Joe Morris streeft naar soberheid

Als puber was hij boos, depressief en in de war, en daarbij een chronische spijbelaar, zo vertelt gitarist Joe Morris op het inlegvel van zijn gloednieuwe cd A Cloud of Black Birds. Die titel heeft daar mee te maken want het waren deze vogels, spreeuwen om precies te zijn die hem iets leerden over het leven. Vanuit zijn slaapkamertje op een bijzondere buitenschool observeerde hij uren hun gedrag en ontdekte aldus iets waar hij dringend behoefte aan had: iets van orde in de schijnbare chaos.

Er is geen reden om aan dit verhaal te twijfelen want ook woensdag in Utrecht maakte Morris een bedachtzame indruk. Maar wel minder dan bij een optreden in de herfst van '95 in het Amsterdamse BIMhuis, toen men alleen zijn haar te zien kreeg omdat hij voortdurend voorovergebogen zat. Nu waagde hij het om staande te spelen en kondigde hij zelfs zijn medemusici aan en af; violist Mat Maneri, drie jaar geleden ook aan zijn zij, plus bassist Chris Lightcap en drummer Jerome Deupree, dezelfde musici als op de cd.

Aan het noemen van titels deed hij echter niet. Veel extra's zou dat ook niet hebben opgeleverd want Morris speelt uitsluitend eigen werk, soms gedeeltelijk uitgeschreven, soms volledig geimproviseerd. Kenmerkend voor het kwartet is een laag geluidsvolume en een kaal, vibratoloos geluid. Dat Maneri een elektrische viool zonder klankkast bespeelt en Morris het doet zonder enig pedaal waardoor hij soms klinkt als de elektrische gitaren uit de jaren veertig, past bij dit streven naar soberheid.

Opvallend is ook de geringe voortgangsbehoefte. Er zit wel dynamiek in de muziek maar die blijft soms geheel intern. Soms zet Chris Lightcap een ouderwetse `walking bass'-lijn neer, maar dat betekent voor Maneri en Morris niet dat ze hem daarin perse moeten volgen. Soms fladderen ze minutenlang om elkaar heen zonder duidelijk ergens heen te willen. Dat een stuk iets weg heeft van een blues van Ornette Coleman - de titelsong, zo leert de cd-speler thuis - geeft enig houvast, maar andere handreikingen zijn er niet. Er zit wel orde in de schijnbare chaos, maar die mag de luisteraar zelf ontdekken, net als Morris destijds bij die spreeuwen.