`Iedereen kent iemand in de bak'; Johnny Dowd zingt over bajesklanten en jaloerse mannen

De teksten van de liedjes die Johnny Dowd maakt, lopen over van ellende. “In een rock `n' roll-liedje scheid je niet van je vrouw, als je een hekel aan haar hebt', zegt hij. “Je schiet haar dood.' Vanavond speelt de Texaanse muzikant op het Crossing Border-festival, dat gisteren begon.

Vijftig jaar is niet een vanzelfsprekende leeftijd om een popcarriere te beginnen. De meeste muzikanten zijn dan dood, denken aan hun pensioen of werken aan een zoveelste comeback. Zo niet Johnny Dowd. Deze vijftigjarige Texaan debuteerde dit jaar met de in zijn huiskamer opgenomen blues-plaat Wrong Side Of Memphis. Alle instrumenten werden door hemzelf bespeeld, en het resultaat is groots in zijn minimalisme. Op Wrong Side Of Memphis tellen de stiltes even zwaar als de muzikale accenten.

Ondersteund door een spaarzame gitaar of een rillend orgel, lijkt Dowds ingehouden stem slechts schoorvoetend te willen vertellen over de ellende die hij om zich heen ziet. Wrong Side Of Memphis gaat over de wereld van losers, moordenaars, bajesklanten en jaloerse kerels. `I loved my best friend / but had a passion for his wife', zingt Dowd. Johnny Dowd, die er tijdens een interview onverwacht gezond uitziet voor waar hij over zingt, noemt zijn personages stereotypen, hun belevenissen en gedachten zijn `zwart-wit' weergegeven. “Rock `n' roll is opgebouwd uit extremiteiten', meent Dowd. “In een rock `n' roll-liedje scheid je niet van je vrouw, als je een hekel aan haar hebt. Je schiet haar dood.'

De muziek moest in grimmigheid worden aangepast aan de teksten. “Als ik gitaar ga spelen, komt er onmiddellijk een koddig country-deuntje uit. Zo speel ik nu eenmaal. Die olijkheid heb ik op de plaat voorkomen. Want de stemming van de muziek overheerst onvermijdelijk de inhoud van de woorden.' Dowd, die vanavond zal optreden op het Crossing Border-festival in Den Haag, tussen dichters en schrijvers, vindt poezie een edeler kunstvorm dan popmuziek, omdat in een gedicht alles uit de woorden zelf moet komen.

“Bij poezie moet de muziek ontstaan uit de woordkeuze, uit de klank van het lettergrepen en de rangschikking. Bij muziek heb je de beschikking over een machtiger emotioneel wapen: muziek kleurt de betekenis van de woorden. Zodat zelfs onzin als `Bebopalula' of `Bama-Lama Bama-Loo' zeggingskracht kan krijgen.'

Dowd schrijft ook gedichten, maar noemt zichzelf `te ongeduldig' voor het noodzakelijke schaafwerk. “Ik doe alles altijd snel achter elkaar door. Ik schrijf het ene na het andere nummer, en steeds weer nieuwe teksten. Ik zit niet te wachten op een meesterwerk. Het is zoals ze in Oklahoma zeggen: `Als het weer je niet aanstaat, blijf dan even hangen, het verandert vanzelf. En zo is het met mijn liedjes ook; er komt er altijd wel een die wel aanslaat.'

Johnny Dowd groeide op in Texas, in het zuiden van de Verenigde Staten. De soundtrack van zijn jeugd bestond uit Elvis en vooral rhythm & blues-helden als James Brown en Bobby Bland. Zijn tienerjaren bracht Dowd dansend door. “Ik begrijp niet dat het `slow dancing' uit de mode is geraakt. In mijn tijd was dat de manier om meisjes te versieren. Nu danst iedereen daarvoor veel te snel.' Inmiddels zijn de liedjes uit zijn jeugd weer terug, maar dan als reclame-deuntjes: “Alles, van vrouwelijke hygiene tot auto's, wordt tegenwoordig verkocht met behulp van Ray Charles of The Beach Boys.'

Dowd woont nu in Ithaca, in de staat New York. Hij is daar blijven hangen toen hij met zijn `army buddy' door het land aan het reizen was en in Ithaca de mogelijkheid kreeg een verhuisbedrijfje op te zetten. Inmiddels bezitten ze meerdere trucks en hebben ze een aantal mensen in dienst. “Binnenkort moet ik een keuze maken: of m'n geld verdienen in de muziek, of terug op de truck.'

Dat zijn muziek vooral de gewelddadige kant van het leven belicht, noemt hij `een noodzaak'.

Hij is muzikant en verhuizer, maar bovenal Amerikaan. Niet in patriottische zin - maar in de zin van doordrongen zijn van de cultuur. En het begrip `geweld' vat het Amerikaanse leven aardig samen. Veel van Dowds hoofdpersonen belanden daarom in de gevangenis. “De gevangenis is deels een metafoor voor `onvrijheid'. Maar het gevang maakt ook, en waarschijnlijk meer dan hier in West-Europa, deel uit van het Amerkaanse dagelijks leven. Iedereen kent wel mensen die zitten of gezeten hebben. Al mijn werknemers zijn wel eens in de bak beland: wegens te hard rijden, of een beetje soft-drugs gebruiken.'

Toch noemt Dowd zijn interpretatie van geweld `romantisch'. Uiteindelijk worden zijn personages gedreven door hartstocht: ze houden te veel van iemand, en begaan hun wandaden dan uit onmacht. Dowd is het meest gevormd door zijn verblijf in het zuiden van de Verenigde Staten, waar de mensen religieus zijn, maar waar de religieuze vervoering nog al eens leidt tot excessen. “Ze verwarren de liefde voor een vrouw met die voor Jezus. En dan blijkt de stap van de Heer naar seksualiteit maar een kleine te zijn. That's where the rock `n' roll comes out.' Is dat gedrag exclusief voor die zuidelijke staten? “Nee, ik denk het niet. In films van Ingmar Bergman kom je het net zo goed tegen.'