CAO ziekenhuizen werkt als splijtzam

Het verlangen van ziekenhuizen om eigen CAO's af te sluiten betekent het einde van de bestaande overlegstructuur in de gezondheidszorg. Het wordt weer ieder voor zich.

Het werd verwacht, maar het kwam toch nog onverwachts. De mededeling van de ziekenhuizen dat zij voortaan zelf weer over de CAO willen gaan onderhandelen, sloeg vorige week in als een bom bij de Nederlandse Zorgfederatie (NZf). Toch kon het nieuws bij de federatie van werkgevers in de gezondheidszorg niet als een verrassing zijn gekomen.

In het pand van de NZf, waar ook de vereniging van ziekenhuizen (NVZ) is te vinden, gonsde het al geruime tijd van de geruchten. Bovendien was het de zorgfederatie al enkele jaren bekend dat steeds meer ziekenhuizen ontevreden begonnen te worden over de CAO's die onder leiding van de federatie werden afgesloten. Maar voor de federatie, die is opgericht om de belangen te behartigen van organisaties die verschillende vormen van zorg aanbieden, is het opstappen van de ziekenhuizen uit de gemeenschappelijke CAO het doodvonnis.

De ziekenhuizen voeren verscheidene redenen aan voor hun vertrek uit de gemeenschappelijk CAO. Het optreden van NZf-voorzitter A.T.J. Krol dit voorjaar bij de ruzie over het bedrag dat het kabinet aan de nieuwe CAO zou moeten bijdragen is zo'n zij het tersluiks genoemd, argument. Het belang daarvan moet niet worden overschat, al hebben veel ziekenhuizen forse problemen door de CAO's die de laatste twee jaar onder Krols leiding zijn afgesloten.

Dit laatste komt voor een deel ook doordat de ziekenhuizen binnen de NZf te weinig voet aan de grond kregen in de onderhandelingen met verpleeghuizen en inrichtingen over de uitgangspunten voor een nieuwe CAO. Er was binnen de NZf onvoldoende oog voor de specifieke problemen van de ziekenhuizen constateert bestuurder G.H.J. Huffmeijer van de vereniging van ziekenhuizen.

“Het gevolg is dat een CAO wordt afgesloten waar de ziekenhuizen niet goed mee uit de voeten kunnen. Wij verwachten ook niet dat we daar verandering in kunnen brengen als we op de oude voet doorgaan.'

De ziekenhuizen vinden het “van vitaal belang dat de arbeidsvoorwaarden gelijke tred houden met ontwikkelingen in de ziekenhuizen', aldus een woordvoerder in een officiele verklaring. Hij wijst daarbij op de technische ontwikkelingen in de geneeskunde: dit vraagt in de verpleging om steeds meer specialisatie. Ook nemen de gespecialiseerde verpleegkundigen steeds vaker taken van artsen over en wordt er intensiever samengewerkt. Dit is anders dan in bijvoorbeeld gehandicaptenzorg, verpleeghuizen of in de psychiatrie. Het weerspiegelt zich ook in het opleidingsniveau: het aandeel van verpleegkundigen met een hogere beroepsopleiding stijgt in de ziekenhuizen sneller en sterker dan in de andere branches van de zorgsector.

De ziekenhuizen wensen een CAO waarin daarmee beter dan op dit moment rekening wordt gehouden. De NVZ bepleit daarom dat haar leden gezamenlijk een `raam-CAO' sluiten waarna deze door elk ziekenhuis in overleg met de ondernemingsraad op de lokale situatie wordt toegesneden.

Volgens de NZf zou dit ook kunnen met een raam-CAO die voor de zorgsector als bedrijfstak wordt afgesloten. Maar de ziekenhuizen zien daar weinig in. Volgens Huffmeijer van de vereniging voor ziekenhuizen resulteert deze aanpak in een gigantische regeldichtheid. Zoals er grote verschillen bestaan tussen bijvoorbeeld inrichtingen, verpleeghuizen en ziekenhuizen, zijn die er ook tussen de ziekenhuizen. Er zijn kleine plaatselijke of regionale ziekenhuizen met een beperkt basispakket, regionale ziekenhuizen met dito taken maar bijvoorbeeld ook topreferentie-ziekenhuizen, waar high-tech-zaken als open-hart-operaties, dotteren en neurochirurgie dagelijks werk zijn.

Maar het belangrijkste argument voor de NVZ om een eigen koers te gaan varen is geld. De vereniging verwacht dat het financieel aantrekkelijker is om zelf over het budget voor hun CAO met de minister te onderhandelen dan dit nog langer over te laten aan de NZf. Er hoeft dan niet langer genoegen te worden genomen met uitgangspunten die voor de sector als geheel misschien wel reeel zijn, naar die de ziekenhuizen financieel tekortdoen, aldus Huffmeijer.

De Nederlandse vereniging voor verpleeghuiszorg (Nvvz) die eind vorige week de NZf een nieuwe dreun uitdeelde met de aankondiging voortaan ook zelf een CAO te willen afsluiten, hanteert andere argumenten. Ook al is haar stap een direct gevolg van die van de ziekenhuizen.

De Nvvz, die spreekt namens de verpleeghuizen, werkt al enige tijd aan een fusie met de WoonZorgFederatie, de overkoepelende organisatie van de verzorgingshuizen. Daarmee volgen de twee verenigingen de ontwikkelingen op de `werkvloer' waar verpleeghuizen en verzorgingshuizen steeds intensiever samenwerken en fusies voorbereiden.

Op dit moment kennen verpleeg- en verzorgingshuizen geheel verschillende CAO's. Het is de bedoeling die samen te voegen tot eenzelfde collectieve arbeidsovereenkomst voor al het personeel. Dat is, net zoals de fusie van beide organisaties, een moeizame operatie die volgens Nvvz in een stroomversnelling is gekomen. Na het vertrek van de ziekenhuizen is nog maar weinig van de NZf te verwachten, zo vrezen de verpleeghuizen. Daarom is het beter nu snel de fusie af te ronden om daarna zelf aan een nieuwe CAO te kunnen gaan werken.

Als de ziekenhuizen en verpleeghuizen de voorstellen van hun verenigingsbesturen steunen, is het gedaan met de NZf in haar huidige vorm.

De centrale rol van de federatie in de zorgsector is in elk geval uitgespeeld, zo erkennen woordvoerders van ziekenhuizen en verpleeghuizen. Een NZf `nieuwe stijl' zou niet veel meer zijn dan een coordinerend platform waar dan ook de andere branches in de zorgsector zoals de thuiszorg en het welzijnswerk, aan deel kunnen nemen. In dit platform kunnen de werkgevers hun CAO-voorstellen voor zover nodig op elkaar afstemmen om te voorkomen dat ze door de vakbonden tegen elkaar worden uitgespeeld.

Verschillen bemoeilijken gezamenlijke CAO