De pieren van het kerkhof zijn de beste; Ineke Houtman over haar film `Madelief: Krassen in het tafelblad'

Ineke Houtman verfilmde twee van Guus Kuijers Madelief-boeken voor televisie en maakte nu een speelfilm van `Krassen in het tafelblad'. Madelief vraagt hardnekkig, terwijl volwassenen liever zwijgen. “De film gaat over het verwerken van verlies,' zegt Houtman.

“Als je dood bent, word je helemaal stijf', zegt Madelief als ze bij haar opgebaarde grootmoeder aan de kist staat. Het is de eerste dode die ze ziet, als tienjarig meisje. “Oma was al stijf voor ze dood ging,' antwoordt haar moeder.

“Je bent kribbig. Je kunt beter een potje janken,' vindt Madelief.

Wie denkt dat Ineke Houtmans eerste speelfilm die morgen op het Cinekid-festival in Amsterdam in premiere gaat, Madelief: Krassen in het tafelblad, gebaseerd op het gelijknamig kinderboek van Guus Kuijer, uitsluitend een zoetsappige kinderfilm is vergist zich.

“Ik heb er bewust een film voor kinderen en volwassenen van willen maken,' zegt Houtman. Om die reden zijn elementen toegevoegd aan het scenario die in Kuijers boek niet voorkomen.

De beginscene bijvoorbeeld, waarin we oma naakt zien, in haar jonge jaren, als ze verliefd wordt op opa. Ze poedelt in een bosmeertje en spoort de nog jeugdige opa aan ook in het water te komen. Hij aarzelt beducht voor kwajongens die het paartje vanuit de bosjes beloeren. Hij komt schuchter het water in en houdt veilig zijn grote witte, vooroorlogse onderboek aan.

Goed, oma trekt nog plagerig de broek van opa's billen. Ze zijn nog jong en ze lacht zijn schijterigheid weg. Maar het is duidelijk: dit is het begin van een drama. Als een man zijn onderbroek aanhoudt terwijl zijn aanstaande bruid juist naakt wil rondspatten - het laat zich raden waar dat op uitloopt.

“Ik had al twee jeugdseries over Madelief gemaakt voor de Vpro-televisie,' vertelt Ineke Houtman. Ze werd aan de Filmacademie opgeleid als cameravrouw en regisseur. Ze heeft veel camerawerk gedaan, en wertke ondermeer regie voor het actualiteitenprogramma Diogenes.

“Ze waren blij met een vrouw achter de camera - ik kwam van de opleiding tijdens de tweede feministische golf. Ik mocht, in tegenstelling tot cameramannen, wel Blijf-van-mijn-lijf-huizen in en bij borst-amputaties filmen. Maar ik kreeg genoeg van aldoor maar zulke reportages.'

Ze begon haar carriere als regisseur met werk voor de Vpro-jeugdtelevisie, waarvoor ze ondermeer de serie De Freules maakte. En na dat succes kreeg ze het verzoek een serie over de populaire en bekroonde Madelief-boeken van Kuijer te maken. “Ik had die boeken niet in mijn jeugd gelezen, ze zijn in de jaren zeventig geschreven. Maar op de Filmacademie had ik ze wel al eens gelezen. Er waren plannen om het met een groep te verfilmen.'

Bokkig

Ze zocht contact met Kuijer, en samen maakten ze het eerste scenario voor de tv-serie Madelief 1. “Guus Kuijer is onderwijzer geweest en hij kende een verlegen, wat wankel meisje dat Madelief heette. Het leek hem leuk om voor haar een verhaal te schrijven over een heel stoer meisje dat Madelief heet. En dat is een hele serie boeken geworden.'

In de boeken wordt Madelief steeds ouder, en in Houtmans film ook. Ze maakte in 1994 de eerste serie, met in de hoofdrol een zesjarig meisje dat ook echt Madelief heette want haar ouders hadden haar naar Kuijers boeken vernoemd. Twee jaar later maakte ze de tweede Madelief-serie met haar, en in deze eerste lange film van Houtman speelt diezelfde, nu tienjarige, Madelief Verelst de hoofdrol.

Ze heeft precies de juiste bokkige, onverschokken blik waardoor ze geloofwaardig is in haar aanhoudende spervuur van pijnlijke vragen. Haar kinderlijke niet-cynische hardheid is naturel.

Wat dat betreft is de film de geest van Kuijers boek helemaal getrouw.

