Motorscooter

De scooter is weer eens terug van weggeweest, en deze keer blijft hij misschien wel. Dat komt vooral door de bromscooters. Bromscooters zijn scooters die eigenlijk bromfiets zijn, en waarvoor je dus geen rijbewijs nodig hebt.

Sinds de wielmaat voor brommers is vrijgelaten (een jaar of tien geleden moesten de wielen nog van fietsformaat zijn) en de fietspedalen niet langer verplicht waren, kon de scooter zijn rentree maken. Het enige wat nog ontbrak waren leuke modellen en een jeugdige kapitaalkrachtige vraag, maar aan beide voorwaarden is nu voldaan. Vorig jaar werden er 65.000 brom- en snorfietsen verkocht, en meer dan de helft (zo'n 36.000) waren scooters. Adembenemde tweewielertjes zijn het, die aan hun motortje van 50 cc meestal genoeg hebben om met hoogst illegale snelheid door stad en land te huilen.

Maar over dit speelgoed voor de opgeschoten jeugd wilden we het nu even niet hebben, het gaat vandaag over motorscooters. Dat zijn scooters met een grotere cilinderinhoud dan 50 cc. Je hebt er een motorrijbewijs voor nodig en je mag er de snelweg mee op. Honda, Suzuki, Yamaha, Vespa en Aprilia brengen allemaal motorscooters op de markt. Ze kosten tussen de 12 en 14 duizend gulden en vorig jaar werden er 400 van verkocht. Dat was alweer twee keer zoveel als in `96.

De nieuwe motorscooters hebben allemaal een elektrische starter, een automatische koppeling en een continu variabele transmissie. Dat betekent dat op een knop drukken en aan het gashendel draaien voldoende is om weg te rijden, en dat je niet hoeft te schakelen. Wat de meeste ook hebben: een viertaktmotor. Een viertaktmotor loopt mooier, zuiniger en schoner dan een tweetaktmotor. Maar hij is ook duurder en gecompliceerder, en om die reden pruttelden in de Vespa`s, Lambretta's, Maicoletta's en Zundapp Bella's uit de jaren zestig onveranderlijk een tweetaktmotor.

Oude scootervrienden roepen nu: Heinkel! Ja, de Heinkel Tourist scooter uit de jaren vijftig en zestig werd ook - en als enige scooter - door een viertakt motor van 175 cc aangedreven. Heinkel was de duurste en meest luxueuze scooter van zijn tijd.

De nieuwe motorscooters richten zich niet op motorrijders, maar op automobilisten die genoeg hebben van files en parkeerproblemen. Ze hebben ook wel wat van een auto: een lage instap, een zachte zetel en geen tank tussen de knieen.

De motorscooter van Suzuki heet Burgman. Het is een lang, laag gevaarte dat er comfortabel uitziet. De Burgman verbergt onder zijn kunststof beplating een stijf frame van stalen buis en een eencilinder viertakt motor.

De motor brengt een beschaafd en regelmatig geronk voort en gebruikt weinig benzine: meer dan 3,5 liter per 100 km hoeft er niet in.

De Suzuki zit lekker en je rijdt er zo op weg. Hoewel de motor maar 250 cc telt, trekt de scooter snel op, mede door de continu variabele transmissie. Hele oude scootervrienden roepen nu: DKW! Ja, inderdaad, de DKW Hobbyscooter, (74 cc, tweetakt, 1954), had ook dat systeem van twee riemschijven met automatisch veranderende diameter, dat later als CVT bekend zou worden. Een van de eerste kopers van de DKW Hobby was indertijd de Eindhovense fabrikant Hub van Doorne. Het Dafje dat hij een paar jaar daarna op de markt bracht was mede op de DKW Hobby geinspireerd.

De Burgman heeft automatische koppeling, dus geen koppelingshandel. Toch zit er wel, net als bij een motorfiets, een hendel aan de linker stuurhelft, maar dat is een remhendel die voor- en achterrem bedient. Het rechter hendel is ook een remhendel (bedient alleen voorrem), dus op de Burgman rem je net als op een fiets met beide handen. De remmen van de Burgman werken trouwens verbijsterend goed.

We zitten op de snelweg. We zetten de voeten naar voren op de comfortabele treeplank en draaien het gashandel open. De naald klimt naar honderd honderdtwintig. Het is geen enkel probleem met het autoverkeer mee te komen. De krachtbron is weliswaar klein, maar hij heeft een pittig vermogen (17 kW, 23 pk). Verder is de scooter laag, en de luchtweerstand daardoor gering. Een motorrijder moet wel wennen aan die lage zit, maar een automobilist niet, die zit op deze scooter ongeveer op vertrouwd niveau.

De stabiliteit, altijd een kwetsbaar punt op een scooter is goed. Dankzij relatief grote wielen (13 inch), het stijve frame en de ruim bemeten vering ligt de Burgman als een blok op de weg.

Wel is het bij een lange, snel genomen bocht even wennen, de koersvastheid is toch iets minder dan die van een motorfiets.

Ha! Een file. Nu treedt een van de meest welkome eigenschappen van de gemotoriseerde tweewieler aan het licht: hij past tussen twee rijen auto's. De politie gedoogt het inhalen van stilstaande files, en de meeste automobilisten weten het inmiddels. Ze maken bereidwillig plaats voor de zilverkleurige laagvlieger. In de stad ben je ook snel waar je wezen moet. Je kunt er in je regenjas op gaan zitten en als je op de plaats van bestemming bent aangekomen kan de helm onder de opklapbare buddyseat worden weggeborgen. Niemand hoeft te weten dat je niet met de auto bent gekomen.