek een sterke eenheid geven. Daarnaast bezit ze een groot gevoel voor humor, waarmee ze dramatische gebeurtenissen relativeert, en exotisme ontnuchtert. Ze betoont zich een flamboyante buikspreekster in de beste Zuidamerikaanse traditie.