Ook diens geemancipeerde blik op vrouwelijke personages komt duidelijk naar voren in de scene waarin Madelief met opa over de dijk in een weids polderland loopt, op weg naar het huisje in het dorp waar opa en oma hun hele leven gesleten hebben. Madelief komt, vlak na de begrafenis, voor het eerst bij opa logeren. “Vroeger waren de mensen dom. Vooral vrouwen,' deelt Madelief aan opa mee. “Ze deden precies wat hun mannen zeiden.'

In Kuijers boek reageert opa met een ingehouden `O'. Maar Rijk de Gooyer, die een prachtige opa speelt, schiet vol na deze wijsheid van zijn kleindochter en moet stilstaan om even hard zijn neus te snuiten.

Want Madelief raakt daar de kern van het probleem tussen opa en oma - en dat is door Houtman in de film veel dramatischer aangezet dan in het boek.

“Het platteland is een gevangenis voor de oma, met alle sociale controle in het dorp. Zij wil het liefst de wereld in: een ontdekkingsreiziger wordt ze genoemd. Terwijl het platteland voor opa juist een plaats is waar hij vrij kan zijn en gelukkig en veilig; waar hij iedere boom en iedere dorpsbewoner kent,' zegt Houtman.

Oma wil weg, maar vanwege de kinderen, werk en dergelijke kan ze de wijde wereld niet in. Ze doet wat haar man zegt. Opa bouwt voor haar een tuinhuis. Daar hangt ze exotische maskers aan de muur, en gaat ze zitten lezen: ze maakt de ontdekkingsreizen in haar hoofd, en wordt in het dorp als zonderlinge kluizenaar beschouwd.

“We wilden Madelief ook de positieve kant van het platteland laten ontdekken - zoals haar opa het beleefde. Daarom hebben we een nieuw figuur geintroduceerd, een plattelandsjongen Misha die in het boek helemaal niet voorkomt.'

Die Misha is een vondst.

Hij is de zoon van de grafdelver, de Mysterieuze Jongen die Toegang heeft tot Alles. Pas als Madelief contact met hem krijgt, wil ze blijven logeren bij opa. Hij wijdt haar in in de geheimen van het platteland. Hij weet waar je het beste hoog kunt springen in de hooibergen, hij gaat met Madelief op avontuur op het water, vissen in een bootje. Hij weet waar je het beste pieren kunt steken om mee te vissen: “De pieren van het kerkhof zijn de beste.'

Hij heeft ook een rinkelende bos sleutels aan zijn overall, en daarbij zit een sleutel die past op het slot van oma's tuinhuisje, waar Madelief niet komen mag van opa. Daar ontdekt ze het geheim van oma, haar verdrongen reislust en de krassen op het tafelblad, die symboliseren hoe opgesloten oma zich voelde.

De Jongen die Toegang heeft tot Alles heeft (gespeeld door Freek Bom) zelfs toegang tot de doden: hij neemt Madelief midden in de nacht mee naar het kerkhof, om met een soort I Tjing van mensenbotjes in een spannend gefilmde spiritistische sceance in contact te komen met haar pas overleden oma.

Even gaat Madelief mee in die bijgelovige poespas maar dan wint haar nuchterheid het - ze gelooft er niet in. Maar wel speelt ze op het dorpsfeest met Misha aan het slot van de film een toneelstukje. Hij is verkleed als Egyptische god, zij als mummie - en de Jongen die Toegang heeft tot Alles wekt de mummie Madelief tot leven. Hij zorgt ervoor dat Madelief het geheim van haar oma ontrafelen kan en Madelief zorgt ervoor dat oma opnieuw tot leven gewekt wordt, in gesprekken met haar moeder (gespeeld door Margo Dames), opa en uit Canada overgekomen oom (Thomas Acda). De volwassenen willen over dat verleden liever helemaal niet praten.

Verlies

“De film gaat over verlies,' zegt Houtman, “over het verwerken van verlies. Volwassenen zitten vast in patronen en stellen daarom soms niet de vragen die wel gesteld moeten worden. Je kent dat wel: je komt als volwassene thuis bij je ouders en ook al wil je niet, je zit zo weer in je oude rol als kind. Zulke patronen worden moeilijk doorbroken. In de film zie je de familie bij opa thuis eten, na het overlijden van oma. De moeder van Madelief zit op haar oude plaats, broer op zijn oude plaats, opa ook, en Madelief neemt de plaats in van oma. Dat is het traditionele moment van confrontatie, het hele gezin aan tafel. Al het oud zeer is voelbaar aanwezig, ruzies laaien op of er wordt weer veelbetekenend gezwegen. Madelief neemt daar geen genoegen mee. Ze is is confronterend, spreekt over de overledene, terwijl de volwassenen liever zwijgen. Dat vind ik een goede houding. Je moet een overledene eren, en hem in je herinnering levend houden door over hem te praten. Dat is moeilijk, dat weet ik uit ervaring,' zegt Houtman.

