BLAUW DIEPBLAUW; De kleurenwaaier van architect Norman Foster

De architectuur van Norman Foster is het tegendeel van kakelbont en niettemin gaf een verffabrikant hem de opdracht om een kleurenwaaier te ontwerpen. Wie nu naar Fosters ontwerpen kijkt, de uitbreiding van het Rijksdaggebouw, het vliegveld van Hongkong, ziet ineens hoe belangrijk het geringste toefje kleur voor hem is.

Sir Norman Foster (1934) is een van de meest toonaangevende architecten ter wereld. Met zijn jongste werkstuk, het reusachtige nieuwe vliegveld van Hongkong, heeft hij opnieuw bewezen dat niet veel boven zijn macht gaat. Bovendien was het op tijd klaar, kostte het twee miljard gulden minder dan was begroot en is iedereen idolaat van het licht zoals dat binnenvalt in aankomst- en vertrekhal. Een meesterwerk.

De Millenniumtoren moet zijn ultieme meesterwerk worden. Het piekvormige gevaarte is achthonderd meter hoog en 55.000 mensen moeten er in wonen werken en zich vermaken. Gebouwd in zee of oceaan waar ook ter wereld zal de toren grond noch milieu belasten. “In zekere zin', zegt Foster “lijkt het een terugkeer naar de middeleeuwse stad, zoals de torens van San Gimignano.'

In afwachting van het kapitaal dat zijn droom tot werkelijkheid moet maken, zit Norman Foster niet stil. Met behulp van een koepel en een omgekeerde kegel tovert hij het historische Rijksdaggebouw in Berlijn om tot de toekomstige residentie van Duitse regering en parlement. Daarbij moet kleur dienen om de nieuwe inbouw en het historische omhulsel van elkaar te onderscheiden.

Indirect heeft verffabrikant Sikkens hem geholpen om de juiste kleuren blauw, rood en groen voor de Rijksdag te vinden. In 1997 aanvaardde Foster de opdracht om dertig nieuwe kleuren te ontwerpen voor de firma uit Sassenheim. Foster: “Ik heb altijd over kleur nagedacht, maar steeds gekoppeld aan een project waar ik mee bezig was. Nu moest het fundamenteler, kon ik meer in het algemeen stilstaan bij de betekenis en werking van de verschillende kleuren en met mijn voorkeuren experimenteren. Er zijn natuurlijk veel grijzen en witten uitgekomen.'

Dezer dagen heeft Norman Foster zijn New colours for a new century, zoals Sikkens de kleuren van Foster heeft genoemd, gepresenteerd in zijn Londense hoofdkwartier aan de zuidoever van de Theems, om precies te zijn tussen de Battersea Bridge en de sprookjesachtige Albert Bridge.

Vanaf de overkant van de rivier maakt het middelhoge gebouw met veel gevelglas en lichte panelen een gedateerde en aftandse indruk. De voet van de moderne creatie uit de jaren vijftig staat ingeklemd tussen rommelige loodsen en markeert een achterlijk oevergebied dat schreeuwt om te worden aangepakt.

Binnen is de buitenkant snel vergeten. Een elegante trap van lichte natuursteen - de trap zoals die in geen nieuw museum ontbreekt - leidt naar een receptioniste achter een glazen tafel met daarop niet meer dan een zwart telefoontoestel. De jonge modelvrouw, ook in het zwart de begerenswaardige tafel, een groene varen in ronde bak op de vloer en de strakke, witte ruimte die dit alles omgeeft, vormen samen een hoekje van het esthetisch paradijs.

Ontwerpfabriek

De ontwerpfabriek die op het hoekje volgt, heeft geen enkele interesse voor zorgvuldig uitgewogen stijl. In de reusachtige hal werken tweehonderdvijftig mensen aan twaalf evenwijdige en haaks op de Theems gerichte mammoettafels. De glazen gevel loopt van muur tot muur, van vloer tot plafond waardoor het beweeglijke water beeldvullend aanwezig is. Geen geraffineerder achtergrond is denkbaar voor de maquettes die op sokkels voor het huizenhoge raam staan opgesteld. In deze ambiance, die tevergeefs moeite doet om gewoon te lijken, krijgt de wereld vorm. Als plastische miniaturen worden het vliegveld van Hongkong getoond, het Al Faisaliah Complex in Riad, het Rijksdaggebouw in Berlijn, het stedelijk congrescentrum in Valencia, het hoofdkantoor van de Commerzbank in Frankfurt en, iets terzijde, de Millenniumtoren. Het is rustgevend om over de modellen heen aan de overkant van het water, een strook oude, bruingoude Londense architectuur te zien.

