Effect `Melkert' gematigd positief

De Melkertbaan is een van de meer succesvolle projecten van de overheid bleek gisteren bij een evaluatie van het fenomeen. De `doorstroombaan' dient zich aan als opvolger. Kosten: 800 miljoen gulden.

Nu Ad Melkert als minister van Sociale Zaken uit Paars I is vertrokken, de Melkertbanen op hun einde lopen, ofwel door Paars II worden vervangen door zogeheten `instroom-uitstroombanen', is het tijd voor een evaluatie. Zo bedacht het Nationale Vakbondsmuseum dat zetelt in de Amsterdamse Burcht van Berlage. Dus lieten experts daar gisteren hun licht schijnen op noodzaak en betekenis van gesubsidieerde banen.

Werd het fenomeen Melkertbaan drie jaar geleden bij z'n invoering nog met veel scepsis bekeken, de laatste tijd werd het op golven van polder-euforie meestal bejubeld. Gisteren kreeg het een gematigd positieve beoordeling.

Paul de Beer, onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, toonde een ellenlange lijst met als prikkelend bedoelde overheidsinterventies op de arbeidsmarkt over de afgelopen kwart eeuw. Zij varieerden zeer, maar hadden hetzelfde gemeen: ze sorteerden nauwelijks of geen effect. Vergeleken daarmee is de Melkertbaan een ongekend succes.

Melkertbanen kwamen er in drie fasen. Melkert I dat nog een jaar loopt, beoogde 40.000 banen in de overheidssector te scheppen voor langdurig werklozen. Melkert II voorzag in 20.000 voor de helft door de overheid gesubsidieerde banen in de particuliere sector en eindigt dit jaar. En ten slotte is daar het wat waterige Melkert III een poging om enkele tienduizenden mensen voor hun uitkering te laten werken, of tenminste te laten wennen aan een werkend bestaan.

Het grootste succes werd met Melkert II geboekt: 38 procent van de deelnemers stroomde inmiddels door naar een reguliere baan. Onderzoeker De Beer ziet de Melkertbaan daarom als veruit de succesvolste overheidsinterventie tot nu toe ten behoeve van langdurig werklozen.

Maar hij erkent tegelijk dat er inzake kosten en baten veel onduidelijk blijft. Hoeveel `Melketiers' zouden in de afgelopen jaren van hoogconjunctuur sowieso een baan hebben gekregen? In hoeverre is sprake van verdringing of substitutie van een reguliere werknemer door zo'n `Melketier'?

Toch ziet De Beer graag dat het Melkertbaan-beleid wordt voortgezet, maar dan aangevuld met een langere-termijnvisie en meer oog voor doorstroom. Daardoor komen deze banen ook voor anderen beschikbaar. Daarnaast is hij erg gecharmeerd van het in de VS gebruikte earned income tax credit-systeem (EITC). Daarbij betaalt een werknemer, zodra hij onder een bepaalde loongrens komt, geen belasting maar ontvangt hij juist een fiscale toeslag. Het nettoloon wordt in feite hoger dan het brutoloon en zulks kan de langdurig werkloze van uitkering tot arbeid verleiden. “Bij het nieuwe kabinet valt een toenemend enthousiasme voor dit idee te bespeuren', weet Paul de Beer.

X. Den Uyl, bestuurslid van de ambtenarenbond AbvaKabo, was minder onder de indruk van de EITC. “Het is een schot hagel richting arbeidsmarkt, sympathiek maar weinig gericht en nauwelijks meetbaar.'

Positiever beoordeelt hij het subsidieren van banen. “De Melkertbaan is duidelijk en meetbaar effectief, ondanks complicaties als verdringing en substitutie. Ons standpunt luidt: voor bepaalde categorieen moet gesubsidieerde arbeid blijven bestaan maar dan met gelijke beloning als regulier werk.'

Ook Den Uyl wil meer doorstroming. Hoe? “Door meer scholing en bestrijding van de stigmatisering die gesubsidieerde werkers ondervinden, met name van werkgevers.'

“Onzin', reageerde de meer kritische MKB-vertegenwoordiger A.

van Delft namens de middelbare en kleine werkgevers. “Het aantal allochtone werknemers steeg bij ons van 4 procent in 1995 tot 6 procent nu.'

Hij toonde zich verbaasd over de opwinding rond het fenomeen Melkertbaan. “De Melkertbanen raakten 60.000 a 70.000 mensen en kosten de gemeenschap zo'n 2 miljard gulden. Neem dan de particuliere sector die alleen al dit jaar op eigen kracht 180.000 banen schiep.'

Kansarmen bezorg je, naar Van Delfts oordeel geen plek op de arbeidsmarkt met loonsubsidie maar met meer scholing. Uiteindelijk bleek hij wel bereid te erkennen dat er een harde kern van langdurig werklozen resteert die structureel hulpbehoeftig blijft. Van Delft: “Maar die hebben - zoals junkies - eerder hulp nodig in de vorm van zorg dan van een baan.'

Hoe dan ook, de `doorstroombanen' van Paars II, dit keer gericht op hoger gekwalificeerde banen in de collectieve sector, komen er aan. De beloning gaat van maximaal 120 procent van het wettelijk minimumloon naar maximaal 150 procent. Aan dit programma hangt een prijskaartje van naar schatting 800 miljoen.