Ze vertelt dat ze zelf vroeger, als kind plotseling de dood ontmoette, toen haar broer door een ongeluk om het leven kwam. “Dat bracht een enorm verdriet met zich mee in ons gezin - zoveel dat er ook lang niet over gesproken kon worden. En dat voelde je altijd.'

Toch herkent ze in Madeliefs reacties ook die van haar zelf: “Het is natuurlijk negatief beladen, als je als kind met de dood geconfronteerd wordt en je eerste begrafenis meemaakt. Maar tegelijkertijd zit je ook voor het eerst in een zwarte limousine, met gordijntjes voor de ruiten, en je kunt in zo'n wagen tegenover elkaar zitten: dat zijn allemaal nieuwe ervaringen,' zegt Houtman.

“Dat Madelief dus vraagt tijdens de begrafenis: wie heeft die kuil gegraven, en wil weten hoe de kist zo mooi, met een liftje naar beneden zakt, dat vind ik heel begrijpelijk. Je hebt als kind een soort nieuwsgierigheid naar al die technische dingen, zeg maar.'

Duister

Ineke Houtman weet niet of ze nu nog een Madelief-boek voor televisie of bisocoop gaat bewerken. “Er is nog wel een Madelief-boek dat we zouden kunnen doen en het werken met de actrice Madelief vind ik ook geweldig - maar ik voel ook dat ik zo langzamerhand toe ben aan een volwassenenfilm. De kinderfilms die ik gemaakt heb, ook deze Madelief film, zijn in essentie hele optimistische films, waarin het positieve benadrukt wordt. Het pure kind dat volwassenen in staat stelt het verleden te verwerken.'

“Maar ik zou nu ook wel eens de duisterder kant in mezelf, van het leven in beeld willen brengen. Ik zou graag een thriller willen maken.'

Wat dat betreft is Madelief: Krassen in het tafelblad een voorbode: er zitten thriller-elementen in. Madelief is soms in beeld als in een griezelfilm; haar gezicht close up in beeld, macaber geel en blauw uitgelicht.

Er komt een scene in voor waarin Madelief droomt dat ze met een stormlantaarn vol petroleum per ongeluk het tuinhuis van oma en het huis van opa in de brand steekt - dat is een haast traditionele Amerikaanse griezelfilmscene.

“Ik heb er veel plezier in zulke scenes te maken,' zegt Houtman. En om haar kinderacteurs met een zekere natuurlijke spanning in beeld te krijgen, vertelt ze die ook niet alles uit het script: “Op die manier krijg je natuurlijke reacties, verbazing tevreden lachjes, die je jonge spelers anders nooit kan laten acteren.'

Overigens vond men in Scandinavische landen, waar haar Madelief tv-series werden uitgezonden, dat ze daarin al te ver ging.

“Sommige afleveringen zijn niet uitgezonden, omdat men ze te eng of niet verantwoord vond. In een van de verhalen gaat Madelief met haar vrienden zout op een slak leggen - en die slak lost dan helemaal op. Ik heb het met Guus Kuijer er uitvoerig over gehad of je die slak ook echt in beeld moest brengen, als hij borrelend en sissend oplost in het zout. We hebben het niet gedaan: je ziet op de gezichten van de kinderen dat er iets naars gebeurt. Maar in Scandinavie vonden ze het toch te ver gaan. En er was ook een aflevering waarin de kinderen indiaantje spelen en een kind vastbinden. Dat hebben ze ook niet uitgezonden. Want dat was net in de tijd dat in het nieuws kwam dat een paar jongens in Engeland de peuter James Bulgur vermoord hadden. Dat kan ik me voorstellen, dat je dat dan niet uit wil zenden. Dat nieuws greep mij ook bij de keel. Vandaar dat ik graag een ontsnappingsmogelijkheid inbouw, in al te gruwelijke verhalen. Door een grap. Of een relativerende opmerking. Want helemaal meegezogen worden in de duisternis, dat wil ik niet.'