Kamerdebat blijft, evenals schilderij, onaf

De Tweede Kamer kreeg gisteren voor elkaar wat de Rekenkamer niet lukte: een kopie van een strikt vertrouwelijke brief aan `Beste Nout' Wellink over Victory Boogie Woogie van Mondriaan.

`Strikt vertrouwelijk' staat er boven de brief die `beste Nout' (Wellink, de president van De Nederlandsche Bank) op 15 juli van dit jaar ontving van `Gerrit' (Zalm, minister van Financien). Zalm weigerde deze brief aan de Algemene Rekenkamer te geven. De Rekenkamer had de brief nodig voor het onderzoek naar een gift van 110 miljoen gulden door De Nederlandsche Bank aan de stichting Nationaal Fonds Kunstbezit.

De Rekenkamer-onderzoekers mochten de brief wel lezen, maar geen aantekeningen of een kopie maken. Het betrof volgens Zalm een `blauwe brief' en de minister weigert vertrouwelijke correspondentie vrij te geven voor onderzoek. “Ik kan mij de interesse in persoonlijke briefwisselingen heel goed voorstellen', zei Zalm gisteren tijdens het debat in de Tweede Kamer. “Ik kan verklappen dat ik niet alleen `beste Gerrit'-briefje krijg, maar af en toe zelfs `lieve Gerrit'-briefjes.' Dat laatste komt niet vaak voor en alleen als de “budgettaire nood heel hoog is bij een vrouwelijke collega', aldus Zalm.

Tijdens een commissievergadering met de parlementariers eerder op de dag vertelde Zalm over de inhoud van de brief. Via de brief kreeg De Nederlandsche Bank toestemming voor de gift van 110 miljoen gulden. De doorgaans ingetogen GPV-leider Schutte kon zijn verbazing niet onderdrukken. “Een informele mededeling die het groene licht geeft...'. “...Voor een beslissing van 110 miljoen gulden' vulde zijn CDA-collega Balkenende aan. “Is dat wat Paars verstaat onder een open en transparante bestuurscultuur?', provoceerde de CDA-parlementarier de VVD-bewindsman. Zalm zag de onhoudbaarheid van zijn stelling. “Het was beter geweest om het op ander papier te zetten' probeerde Zalm nog, maar de Kamer wilde de brief.

En snel. “Dan verklaar ik de blauwe brief wit', zei Zalm. En binnen vijf minuten werd de brief onder de Kamerleden, journalisten en toeschouwers verspreid. Ambtenaren van de Rekenkamer konden hun irritatie niet verbergen; zij hadden immers een lange strijd met Financien geleverd over deze brief. Het is een voorbeeld van de gespannen verhouding tussen de Rekenkamer de instantie die de overheidsuitgaven controleert op doel- en rechtmatigheid, en het kabinet. Zalm begon zijn betoog dan ook met een sneer richting van Rekenkamer-president Koning. “Jammer dat Koning al voordat het onderzoek moest beginnen zijn oordeel klaar had', refereerde hij aan een tv-optreden van de Rekenkamer-president op 3 september. Drie dagen eerder was de Rekenkamer met het onderzoek begonnen waarvan de resultaten eerder deze week werden gepubliceerd. In de bewuste brief schrijft Zalm dat hij het voorstel van De Nederlandsche Bank met premier Kok heeft besproken. Beiden vinden het een goede gedachte het afscheid van de gulden te markeren met “een bijzonder gebaar richting de Nederlande samenleving'. Via de winstinhouding zou “een aanzienlijk bedrag' ter beschikking komen voor een “spectaculaire kunstaankoop via een bestaand overheidsfonds. Wij hebben begrepen dat over de aankoop al concrete gedachten gewisseld zijn.'

Het idee van een bestaand overheidsfonds werd later verlaten en de 110 miljoen gulden overgemaakt naar de stichting Nationaal Fonds Kunstbezit. Nog voordat deze stichting het geld had ontvangen - het bedrag wordt gehaald uit de winst over dit jaar en waarschijnlijk volgend jaar overgemaakt - was het eerste kunstwerk al gekocht: het onafgemaakte schilderij Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan voor 80 miljoen gulden.

Tijdens het debat bleven vele vragen onbeantwoord. Waarom is het oospronkelijke idee van een overheidsfonds verlaten en is gekozen voor een particulier fonds? Waarom heeft De Nederlandsche Bank, lopende het onderzoek, de wijze van financiering veranderd? Waarom is de Victory Boogie Woogie niet op een eerder moment aangeschaft, tegen een beduidend lagere prijs? Waarom is er niet meer schriftelijke verslaglegging van de besluitvorming? “We hebben op veel vragen geen antwoord gekregen', constateert het D66-Kamerlid Lambrechts de ochtend na het debat. “Maar we hebben ook maar drie uur met de bewindslieden kunnen debatteren.' Democratie onder tijdsdruk. Het gekantelde schilderij van 127 bij 127 centimeter met vele stukjes kleurband - die eigenlijk door verf vervangen hadden moeten worden, maar de schilder werd ziek en stief - is volgens haar “geen kabinetscrisis waard'. In de woorden van het Tweede-Kamerlid Nicolai: “Victory Boogie Woogie komt nooit af'.