`Meer les, minder lekkages'

Een half miljoen Franse lyceisten ging gisteren de straat op. De mars toonde de tweedeling aan in de Franse maatschappij: de middenklasse eist dat haar scholen beter worden, immigrantenkinderen hebben hun lyceum vrijwel nooit van binnen gezien.

De sirenes loeien weer. Een half miljoen lyceisten op straat in heel Frankrijk. Dertigduizend in Parijs, lieve lyceisten, graag bereid marcherend hun wensen uit te leggen: meer les, minder lekkages. De keerzijde loopt mee, op de Place de la Nation al, waar de demonstratie begon: plukjes leeftijdgenoten, meest zwart en gewapend, die mensen slaan ruiten ingooien en winkels plunderen.

Ziedaar de pijnlijke werkelijkheid van la fracture sociale, de sociale tweedeling, waar de presidentskandidaat Jacques Chirac in '95 de harten van de Fransen mee won. In de leeftijdsgroep 16 tot 18 jaar betekent dat: de middenklasse gaat naar school en eist dat er wat te leren valt, de immigrantenkinderen hebben het lyceum in hun voorstad zelden van binnen gezien en gebruiken de lyceistenmars als alibi. Beide groepen eisen hun deel in de republikeinse droom van gelijke kansen.

Voor de casseurs, de ruitenbrekers, was de manif van gisteren het sein tot proletarisch winkelen bij de Tabac, de telefoonwinkel en de apotheek. Terwijl de scholieren zich organiseerden en stickers uitdeelden (`Dans greves il y a reves', in `stakingen' zitten `dromen') was brasserie Au Canon de la Nation al met de grond gelijk gemaakt. De symboliek was fors. Juist deze Franse natie heeft de meppers weinig meer te bieden dan spullen, die je nog met geweld moet halen ook. Middenstanders en andere burgers klaagden over het halfzachte ingrijpen van de politie, die machteloos stond tegenover deze sprinkhaancommando's.

Halverwege de route, op de Place Denfert-Rochereau, aan de zuidkant van het centrum van Parijs, eenzelfde beeld van verwarring. Niemand weet goed wat kop en staart van het peloton is. Het is een zap-manif: halve scholen voegen zich opeens bij de optocht anderen haken af bij een MacDo.

Om de hoek, op de Boulevard Arago die niet op de route ligt, hebben de vliegende sloopbrigades tientallen auto's en scooters omgegooid en in brand gestoken.

Vier jaar geleden gebeurde hetzelfde op dezelfde boulevard, tijdens het wilde protest tegen Balladurs plan voor een minimumjeugdloon, het CIP. De vooruitgang maakt het nu voor de politie nog moeilijker iets te doen: zodra hun busjes naderen worden de casseurs per draagbare telefoon gewaarschuwd. Zij verdwijnen in groepjes van twee, drie man. Om later op te duiken bij het Gare de l'Est, Gare du Nord en Gare Saint-Lazare kilometers van de optocht, maar wel trechters naar de voorsteden. Ook hier incasseren kiosken, winkels en straatmeubilair de woede van een generatie.

“Wij moeten soms vijf uur wachten tussen twee lessen', zegt een opgewonden lyceiste, die boos is dat door de rellen hun demonstratie er bij in schiet. “En wij zitten met z'n vieren aan een tafeltje bij Engels. Die leraar ziet alleen de voorste helft.'

Een ander groepje demonstranten meldt zich: “Er is geen gelijkheid onder lyceisten! De minister wil nivellering door alle roosters te verlichten, maar dat willen wij niet dit land heeft toch een elite nodig.'

's Middags ontving minister van Onderwijs Claude Allegre een paar lyceisten om over de eisen te praten. Hij wil het geen onderhandelingen noemen. Het probleem van de representativiteit is levensgroot. De krap drie weken geleden in het zuiden van Frankrijk begonnen uitbarsting van onvrede heeft zich zo snel door het hele land verspreid dat hij zich ook geen al te formele opstelling kan veroorloven. `La grogne des lyceens' is de nachtmerrie van iedere Franse minister van Onderwijs. Allegre zou de eerste niet zijn die zijn tanden kapot bijt op een beweging die snel kan overslaan naar alles wat contestatie omarmt.

In de optochten van gisteren bleek uit niets dat de scholieren zijn opgestookt door duistere krachten met politieke motieven. Het gebrek aan leiding wekte vertrouwen. Een ordedienst zou zwaar gewonden hebben voorkomen, zeggen de routiniers van het straatprotest. Incidenten zoals deze zou de kaders van CGT en Front National niet zijn overkomen. De (meeregerende) communisten scharen zich direct achter de eisen van de lyceisten, dat doen ze met alle eisen. Daarin zijn ze niet uniek. Ook de minister, een boezemvriend van premier Jospin, is het met de lyceisten eens, zegt hij bij herhaling. De lyceisten zijn daar voorlopig niet van overtuigd en houden de regering onder druk. Morgen hebben zij in Parijs een soort nationaal overleg van de tot nu zeer lokale protestbewegingen. Dinsdag is uitgeroepen tot nieuwe nationale actiedag.

Veel leraren staan er een beetje schaapachtig bij als hun leerlingen met een toenemende expertise de taal van het maatschappelijk verzet over schoolplein en tv-zender uitkramen. Ook zij delen de bezwaren, zolang die zich maar richten op de autoriteiten. Een gebrek aan middelen, daar is iedereen het mee eens. Waar de onhandige interne organisatie van de scholen onder vuur komt, zijn de docenten wat minder toeschietelijk. En als de minister de ijzeren ambtelijke rechtspositie van de Franse lerarenkaste toch een gegarandeerd klantenkring van de regerende Parti Socialiste aanvalt, dan geven zij niet thuis.

Premier Jospin is tot nu toe een merkwaardig lange wittebroodstijd gegund. Zijn regeerstijl van hoor en wederhoor, en dan rechtvaardig en rechtlijnig beslissen, wordt voor het eerst blootgesteld aan volkssentimenten die snel aan heftigheid kunnen winnen. In tien jaar is het nationale onderwijsbudget bijna verdubbeld tot nu meer dan 115 miljard gulden. Er is niet genoeg geld om de republikeinse idealen voor dinsdag te redden.