Kamer bewust niet ingelicht over aankoop; Victory Boogie Woogie

Premier Kok en minster Zalm (Financien) hebben de Tweede Kamer afgelopen zomer bewust niet geinformeerd over de schenking van 110 miljoen gulden door De Nederlandsche Bank waarmee het schilderij Victory Boogie Woogie van Mondriaan is gefinancierd.

Als het parlement betrokken zou zijn geweest bij schenking en aanschaf “was de wand van het Haags gemeentemuseum leeg gebleven', aldus premier Kok gisteren in de Tweede Kamer.

Het passeren van de Tweede Kamer kwam premier Kok en minister Zalm tijdens het Kamerdebat op felle kritiek te staan. `Kwalijk' (CDA), `oneigenlijk' (VVD), `kwestieus' (GroenLinks). “De regels van de democratie behoren te worden nageleefd, ook al komen ze niet van pas', aldus GPV-fractievoorzitter Schutte.

Kok noemde kwalificaties als `eens maar nooit weer' over de gang van zaken overbodig. Het ging om een “eenmalig gebaar van De Nederlandsche Bank ter gelegenheid van het verdwijnen van de gulden en de komst van de euro' legde de premier uit. “De bank zal niet snel nog eens met zo'n goed idee komen en ook wij zijn nu natuurlijk driedubbel gewaarschuwd. (-) Het is einde oefening. Enig risico dat u weer met spontaan reagerende ministers te maken krijgt, loopt u niet. Wij gaan risicovrij rijden.' Kok erkende dat het een omissie is geweest de toenmalige D66-staatsscretaris Nuis (Cultuur) niet tijdig te informeren over de gift en de besteding.

Een motie van D66 waarin het kabinet wordt verplicht om de Tweede Kamer tijdig op de hoogte te brengen wanneer De Nederlandsche Bank geld schenkt voor de aanschaf van kunst, wekte de toorn van Zalm. “De regering is tot veel in staat, maar niet om een regering die 184 of 750 (jaar) na nu aan het bewind is, aan regels te binden.' Met die jaartallen verwees Zalm naar de historie van de gulden (750 jaar) en oprichting van De Nederlandsche Bank (184 jaar). Omdat PvdA en VVD tegen de motie stemden, werd het voorstel niet aangenomen.

De minister van Financien deed de toezegging dat de schenking alsnog juridisch zou worden geregeld via een koninklijk besluit.

Eigenlijk vond Zalm dit niet nodig, omdat De Nederlandsche Bank zich volgens hem aan de wet had gehouden. Een opvatting die door de Algemene Rekenkamer, die onderzoek heeft gedaan naar de gift wordt betwist.

Over het konininklijk besluit zei Zalm tegen de Kamer: “Als u dat wilt - en een eerbiedwaardig hoog college van staat wilde het ook al - wil ik dat wel doen. Zoveel werk kost dat niet.'