Inval bij Hof van Justitie Suriname

De Surinaamse regering heeft gisteren politiemensen, manschappen van de Centrale Inlichtingendienst, militairen en veroordeelde

delinquenten ingezet bij een inval in het Hof van Justitie.

De mannen verschaften zich in opdracht van de regering en Procureur-Generaal Rozenblad met geweld toegang tot de kamer van de waarnemend president John von Niessewand, die werd ontruimd. Op de deuren werden nieuwe sloten geplaatst, zodat de leden van het Hof niet meer naar binnen kunnen. De delinquenten werkten onder toezicht van gevangenisbewaarders.

De overval volgt op de benoeming van mr. Veldema tot president van het Hof van Justitie en mr. Rozenblad tot Procureur-generaal. De leden van het Hof en van de balie erkennen deze benoemingen niet, aangezien president Jules Wijdenbosch heeft nagelaten om volgens de grondwet eerst het advies in te winnen van het Hof. De leden van het Hof hebben aan de president schriftelijk te kennen gegeven dat de benoemingen dienen te worden teruggedraaid. Na een week van zwijgen antwoordde Wijdenbosch met deze inval.

Sinds Veldema op 15 juli benoemd en beedigd is door Wijdenbosch, heeft hij niet kunnen functioneren. Hij moet nog geinstalleerd worden in een buitengewone zitting van het Hof. Daarbij moeten ten minste drie leden van het Hof aanwezig zijn, maar geen enkele rechter is bereid daaraan mee te werken. De overval op het Hof van Justitie heeft kennelijk ten doel Veldema in staat te stellen de presidentskamer in gebruik te nemen.

De overval heeft veel opschudding gewekt. Vice-president en waarnemend president Von Niessewand van het Hof hoorde ervan terwijl hij als rechter in kort geding op de zitting was in het Eerste Kanton ongeveer een halve kilometer van het Hof van Justitie. Hij schorste de zitting abrupt en spoedde zich naar het Hof, waar hij slechts onthutst kon toekijken hoe zijn kamer ontruimd werd. Advocaten reageerden met verbijstering. “Daar gaat onze rechtsstaat', lieten mr. Ben Halfhide en mr. Freddy Kruisland weten. Vooral de inzet van de Centrale Inlichtingendienst, een opspringsapparaat, en veroordeelde delinquenten is voor advocaten onverteerbaar.