Hulpverslaving in de West

Afgelopen week promoveerde Edo Haan aan de Rijksuniversiteit Groningen op een proefschrift over Antilliaanse instituties. Daarin legt hij onder andere het in de jaren 1969-1995 door Nederland ten aanzien van de Nederlandse Antillen en Aruba gevoerde ontwikkelingsbeleid op de snijtafel.

Dr. Haan becijfert dat de zes eilanden in de West gedurende deze periode ten laste van de rijksbegroting in totaal bijna 5 miljard aan ontwikkelingshulp hebben ontvangen. Een deel van die hulp werd gegeven in de vorm van `zachte' leningen, tegen een lage rente. De Antillen en Aruba hebben aan rente en aflossing ruim 1 miljard aan het moederland terugbetaald. De netto hulpinspanning bedraagt zodoende 3,5 miljard gulden. In de tweede helft van de jaren negentig komt daar nog eens ten minste een miljard gulden bij.

De royale geldstroom vanuit Nederland heeft de Antillen hulpverslaafd gemaakt. Haan maakt aannemelijk dat de langdurig verstrekte ontwikkelingshulp ertoe heeft bijgedragen dat politici op Curacao konden volharden in onvruchtbaar economisch beleid: bescherming van de eigen bedrijvigheid, een strikt toelatingsbeleid van werknemers uit derde landen.

Nederland nam de afgelopen kwart eeuw een zeer groot deel van de financiering van de overheidsinvesteringen voor zijn rekening. De hulp bestond vooral uit de financiering van tal van infrastructurele projecten, zoals investeringen van nutsbedrijven, in havens, vliegvelden en sociale woningbouw.

Hierdoor konden de Antillen al het beschikbare belastinggeld gebruiken voor consumptieve uitgaven, met name de salarissen van een log, veel te omvangrijk en in het algemeen gesproken improductief ambtenarenapparaat. Ondertussen kregen de nationale besparingen een andere bestemming. In de jaren zeventig en tachtig brachten Antilliaanse beleggers meer dan een miljard gulden naar het buitenland, in plaats van deze besparingen in de toekomst van hun eigen land te investeren.

Het hoofdstuk Koninkrijksrelaties van de rijksbegroting voor 1999 schetst in diplomatieke bewoordingen het failliet van het gevoerde beleid. De overheidsfinancien zijn volledig ontspoord. Dit jaar loopt het tekort op de begroting van de Antillen en Curacao op tot zes procent van de waarde van het bruto binnenlands product. In 1996 en 1997 zijn de Antillen in gebreke gebleven de overeengekomen schuldaflossingen naar Nederland over te maken.

Misstanden in de plaatselijke gevangenis waren voorpaginanieuws. De situatie bij het onderwijs is weinig minder dan rampzalig.

Er bestaat een groot tekort aan bekwame onderwijzers. Veel energie gaat zitten in moeizame discussies over de taal waarin het onderwijs moet worden gegeven. Officieel is het Nederlands de instructietaal, maar velen willen overstappen op papiaments (Curacao Bonaire) of Engels (de Bovenwindse eilanden). Gezien hun afhankelijkheid van handel en toerisme zouden de Antillen er misschien verstandig aan doen voor het engels te kiezen. Het Nederlands is echter de officiele bestuurstaal. Naarmate onze taal in het onderwijs meer wordt verwaarloosd dreigt het bestaande onbegrip tussen burgers en overheid verder toe te nemen.

Inmiddels blijkt uit de meest recente begroting dat Nederland volgend jaar opnieuw 235 miljoen gulden aan `samenwerkingsmiddelen' op tafel legt. Ons parlement wordt in wezen gevraagd een blanco cheque te tekenen, want de memorie van toelichting bevat nauwelijks aanwijzingen welke concrete bestemming de gevoteerde gelden krijgen. De toelichting op begrotingsartikel 02.13 volstaat met een verwijzing naar verder onbenoemde `projecten en activiteiten' op een aantal beleidsterreinen: openbaar bestuur (krap dertig miljoen), onderwijs (dertig miljoen) economische ontwikkeling (bijna vijftig miljoen), milieu en infrastructuur (ruim veertig miljoen) en zo verder.

In feite wordt het perverse beleid van de afgelopen decennia voortgezet. Ook in 1999 neemt Nederland weer een fors deel van de Antilliaanse overheidsinvesteringen voor zijn rekening. Daarnaast blijkt uit een bij de begroting gevoegd overzicht van projecten die in 1997 in uitvoering waren dat ons land steeds meer personeel beschikbaar stelt om het bestuur op de eilanden draaiend te houden. De leden van het Hof van Justitie kwamen altijd al voor tweederde of meer uit Nederland.

Het overzicht vermeldt verder een bedrag van zeventig miljoen voor personele assistentie vanuit Nederland bij de belastingheffing en voor het bijhouden van de overheidsboekhouding.

Langzaamaan raken de Antillen - en in veel mindere mate Aruba - behalve voor hun overheidsinvesteringen ook voor het openbaar bestuur volstrekt afhankelijk van hulp uit Nederland. De bewoners van de zonovergoten eilanden vinden het allemaal prachtig. Driekwart wil de relatie met Nederland zo houden of zelfs nauwer maken. Nederlandse belastingbetalers hebben echter alle aanleiding vraagtekens te plaatsen bij de toenemende hulpverslaving in de West.