En af en toe glijdt een opvallend gekleurde boot voorbij, groen met geel, rode neus, blauw met wit.

Binnen is kleur ver te zoeken. De ronde kolommen, het onbereikbare plafond, de vloer, de tafelbladen, computers, stoelen, zij zijn in wit en in verschillende toonaarden grijs uitgevoerd. Op de tafels zorgen verdwaalde stukken lichtgeel tekenpapier voor onverwachte, zonnige plekken. De overige kleuren komen van het personeel. Geen rijke oogst. Het internationale ontwerpersgenootschap gebiedt stilzwijgend zijn discipelen wit en zwart te dragen, hooguit een beetje donkerblauw. De enkeling die een rood overhemd aan heeft, komt waarschijnlijk uit Italie. Op het bureau van Norman Foster & Partners worden vijfentwintig talen gesproken.

De architectuur van Foster is het tegendeel van kakelbont. Daarom is het zo opwindend dat Sikkens juist hem voor het ontwerpen van een persoonlijke kleurenwaaier heeft geinviteerd. Foster is de tweede architect in het drie jaar geleden begonnen project van de verffabrikant om architecten van internationale faam voor uitbreiding van hun kleurcollectie te vragen. De kleuren van de grootheden worden uiteraard in productie genomen en internationaal in de handel gebracht.

Fosters voorganger Alessandro Mendini, die drie jaar geleden als eerste ontwerper door de verffabrikant werd gevraagd om dertig nieuwe kleuren te maken, was een voor de hand liggende keuze. De Milanese ontwerper van onder andere het Groninger Museum zou niet weten hoe te scheppen zonder kleur. In het stalenboek dat als gevolg van de opdracht verscheen, citeerde Mendini in de marge van zijn gele kleur `Giallo shama' met instemming Theo van Doesburg en Cornelis van Eesteren uit De Stijl van 1924: “Wij hebben vastgesteld dat de ware plaats van kleur in de architectuur is, en verklaren daarom dat schilderen zonder architectonische constructie (d.w.z.

de ezelschilderkunst) geen bestaansrecht meer heeft.'

Mendini is een schilderende ontwerper, dol op franje. Foster staat aan de andere kant van het spectrum, een ontwerpende constructeur die het heel goed zonder kleur kan stellen en nog nooit aan ook maar een franje heeft gedacht.

Het nieuwe cultureel centrum in Nimes, Carre d'Art laat heel goed zien hoe briljant Foster kan volstaan met de kleuren van de materialen. Naast verfwit en beige natuursteen bepalen blank staal en gepolijst beton het uiterlijk van de twintigste-eeuwse versie van het klassieke Romeinse tempelhuis, Maison Carre, op het plein ertegenover. Dat de hal van Carre d'Art en het daarop aansluitende, open trappenhuis worden beheerst door transparant zeegroen, komt door de kleur van het opaalglas dat voor de treden en overlopen werd gebruikt.

Kleuremmertjes

De nieuwe kleuren van Foster zijn aangebracht op metalen emmertjes. In rotten van drie per kleur - drie maal dertig - staan zij opgesteld in een wandrek op de balkonverdieping van zijn ontwerpfabriek. Pasteltinten ontbreken, waardoor het kleurenveld een harde indruk maakt. Zwart is er niet, grijs is de donkerste kleur. De roden oranjen en gelen zijn glashelder met een opgewekte stemming als gevolg. De talloze witten en grijzen zorgen voor de transparantie, de blauwen bezitten een aantrekkelijke distinctie. Een lelijke kleur is er niet bij.

Daar is Sir Norman. Slank, niet al te groot en gekleed in beige katoenen broek en dito overhemd waarop een schuingestreepte das met vaalbruine kleuren. Het haar crewcut, aan zijn voeten instapschoenen van diepbruin suede.

Naast architect is Foster een gepassioneerd piloot en dat is op een of andere manier aan hem te zien.

