Kampioen doelpunten weggeven; Speler-coach Brinkman beleeft crisis bij hockeyclub Amsterdam

Amper drie maanden in functie en speler-coach Jacques Brinkman beleeft zijn eerste crisis. Uit de laatste drie duels haalden de hockeyers van Amsterdam slechts een punt. “Arrogantie breekt ons op.'

Als de bladeren van de bomen vallen, slaat in het Wagener-stadion de crisis toe. Zo was het een jaar geleden, zo is het twaalf maanden later. Verschillen met vorig jaar zijn er genoeg, maar overeenkomsten eveneens. “We zijn en blijven een stel mannetjes met een grote mond en een nog groter ego', verzucht speler-coach Jacques Brinkman. “Daarin zijn we niet veranderd.'

Amsterdam ging zondag met 4-1 onderuit in en tegen Bloemendaal. Het betekende de grootste nederlaag in zes jaar voor de vice-landskampioen, die eerder dit seizoen met 4-2 verslagen werd door Oranje Zwart. Grootste zorgenkind is de defensie, die in zes duels al zestien doelpunten om de oren kreeg. Brinkman, schertsend: “Wat doelpunten weggeven betreft zijn we nu al kampioen.'

Amper drie maanden in functie en hockeyer Brinkman (32) beleeft zijn eerste crisis. Het is een hard gelag voor de 276-voudig international, die in maart op voorspraak van de selectie werd benoemd tot speler-coach. “Toch lig ik er geen seconde wakker van. We hebben voldoende kwaliteit om het zaakje weer op de rails te krijgen.'

Een eerste aanzet daartoe gaf Brinkman dinsdag toen hij een crisisberaad belegde. Behalve zijn broer Richard oud-speler van Kampong en dit seizoen “het verlengstuk op de bank' schoven drie gezichtsbepalende spelers aan, verdediger Rogier van 't Hek doelman Bart Looije en aanvoerder Marten Eikelboom. Uitkomst van het spoedoverleg: het roer moest om. “We praten te veel met de mond in plaats van met de stick', zegt Brinkman. “Arrogantie breekt ons telkens op. Die houding moet er uit.'

Gisteren ging Brinkman over tot maatregelen. Voornaamste slachtoffers: vrije verdediger Peter Windt en linkermiddenvelder Erik Gerritsen.

Beiden ontbreken morgen in de basis wanneer Amsterdam in het Wagener-stadion aantreedt tegen hekkensluiter Hattem. Die keuze mag opmerkelijk worden genoemd. Windt maakt deel uit van de nationale selectie, Gerritsen heeft de meeste dienstjaren (8) bij Amsterdam achter zijn naam staan.

Zelf verruilt Brinkman morgen de rechtsmiddenpositie voor die van centrale middenvelder. Spelverdeler Danny Bree, afgelopen zomer overgekomen van buurman Pinoke, schuift op naar linksmidden. Met die laatste omzetting hoopt Brinkman de nieuweling enigszins te ontlasten. “Danny moet zijn draai nog vinden.'

Aanvaller Marten Eikelboom zoekt de schuld vooral bij zichzelf. “Met mijn staat van dienst behoor ik de ploeg met een paar doelpunten over dode punten heen te slepen. Dat heb ik tot dusverre niet gedaan, en dat irriteert me mateloos.' Ook laatste man Rogier van 't Hek steekt de hand in eigen boezem. “Ik zou wat vaker m'n grote bek moeten houden, want al dat gekaffer komt de rust niet ten goede.'

Brinkman, net als Van 't Hek een hockeyer met het hart op de tong, beseft dat de huidige crisis bij veel buitenstaanders leedvermaak oproept. “In een hoop clubhuizen is de afgelopen weken flink wat afgegniffeld. Zo van: `zie je wel, die eigenwijze Brinkman met z'n grote bek redt het ook niet'. Ik word er niet warm of koud van.'

Pijnlijk voor Brinkman is de wetenschap dat zijn selectie in vergelijking met vorig seizoen niet aan kwaliteit heeft ingeboet. Integendeel: met de komst van international Bree, aanvaller en oud-international Rochus Westbroek (HCKZ) en het talent Benjamin van Kessel (Hilversum) heeft de spelersgroep in de breedte aan kracht gewonnen. Bovendien functioneert de strafcorner naar behoren, sinds verdediger Frank Rutgers afgelopen zomer zijn sleeppush perfectioneerde onder toeziend oog van de meester zelf, Taco van den Honert.

Laatste man Van 't Hek vermoedt dat de huidige malaise deels veroorzaakt wordt door de gewijzigde spelopvattingen. Brinkman introduceerde afgelopen zomer het circulatiehockey. Geen blinde lange halen naar voren meer of gepriegel in de marge, maar een verantwoorde pass in de stick, was het adagium. Van 't Hek: “Onbewust is dat te ver doorgeslagen. We maken nu fouten omdat we geen fouten meer durven te maken.'

Behalve een nieuwe speelwijze koos Brinkman ervoor om ongeacht het verloop van de wedstrijd, in de rust telkens vier spelers te vervangen. “Op zoek naar de sterkste formatie voor de beslissende eindfase van het seizoen.' Het experiment mislukte, nadat bijna twee weken geleden in de stadsderby tegen Hurley (3-3) “de discussie plotseling niet meer over hockey ging, maar over personen'. Een teleurstelling? “Ja, want ik ging ervan uit dat iedereen volwassen genoeg was om daarmee om te kunnen gaan.'

Opmerkelijk genoeg wisselde Brinkman zichzelf niet. Had hij geen daad moeten stellen? Resoluut: “Nee, omdat ik geen enkele keer slecht heb gespeeld. En dat zeg ik niet om mezelf op de borst te kloppen, want aan zelfkritiek ontbreekt het mij niet. Onder een andere coach ben ik de afgelopen tien jaar ook nooit gewisseld, dus waarom nu ineens wel? Ik zou dat een teken van zwakte vinden.'