Zorgen over de landbouw in China

Zonder het behoud van sociaal-economische stabiliteit onder China's 900 miljoen boeren kan de economische voortgang in het land niet worden gegarandeerd. Dat is de belangrijkste boodschap die president Jiang Zemin gisteren heeft doen uitgaan in zijn slotrede op de besloten zitting van de plenaire vergadering van het centrale comite van de communistische partij.

De Chinese media berichten vandaag dat de 333 invloedrijkste leden van de partij op de driedaagse bijeenkomst hebben opgeroepen tot de stimulering van de agrarische economie. De spreekbuis van de partij, het Volksdagblad, was het meest uitgesproken in zijn commentaar. “Zonder stabiliteit onder de boeren, kan geen sprake zijn van stabiliteit in het land.' Het officiele persbureau Xinhua schreef: “Zonder agrarische modernisatie kan geen sprake zijn van economische modernisering.'

De summiere informatie die is vrijgegeven, verraadt hoezeer het communistische leiderschap zich zorgen maakt over het potentieel explosieve gevaar dat sociale instabiliteit op het platteland met zich meebrengt. Volgens een toespraak van Jiang, eerder deze maand bij een bezoek aan de Oost-Chinese landbouwprovincie Anhui, zijn lokale kaderleden zich onvoldoende bewust van het belang van agrarische ontwikkeling. “Soms zijn onze boeren verstandiger dan onze kaderleden. We zullen kaderleden moeten herscholen', aldus Jiang.

Volgens hem kunnen agrarische hervormingen niet worden los gezien van de economische veranderingen op het wereldtoneel. “De financiele crisis heeft grote gevolgen voor onze im- en export. Derhalve zullen we de agrarische sector moeten uitbreiden en de koopkracht onder de boeren vergroten.' Veel boeren zijn ontevreden over hun inkomen, terwijl belastingen en heffingen in de afgelopen jaren flink zijn toegenomen. Het inkomen van de boeren, dat in 1997 slechts met 4,6 procent is gestegen, tot 2.090 yuan (480 gulden) per hoofd, ligt ver achter bij het inkomen in de stad. Dat was afgelopen jaar 5.160 yuan (1.187 gulden).

In een gisteren vrijgegeven communique herhaalt het partijbestuur een vijf jaar oude belofte, dat de pachtperiode voor de grond die boeren sinds eind jaren '70 via een `gezinscontract' huren van de staat, wordt verlengd met 30 jaar.

Die maatregel is belangrijk omdat veel van die contracten, met een duur van 15 jaar inmiddels zijn verlopen. Lokale overheden zouden dergelijke landbouwgrond onmiddellijk na afloop van die contracten opeisen en gebruiken voor eigen doeleinden, dikwijls om hun eigen zakken te vullen.

Dang Guoying directeur van het Instituut voor macro-economie van het Departement voor agrarische ontwikkeling van de Chinese academie voor sociale wetenschappen, is het eens met de aandacht de partij besteedt aan de ontwikkeling van de agrarische economie, maar het plenum geeft volgens hem geen concrete oplossingen. “Het grondgebruik is het grootste probleem in dit overbevolkte land', zegt hij. “Jiang heeft volstrekt gelijk wanneer hij de landrechten voor boeren verlengt met 30 jaar, maar hoe gaat hij dat doen?' Dang gelooft dat het door Jiang voorgestelde beleid onuitvoerbaar is. “Alleen wanneer sprake is van wetgeving kan dergelijke politiek worden afgedwongen. En over wetgeving is amper gesproken.' Volgens Dang heeft de centrale overheid geen controle over de lokale overheden. “Onder het mom van bevolkingsdruk, staan lokale overheden contracten toe met een duur van twee of vijf jaar. Een van de redenen die zij daarvoor geven is, dat grond van boeren met volwassen kinderen moet kunnen worden herverdeeld. Dat klinkt nobel, maar in de praktijk gaat het hen meestal om het vullen van eigen zakken. Nieuwe pachters betalen dubbel zoveel.'

Ook de zorgen over het achterblijven van het platteland op de stad zijn volgens Dang terecht. “Boeren zijn ontevreden. 200 miljoen van hen hebben geen werk. Allerlei heffingen en belastingen zijn omhoog geschoten. De boeren verbouwen meer dan voldoende producten, maar ze krijgen er te weinig voor. De schappen van de winkels op het platteland liggen vol, maar de mensen kunnen niets betalen. De 900 miljoen boeren geven evenveel geld uit als de 300 stedelingen. Die ongelijkheid is explosief.'