Graag vertelt hij hoe hij met zijn eigen vliegtuig naar een landingsplaats zoekt zo dicht mogelijk bij een van zijn werkstukken in wording, waar ook ter wereld. Maar hij is meer dan alleen praktisch aan het vliegen verknocht. Net als bij Le Corbusier betekent de vliegmachine voor hem een functioneel technisch en esthetisch ideaal. Staande voor het kleurrijke emmertjesdecor kiest Foster vrijwel direct voor het vliegtuig om zijn kleuropvattingen toe te lichten. In dit geval de Robin Regent, een sportvliegtuigje waarmee hij vooral zomers door Europa koerst. Aanvankelijk wilde hij de romp diepblauw schilderen en dat is niet verwonderlijk. Het diepe blauw meestal naast witte of aluminiumachtige, zilveren tinten, speelt zo'n hardnekkige rol in zijn architectuur dat sprake is van `Foster-blauw'. Het machtige stalen bouwwerk dat Foster het meest bekend heeft gemaakt de Hong Kong en Shanghai Bank (1986) in Hongkong, heeft geen uitgesproken kleur, maar toch blijft het gebouw, of liever gezegd de constructie, in je herinnering achter als een enorme, vooral blauwige gedaante. Het zal ook de lucht zijn en de nabijheid van het water waardoor glas en staal met een blauwzweem worden bedekt.

Terug naar Robin Regent. Naast het blauw had Foster het plan om met gele sierstrippen de lijnen van romp en vleugel te benadrukken. Het uiterlijk van de stuurcabine moest grijs worden zodat een eenheid werd bereikt met de plexiglazen panelen. Uiteindelijk deed hij iets heel anders. Hij wierp alle uitgesproken kleuren overboord en schilderde zijn sportvliegtuig wit. Met een eigenaardig gevolg, waarover hij aanstekelijk vertelt als ware het een sterk vliegersverhaal: in het wit werd de in Frankrijk populaire Robin Regent zelfs door de luchtverkeersleiding niet meer herkend.

Door de monochromie komt de puurheid van de aerodynamische vorm van het toestel optimaal uit. Wat ons dat leert? Foster: “Gebruik voor het benadrukken van vorm en ruimte effen, neutrale of metaalgrijze kleuren.'

Gevaarlijk rood

Gevraagd naar hun motieven ontstijgen kleurontwerpers met hun gedachten vaak niet het niveau van rood drukt gevaar en kracht uit en groen is veilig en staat dicht bij de natuur. Foster houdt zijn intuitie verantwoordelijk voor juist dit geel of dat lila. Bij de voor zijn gebouwen noodzakelijke synthese van materialen en technologieen hoort ook onlosmakelijk de kleur.

Uit het stalenboek dat bij Fosters nieuwe kleuren is verschenen, blijkt dat het merendeel van zijn nieuwe kleuren oud zijn. Hij heeft ze uit eigen werk opgegraven. Het groen van de vloerbedekking in het kantoorgebouw van Willis Faber & Dumas in Ipswich (1970-75) correspondeert met het gras op het dak. De vele grijzen en witten - elf van de dertig `nieuwe' kleuren zijn variaties van grijs en wit - die hij heeft gebruikt voor het Londense vliegveld Stansted komen terug in het vliegveld van Hongkong. Van de glazen tafel die in de receptie staat, heeft hij het metallieke zilver van het onderstel genomen. De stations die hij voor de metro in Bilbao ontwierp hebben het oranje geleverd dat de passagiers door het ondergrondse systeem begeleidt. Het `schokkende en provocerende' roze komt van de `Kite'-stoel uit de meubelcollectie van Tecno in Milaan. Voor het jadegroen is een Rail Terminal in Hongkong verantwoordelijk. Een diepe kleur rood heeft hij toegepast op het handvat van een serie deurkrukken. En het meest verbazingwekkende is misschien wel dat een van de vijf blauwen is geleverd door het gebouw dat hier eerder als gedateerd en aftands is beschreven het kantoorgebouw `Riverside' van Foster & Partners in Londen.

Dit blauw heeft Sir Norman zelf verrast: “Het was me nooit eerder opgevallen hoezeer deze kleur een accent vormt in het gebouw waarin ons kantoor zich bevindt. Ik werd erop attent gemaakt door een van de vele bezoekers aan onze ruimten. Het is een heel apart soort blauw, misschien wel omdat er een heel klein beetje rood aan toegevoegd is.'

Met een vergelijkbare verrassing kan Fosters architectuur nu worden bezien, dankzij zijn New colours for a new century. Met de Sikkens kleurenwaaier heeft Foster de kleuren in zijn werk onthuld. Hij gebruikt kleur als het niet anders kan. En noodzakelijke kleuren vallen niet op, zelfs niet als zij opvallend zijn.