Japan is verdwaald op het spoor van de vrije markt

De Japanse regering duwt de geprivatiseerde spoorwegen een oude schuld door de strot. Een omstreden staatsinterventie.

Stel, u koopt een staatsbedrijf dat gebukt gaat onder grote schulden. U heeft met de vroegere eigenaar afspraken gemaakt over de verdeling van deze schuldenlast en verandert het bedrijf in een bloeiende, winstgevende onderneming. De oude eigenaar, de staat, ziet dit met lede ogen aan en zegt na tien jaar: “Jongens, het gaat nu zo goed met jullie, terwijl wij nog steeds ons deel van de schuld hebben liggen. Jullie kunnen eigenlijk best een extra deel van die schuld op de schouders nemen.' U protesteert natuurlijk, maar regering en parlement van desbetreffend land hebben daar maling aan en duwen u de extra schuld door de strot.

Dit scenario riekt naar wetteloosheid, dit zou toch alleen mogelijk kunnen zijn in een bananenrepubliek of een corrupte, voormalige Sovjetstaat. Toch is dit wat gisteren is gebeurd in Japan, de tweede economie ter wereld.

De kwestie draait om de voormalige Japanse staatsspoorwegen, Japan Railways die de overheid in 1987 privatiseerde. JR werd toen gesplitst in zes regionale ondernemingen voor personentransport en nog enkele gespecialiseerde vracht- en busdiensten. Er lag een schuld van ruim 37 biljoen yen (580 miljard gulden tegen de huidige koers) die keurig werd verdeeld: 14,5 ging naar de nieuwe ondernemingen en de staat nam 22,7 biljoen op zich. Ruim tien jaar later blijken de nieuwe ondernemingen levensvatbaar, ondanks de hoge schuldenlast. Drie staan inmiddels genoteerd aan de beurs van Tokio en twee kunnen zich verheugen in een grote buitenlandse belangstelling: ruim 10 procent van de aandelen is in buitenlands bezit.

De Japanse overheid doet intussen niks en de schuld, ondergebracht in het JR Liquidatie Bedrijf, groeit als een ballon van 22,7 biljoen yen tot 27,8 biljoen eerder dit jaar.

Dus vond de overheid dat de oude schuldenregeling op de helling moest. Het heeft tot veel debat en protesten geleid maar desondanks kreeg een nieuwe regeling gisteren het laatste benodigde fiat van het Japanse Hogerhuis. De geprivatiseerde JR-ondernemingen mogen nu nog eens 180 miljard yen extra schuld op zich nemen.

De geprivatiseerde ondernemingen zijn woedend. President Masatake Matsuda van East Japan Railways - de grootste en succesvolste van de nieuwe ondernemingen - zei gisteren dat het bedrijf “om de belangen van het bedrijf en de aandeelhouders zo goed mogelijk te beschermen' nu in overleg met juristen zijn reactie zal bepalen. Matsuda heeft altijd gezegd de wet bij de rechter te zullen aanvechten. Eerder dit jaar bestempelde een woedende Matsuda de regeringsplannen als “verraad aan de aandeelhouders' en “een verkrachting van de grondwet'. Jurist Makoto Kojo, hoogleraar aan de Sophia Universiteit, valt Matsuda bij: het besluit is een inbreuk is op de grondwettelijk gegarandeerde onschendbaarheid van prive-eigendom. Desondanks zei de secretaris-generaal van het ministerie van Transport gisteren: “De staat zal een eventuele rechtszaak ongetwijfeld winnen.'

Het Amerikaanse effectenhuis Merril Lynch kwam begin dit jaar in een rapport tot de volgende conclusie: “Mocht de regering besluiten marktprincipes op een dergelijke wijze te negeren, dan geloven wij dat het effect verder zal gaan dan een waardedaling van de aandelen van de JR-ondernemingen. Wij denken dat dit de perceptie van de gehele Japanse markt zal wijzigen. Die markt zal worden gezien als functionerend onder zijn eigen, excentrieke logica waarin de staat gemakkelijk kan intervenieren in de particuliere sector en waarbij inspanningen van het management om de winst te verhogen gemakkelijk kunnen worden door gesluisd naar andere partijen dan de aandeelhouders.

Het zou in wezen bewijzen dat in Japan de normale vergelijking - inspanningen van het management = verhoging van de waarde voor aandeelhouders - niet langer van toepassing is. De markt kan dit interpreteren als een waarschuwing dat vergelijkbare risico's altijd kunnen optreden.' Hoe kan de Japanse regering toch tot een dergelijk besluit komen? Nog een keer president Masatake Matsuda van East-JR: “Het is een systeem dat is gebaseerd op sentimenten, niet op global standards. Maar dit irrationele gedrag kan niet in een modern land.' Zelfs de niet altijd even kritische Nihon Keizai Shinbun (Japans Economisch Dagblad) schrijft vandaag: “Dit is het bewijs dat wat in het Japanse parlement als gezond verstand geldt, overeenkomt met wat in de rest van de wereld wordt beschouwd als ongezond verstand.'